Keerzijde populair geitenzuivel: duizenden overtollige lammetjes

Aan de smaak van geitenkaas is de Nederlandse consument inmiddels gewend. Nu nog het geitenvlees. Het eten van geit kan namelijk een oplossing zijn voor de duizenden overtollige bokjes waarmee boeren nu in hun maag zitten.

Naast de Franse chèvre, heeft de Hollandse geitenkaas de afgelopen vijftien jaar een plek weten te veroveren op de menukaart en in de supermarkt. Ook melk, yoghurt en kwark afkomstig van dit knuffelbare dier worden vaker gegeten. De toegenomen populariteit van geitenzuivel heeft alleen wel een keerzijde.

Lammetjes 'over'
Om melk te kunnen blijven geven, moeten de melkgeiten jaarlijks lammeren. Met de bokjes die worden geboren kan de melkveehouder niets, en niet elk sikje, zoals de vrouwtjes heten, is weggelegd om melk te produceren. Jaarlijks zijn er ongeveer 225.000 geitenlammetjes 'over'.

Een deel daarvan krijgt vlak na de geboorte een spuitje, het merendeel verdwijnt in mesterijen om na een paar weken geslacht te worden en op transport te worden gezet naar Zuid-Europa, waar geit vaak op het menu staat.

De lammetjes zijn vlak na de geboorte nog te zwak om al met veel dieren van andere bedrijven bij elkaar te leven. Dus krijgen ze preventief antibiotica. Desalniettemin sneuvelt ongeveer 15 procent, voordat de lammetjes 'slachtrijp' zijn.

Tegen biologische principes
Peter Govers en Ina Eleveld, biologische geitenhouders in het Drentse Mantinge, beleefden het lammerseizoen, dat nu weer in volle gang is, dan ook altijd met dubbele gevoelens. "Voor ons is de manier waarop de gangbare mesterijen met bokjes omspringen, niet te verenigen met onze biologische principes", zegt Peter Govers.

"Als de bokjes weg moesten, dan knaagde dat." Vier jaar geleden besloten Govers en Eleveld dan ook om voortaan een aantal bokjes te houden en die op het eigen bedrijf op te fokken en het vlees vervolgens te verkopen.

Consumenten
Omdat geitenvlees nog niet zo bekend is bij Nederlandse consumenten, zette het stel samen met een paar collega's de site www.geitenvlees.com op. Hier zijn onder meer recepten en verkoopadressen te vinden.

Na een voorzichtige start begint de handel inmiddels een beetje te lopen. "De eerste paar jaar hebben we er geld op moeten toeleggen maar inmiddels spelen we quitte en durven we het aan om meer bokjes op te fokken", vertelt Govers.

Succesvolle initiatieven als geitenvlees.com ten spijt, heeft het eten van geitenvlees in Nederland nog geen enorm hoge vlucht genomen. Dit in tegenstelling tot Zuid-Europa, Azië, Afrika, het Midden-Oosten en de Antillen waar geit wel vaak in de pan ligt.

Dat het vlees hier nog niet aan is geslagen, ligt niet aan de smaak, denkt kok en voedingsconsulent Geert van Wersch. "Het vlees is mager en heeft een zoetige, kruidige smaak die een beetje aan hertenvlees doet denken", zegt hij. "Dat het in Nederland nog onbekend is, is niet verwonderlijk want afgezien van wat islamitische slagers, geitenvlees.com en een enkele boerenmarkt is het vlees hier nauwelijks te krijgen."

Onderzoek marktkansen
The Green Peas, het adviesbureau op het gebied van duurzame voeding waar Van Wersch medeoprichter van is, heeft van Wageningen Universiteit dan ook opdracht gekregen om de marktkansen van vlees van duurzaam gehouden geiten te verkennen.

Dit marktonderzoek is onderdeel van een bredere verkenning van de kansen op verduurzaming van de geitenhouderij die de universiteit momenteel in opdracht van onder meer het ministerie van economische zaken, landbouw en innovatie uitvoert.

Van Wersch ziet die kansen wel. "Als de geitenhouders zelf de geitenlammetjes zouden opfokken zonder preventieve antibiotica dan zou dat op het gebied van dierenwelzijn en volksgezondheid al veel schelen. Ook wordt er nu vooral krachtvoer uit de rest van de wereld ingevoerd.

Het zou mooi zijn als je dat kunt vervangen door de dieren te voeren met reststromen van de Nederlandse landbouw en voedingsindustrie. En als je het vlees in Nederland aan de man weet te brengen in plaats van het te exporteren dan scheelt dat brandstof en CO2-uitstoot."

Geitenvlees op de kaart

Dus heeft hij de afgelopen maanden de deur platgelopen bij restaurateurs, cateraars, supermarktketens, horecaleveranciers, slagers en poeliers om hen te vragen wat er moet gebeuren voordat zij geitenvlees op de kaart zetten of in het schap leggen.

Ook broedt de voedingsconsultant, die sociologie studeerde en een koksopleiding heeft afgerond, op panklare toepassingen van geitenvlees. "In het kant-en-klaarschap zou je bijvoorbeeld geitencurry's kunnen leggen en in het gewone schap geitensaté, geitenhamburgers of in blokjes gesneden stukjes geit waar je zelf makkelijk een stoofschotel van kunt maken", filosofeert hij. "We willen niet alleen maar de koteletjes aan de man brengen, maar alle delen van het dier gebruiken."

Hype in de VS
Van Wersch organiseert ook proeverijen waar culinair journalisten van harte welkom zijn. "Volgens The New York Times is geitenvlees in Amerika inmiddels een hype, die hopen wij hier ook te creëren." Om het enthousiasme voor geitenvlees bij zowel de geitenhouders als de potenti-ele afnemers te voeden, heeft Van Wersch ook een ontwerper ingehuurd om met ideetjes voor verpakkingen te komen.

"Dat enthousiasme begint inmiddels te komen, maar ik merk dat geld een belangrijk obstakel is om schaalvergroting van de grond te tillen", zegt hij. Geitenhouders zijn huiverig voor het risico dat ze lopen als ze zelf de overtollige bokjes en sikjes op zouden fokken. Het kost ze immers extra voer en stalruimte en dan moet je wel zeker weten dat er een markt is voor het vlees.

Jonge sector
Het uitblijven van schaalvergroting heeft ook te maken met een gebrek aan regie in de sector, meent Bart Bremmer, onderzoeker bij Wageningen UR Livestock Research. "De geitenhouderij is een relatief jonge sector die de afgelopen vijftien jaar enorm snel is gegroeid", weet hij.

"De sector is nog aan niet al te veel regels gebonden en dat trekt meer vrije ondernemers. Zo zijn na de invoering van de quota voor koeienmelk veel melkveehouders overgestapt op melkgeiten. De onafhankelijke houding van veel van de ruim 360 geitenhouders in Nederland is een van de redenen dat de organisatie in de sector te wensen overlaat. Men slaagt er daardoor ook niet in om een goeie melkprijs te bedingen."

Want ironisch genoeg heeft de toegenomen vraag naar geitenkaas en geitenmelk niet tot hogere marges voor de boeren geleid. Bremmer: "Er wordt te veel melk geproduceerd en bovendien is de afzetmarkt versnipperd, dat is niet gunstig voor de geitenhouders. Als reactie op de lage marges gaan sommigen uitbreiden."

Verduurzamen
Vanwege die wildgroei is biologische geitenhouder Govers sceptisch over de kansen om de niet-biologische sector te verduurzamen. "De geitenhouderij is zo losgelaten in haar ontwikkeling dat het eigenlijk al te ver is gegaan. Er moeten gewoon meer regels komen", vindt hij. Daar wil het Wageningse project voorlopig nog niet aan. Met workshops proberen de wetenschappers de neuzen zoveel mogelijk een kant op te krijgen. Bremmer: "We willen samen met de geitenhouders kijken hoe we nieuwe verdienmodellen voor de boeren kunnen ontwikkelen die ook rekening houden met dierenwelzijn en het milieu."

De Wageningse afdeling die het project begeleidt, stond eerder aan de wieg van de Rondeelstal, een nieuwe kippenstal die dier- en milieuvriendelijk is en voor publiek toegankelijk. Bremmer sluit niet uit dat een soortgelijk plan ook uit het geitenproject komt rollen.

"Geiten zijn dieren met een hoog knuffelgehalte, dus een duurzame stal die voor publiek toegankelijk is, zou zeker aanspreken. Rondeel is ook een voorbeeld dat laat zien dat dierenwelzijn en milieu boeren niet per se meer geld hoeven te kosten. Maar om werkelijk tot een duurzame geitenhouderij te komen, zullen we ook buiten de stal moeten kijken."

Hoewel de sector nog een grote slag te maken heeft, ziet Bremmer mogelijkheden voor de toekomst. "Er zijn veel initiatiefrijke geitenhouders die niet bang zijn voor veranderingen." Van Wersch is ook optimistisch over de marktkansen van duurzame geitensaté. "Het is 'n mooi dier van eigen bodem dat mager vlees levert. Bovendien is de Nederlandse consument steeds avontuurlijker en meer culinair onderlegd. De tijd van 'wat de boer niet kent, dat eet hij niet' zijn we inmiddels voorbij."

Overtollige haantjes en stiertjes


Geitenhouders zijn niet de enige veehouders die te maken hebben met overtollige mannetjes. Jaarlijks eindigen miljoenen pasgeboren haantjes vergast en wel in de magen van dierentuinbewoners en als voer voor slangen en reptielen van particulieren.

Tot voor kort hadden biologische melkveehouders geen goede oplossing voor de stiertjes die op hun bedrijven werden geboren. Omdat er geen biologische kalverenmesterijen waren, verdwenen die biologische stiertjes in volle reguliere stallen waar ze niet naar buiten konden en waar hun ijzergehalte bewust laag werd gehouden om blanke lapjes vlees te garanderen.

Tot boer Bart Boon zes jaar geleden in het Gelderse Wekerom zijn kalverenhouderij op biologische wijze ging runnen. De stiertjes kunnen op het bedrijf van Boon de wei in en krijgen gras, maïs en gerst te eten die zonder bestrijdingsmiddelen op akkers van Stichting Het Gelders Landschap worden geteeld. Eenmaal geslacht gaat geen stukje vlees van de Ecofieldskalfjes verloren.

Samen met Het restaurant van de toekomst van de universiteit van Wageningen ontwikkelde Boon biologische snacks en speciale gehaktballen die onder meer geschikt zijn voor zorginstellingen. Niet voor niets wordt het succes van Ecofields gebruikt in de workshops die Wageningen Universiteit nu geeft aan geitenhouders

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden