Een nest jonge vogels, twee met de bekjes, snavels open om gevoerd te worden.

Reportage Boerenzwaluw

Klauteren en klimmen voor de boerenzwaluwen

Een nest jonge vogels, twee met de bekjes, snavels open om gevoerd te worden. Beeld Herman Engbers

Ze nestelen graag in stallen: de balken zijn goede nestplekken en vee trekt insecten aan. Maar intensivering van de landbouw maakt het leven voor de boerenzwaluwen zwaar.

Hij volgt, ringt en onderzoekt al bijna 50 jaar boerenzwaluwen, en nóg is Bennie van den Brink oprecht verbaasd over en vol bewondering voor ‘zijn vogels’. “Die kracht. Moet je je voorstellen. Zo’n zwaluwvrouwtje. Drie legsels van soms vijf eitjes. Dat is 15 keer 1,9 gram oftewel anderhalf keer haar lichaamsgewicht.”

Het is maandagochtend en zoals elke tien dagen in het broedseizoen maakt Van den Brink een rondje langs een aantal boerderijen in de polder Oosterwolde en Oldebroek om er de boerenzwaluwnesten te controleren en de jongen te ringen. Tienduizenden boerenzwaluwen hier en in Afrika voorzag hij al van een dun, genummerd aluminium ringetje en daarmee van een identiteit.

Het eerste bedrijf is er een waar de tijd heeft stilgestaan. De koeien staan ’s nachts nog in een ouderwetse grupstal. Het melkvee is vandaag nog niet naar buiten en laverend tussen de poepende koeien voelt Van den Brink steeds heel voorzichtig in een van de tientallen nesten die de vogels met klei tegen de houten balken hebben gemetseld. “Nest 82, drie eieren, 61, leeg, 21 vier jongen! En dat voor een derde legsel.”

Boerenzwaluwen bouwen hun nesten graag in donkere stallen onder het dak. Beeld Herman Engbers

De vier jongen van nest 21 blijken groot genoeg om te ringen. De jonge boerenzwaluwen gaan in de rechterhand. Een voor een komt van elke vogel een pootje tussen de vingers tevoorschijn. Van den Brink schuift steeds een ringetje van een strengetje dat hij tussen de lippen geklemd houdt om dit heel voorzichtig met twee vingers om het fragiele pootje te buigen. “Ik gebruik geen tang bij deze jonge vogels: dan kun je tenminste niets beschadigen.”

Na een uur zijn alle 26 nesten in de stal gecontroleerd, zijn 12 jongen van een ring voorzien. “Het broedseizoen loopt duidelijk ten einde.” Van den Brink zet koers naar het volgende, nu heel moderne, melkveebedrijf. Ook daar de nodige nesten. Niet in de ligboxstal, maar in een gereedschappenschuurtje en een blokhut. De boer komt even kijken, meldt dat ‘er nog drie eiers bent’, dat hij ze natuurlijk heeft laten liggen ook al is hij er niet blij mee. “Ze schijten alles onder.” En inderdaad; de schuur lijkt alsof er een amateurschilder geheel uit zijn dak is gegaan; witte strepen overal.

Bennie van den Brink controleert op een aantal boerenbedrijven de nesten van boerenzwaluwen en ringt jonge zwaluwen. Beeld Herman Engbers

De nesten zitten hoog en het nodige geklauter volgt. Op een draad zitten vier jonge, uitgevlogen boerenzwaluwen onrustig te wachten op bij-voedende ouders.

De melkveehouder tolereert, de schapenhoudster op het volgende bedrijf loopt over van enthousiasme. In een kleine schuur hebben de vogels nagenoeg elke beschikbare plek in gebruik genomen. Een groot deel van de jongen is inmiddels uitgevlogen, maar her en der steken koppies met enorme snavels boven de nestrand uit. Terwijl Van den Brink klimt, reikt en ringt, bericht de schapenhoudster over lotgevallen van de zwaluwen, ondertussen in Van den Brinks ringboek notities makend. In de vensterbank een dode, door de eigenaar gevonden volwassen boerenzwaluw. Ze was geringd. BD80608 is niet meer.

Bijna vijftig jaar onderzoek (alles in vrije tijd en ervoor Koninklijk onderscheiden) heeft heel wat aan het licht gebracht. Niet alleen de ringen. Geëntameerd door de zwaluwman en mogelijk gemaakt door Vogelbescherming Nederland en het Vogeltrekstation werden in 2011 en 2012 honderd boerenzwaluwen met geolocators, minuscuul kleine zenders uitgerust. Het resultaat zette de vogelwereld op zijn kop. Boerenzwaluwen uit hetzelfde dorp overwinteren niet, zoals lang gedacht, dicht bij elkaar in Centraal Afrika maar verspreiden zich over een enorm gebied: van Ghana tot in Gabon en Botswana. De plaatstrouw is ongekend. Zo ving Van den Brink vier jaar achtereen in een klein rietveldje in Zambia vogels terug die hij de jaren daarvoor in datzelfde veldje als volwassen vogel had geringd.

Bennie van den Brink houdt de boekhouding bij van de bezochte nesten. Hoeveel zwaluwen zitten er in? Beeld Herman Engbers

De vogels nemen tijdens de trek soms opvallende beslissingen. (Stof- en zand-)stormen zoals de Sirocco doen ze soms halverwege de levensgevaarlijke oversteek van de woestijn helemaal terugkeren om als het weer rustiger is opnieuw met de 2000 kilometer lange oversteek te beginnen.

De ringen maakten duidelijk dat het aantal boerenzwaluwen de afgelopen decennia dramatisch is gedaald, onder meer als gevolg van de gekrompen insectenstand en de hygiënemaatregelen op de bedrijven waardoor melklokaal en melkschuur (nestplekken) ontoegankelijk werden.

De laatste jaren stabiliseert of groeit de populatie wonderlijk genoeg weer enigszins. Wat daarvan de exacte reden is, is niet duidelijk. “Misschien het toenemend aantal paarden. Paardenstallen zijn laag en hebben goede nestbalken; paardenmest trekt veel insecten.”

Zwarte wolken

Opeens schakelt hij over op gefluister. Recht boven zijn hoofd zit een vrouwtje te broeden. Staart en achterste steken buiten het nest uit. Maar zelfs gefluister verontrust: de staart begint wat te bewegen. Zwijgend controleert Van den Brink de laatste drie nesten van deze schuur om zich op weg naar het volgende en laatste adres toch bezorgd te tonen. Hij voorziet niet direct een florissante toekomst voor de gevleugelde boerenerfbewoners. Schaalvergroting, intensivering en verdergaande hygiënemaatregelen hangen als zwarte wolken. 

De schaalvergroting met steeds grotere en beter geventileerde ligboxstallen gaan ten koste van het broedsucces. “De ventilatoren maken de stal te winderig voor de kwetsbare jongen, de weidegang wordt minder en de intensivering doet de laatste insecten te nek om”, schetst de boerenzwaluwkenner somber. Ook de – naar zijn idee- overdreven angst voor besmetting van de melk – werkt desastreus uit. “Er zijn plannen ook de ligboxstallen tot voor zwaluwen verboden gebied te verklaren. Nonsens; de melk gaat rechtstreeks vanuit de uier in een hermetisch gesloten koelsysteem.” De melkveehouders vinden dit ook, meent de zwaluwkenner. Veruit de meeste zijn blij met de boerenzwaluwen. Dankzij de vogels hebben de koeien minder last van insecten.

Zorgen, zorgen, zorgen. Alle reden om door te gaan met het ringonderzoek om zo de vinger aan de pols te houden.

Mooi en krachtig

Toch doet de inmiddels zeventigjarige Van den Brink na vijftig jaar een stapje terug. Hij gaat niet meer – zoals jaren achtereen en steeds op eigen kosten – naar Zambia om daar te ringen, af te lezen en vogelaars op te leiden. Ook in de polder doet hij het rustiger aan. Decennialang achtereen controleerde hij op bijna 40 boerderijen de nesten en ringde de jongen: een klus die gemiddeld per broedseizoen zo’n 50 dagen nam. “Ik houd nog maar vier erven aan. Helemaal afscheid nemen kan ik niet. Wel heel jammer. Er is niemand die de andere bedrijven overneemt.”

Inmiddels zijn we bij de laatste schuur beland. Twee nesten zijn onbereikbaar met een ladder. Van den Brink klimt op een kast, buigt voorover, voelt en haalt twee jongen tevoorschijn. Vijf minuten later zijn de twee BD81053 en BD81054 geworden. Veilig beschermd in de grote hand zit het tweetal hem aan te kijken. “Het is zulk mooi spul. Klein en zo krachtig.”

Euring

Aangespoord door de resultaten van Van den Brink besloot het Vogeltrekstation in 1992 een landelijk boerenzwaluw-ringproject op te zetten. Vijf jaar achtereen werd op zeven locaties verspreid over het land geringd en gegevens verzameld. De informatie bleek zo waardevol dat het onderzoek werd geïnternationaliseerd. Onder de noemer Euring Swallow Project deden Vogelringcentrales uit twintig landen mee. Dat leverde veel publicaties op. Na zeven jaar hielden de meeste er mee op. In ons land is de aandacht gebleven.

Lees ook: 

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar waarom juist een zwaluw

Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Gelukkig zag ik er twee, schrijft natuurschrijver Koos Dijksterhuis

Veertjes maken vliegen veiliger

Vogels en vliegtuigen, dat is een gevaarlijke combinatie. Kees Roselaar onderzoekt donsveertjes van getroffen vogels. Defensie en luchtvaartmaatschappijen hebben daar baat bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden