Grote keizerlibellen zijn ook als ze voorbij scheren relatief gemakkelijk te herkennen. Beeld Foto rechts Martin van de Lustgraaf
Grote keizerlibellen zijn ook als ze voorbij scheren relatief gemakkelijk te herkennen.Beeld Foto rechts Martin van de Lustgraaf

NatuurdagboekKoos Dijksterhuis

Keizerlijke libel bij stilstaand water

Het is libellentijd. Bij wateren maar ook in bossen vliegen ze langs, de mannen speurend naar prooien en vrouwen, de vrouwen speurend naar prooien en mannen ontwijkend. Ik zie rode heidelibellen, bruine en blauwe glazenmakers, oeverlibellen, platbuiken, keizerlibellen en paardenbijters.

Libellen zijn niet altijd gemakkelijk te determineren, omdat ze op andere soorten lijken, omdat ze van jong tot oud van kleur veranderen, omdat mannetjes en vrouwtjes er anders uitzien en omdat ze zo snel en beweeglijk zijn. Als ze stil zitten zijn ze te fotograferen, maar als ze vliegen zie je ze eerder.

Een blauw lijf met een groene borst

Grote keizerlibellen zijn ook als ze voorbij scheren relatief gemakkelijk te herkennen. Ze zijn heel groot en hebben een blauw lijf met een groene borst en blauwe kop - de mannetjes althans. Die zijn echt hemelsblauw. De vrouwtjes zijn lichtblauw of groen, met een geelgroene kop. Mannetjes hebben een zwarte streep over hun rug, vrouwtjes een bruine.

Grote keizerlibellen zijn zeer algemeen bij stilstaand water, vooral op de zandgronden. Ik zag ze de laatste tijd veel in de duinen, ook zandgrond. Als een vrouwtje haar eieren kwijt wil, strijkt ze neer op iets wat op stilstaand water drijft, een blad meestal. Dan steekt ze haar achterlijf in het water, en zet ze haar eitjes vlak onder de waterspiegel af op een waterplant.

De larven die uit de eitjes kruipen, blijven twee winters te water, om daarna in mei uit het water te kruipen, en zich uit hun knellende huidje te bevrijden. Die huisjes blijven met hun lege pootjes vastgeklemd aan oeverplanten zitten. Na dit uitsluipen pompen ze zich op, en vliegen ze rond als imago, zoals dat heet. De eitjes van die vroege keizerlibellen komen eerder uit en hun larven kruipen na één winter al uit het water, zij het pas in de zomer. Daarom kun je van mei tot september grote keizerlibellen zien, maar waren er in de loop van juni tijdelijk wat minder.

Iedere dag verwondert bioloog Koos Dijksterhuis zich over iets wat groeit of bloeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden