Kan een economie wel duurzaam groeien?

Beeld anp

Het is een spagaat. De economie zo inrichten dat de CO2-uitstoot omlaag gaat, terwijl in opkomende landen een grote middenklasse aan de deur rammelt die ook wil autorijden en reizen. Kan een economie eigenlijk wel duurzaam groeien? Of zijn daar grote offers voor nodig? Een gesprek met twee analytici met een overkoepelende blik: scheidend directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) Maarten Hajer en hoogleraar economische geschiedenis Jan Luiten van Zanden.

De ontwikkelde economieën van Europa en de VS staan zeven jaar na het begin van de financiële crisis op een keerpunt. Er is weer groei, tegelijk ligt er een zware opgave om de planeet bewoonbaar te houden voor volgende generaties: de uitstoot van kooldioxide moet naar beneden. Tijdens de klimaatconferentie in Parijs, eind van het jaar, zullen landen proberen hardere afspraken te maken om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Overheden hebben het er moeilijk mee om daadkrachtig in te grijpen. Een voorhoede van burgers en bedrijven rent ze intussen voorbij. Voor hen is het allang geen vraag meer welke kant het op gaat. De economie moet volgens hen duurzamer: veel minder CO2-uitstoten, efficiënter omgaan met grondstoffen, anders consumeren. Hoe moet dat verder?

Moet de economie groener?
Jan Luiten van Zanden: "Ja, we moeten vergroenen, maar eerst groeien. Het is onvermijdelijk om economie en ecologie met elkaar in balans te brengen. De meeste mensen zien de noodzaak van die transitie wel in. Dat die noodzaak nu minder wordt ervaren, komt door de crisis. Er zijn andere prioriteiten. Als je werkloos bent, is de hang naar duurzaamheid laag. Het is paradoxaal: juist als het roer om moet, is men er niet klaar voor. Dat betekent dat er eerst economische groei moet zijn. Het gaat niet om groei op zichzelf, maar om werkgelegenheid. Er moet vertrouwen komen in de toekomst. Pas dan zullen de geesten rijp worden voor vergroening."

Maarten Hajer: "We moeten eerst vergroenen. Of liever gezegd: onze groei zal moeten komen uit vergroening. We moeten decarboniseren, de uitstoot van CO2 is ons belangrijkste probleem. Dat gaat te langzaam. De Europese Unie zit nu op een tempo van 1 procent per jaar minder koolstof gebruiken. Volgens onze eigen berekeningen moet het gaan om 4,5 procent afbouw per jaar. Tenminste: als je de afspraak dat de aarde maximaal 2 graden mag opwarmen serieus neemt. Als je naar de geschiedenis kijkt, is zo'n teruggang slechts één keer voorgekomen: na de eerste oliecrisis in 1973. Toen is het ons anderhalf jaar gelukt om 4,5 procent minder olie te gebruiken. Het is dus een majeure opgave."

Productieprocessen moeten anders ingericht. Consumenten in het Westen zullen zich anders moeten gedragen, maar die in opkomende economieën ruiken juist aan toenemende welvaart. Het is geen gemakkelijke weg, het betekent een enorme omslag.

Jan Luiten van Zanden: "In het verleden is er al veel gebeurd. Onze economie is een stuk efficiënter geworden. Dat geldt voor de omgang met grondstoffen en voor het gebruik van energie. Anderzijds zijn we meer gaan consumeren en blijft de wereldbevolking maar groeien. Die groei gaat straks stabiliseren gelukkig. Dat is de eerste cruciale transitie, anders is er echt geen kruid tegen gewassen. Daarnaast zullen de voorkeuren van mensen moeten veranderen. Als je arm bent, zal duurzaamheid je een zorg zijn. Als het je goed gaat meer. Waar dat omslagpunt zich voordoet, is lastig te zeggen.

"Ik zie in de schaarste van grondstoffen niet het grootste probleem. Uitstoot van CO2 en het verlies van biodiversiteit zijn ernstiger. CO2-uitstoot is een onzichtbare factor, veel lastiger aan te pakken dan eerdere milieuproblemen. Het is een uiterst complex probleem dat opgelost moet worden via wereldwijde klimaatverdragen. Daar is een trekker voor nodig. De VS speelden die rol in de jaren zestig, toen voerden ze nog een progressief milieubeleid. De VS willen die rol nu niet meer spelen. China? Er is wel meer aandacht voor milieuproblemen daar, maar ze moeten ook groeien om steeds meer Chinezen mee te laten delen in de welvaart. Dat is een flinke spagaat."

Maarten Hajer: "Kijk eens naar Amsterdam. Grote aantallen Chinezen en Indiërs bezoeken ons als toerist. Het is de voorhoede van de nieuwe mondiale middenklasse. Als zij kunnen reizen, hebben ze de eerste fase al achter de rug: ze hebben thuis een koelkast staan, een auto, ze hebben een huis. Die middenklasse breidt de komende decennia met meer dan een miljard mensen uit. We zitten nog niet op de piek. Over 35 jaar woont 75 procent van de wereldbevolking in een stad, 45 procent van die steden moet nog gebouwd worden. Daar is staal en cement voor nodig. De footprint van China, India en Afrika gaat echt drukken.

"Europa is arm aan grondstoffen. Ons werelddeel moet dus radicaal inzetten op grondstoffenefficiëntie. Dat biedt ook kansen. Europa is goed in het maken van machines, auto's. Die moeten veel zuiniger. Overheid, bedrijven en ngo's moeten om de tafel. Dat is ook welbegrepen eigenbelang. Dat wordt te weinig benadrukt. De verandering die ons staat te wachten is geen graduele, daar geloof ik niet in. De balans in de economie is uit het lood geslagen."

Obstakels naar een groene economie
Minder grondstoffen gebruiken, minder vervuilen en afval als hulpbron benutten. Dat is vergroening van de economie. Het klinkt mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Veel grondstoffen zijn goedkoop en makkelijk te krijgen, burgers ageren tegen windmolens voor hun deur en regels, gemaakt in een andere tijd, zitten in de weg. In een serie belicht Trouw de obstakels en uitwegen op het pad naar een groene economie. Vandaag de aftrap: eerst vergroenen, of eerst groeien? Daarna elke week een praktische oplossing.

Jan Luiten van Zanden (l) en Maarten Hajer. Beeld Mark Kohn

Zijn er offers nodig om de economie te kunnen vergroenen?
Jan Luiten van Zanden: "Als je het allemaal wílt, is er van offers geen sprake. Minder groei van consumptie en nadruk op meer immateriële zaken. Dat is geen doemscenario. Het milieubeleid tot nu toe, denk aan de jaren zestig, zeventig, heeft de consumptiegroei ook niet gestopt. Onze welvaart is zo hoog, uniek in de geschiedenis. Minder groei is geen ramp. Ik zie ook afruil: dat wij moeten inleveren zodat ze in ontwikkelingslanden ook een graantje mee kunnen pikken. Ik zei al: schaarste aan grondstoffen is niet essentieel."

Maarten Hajer: "Een overgang betekent offers. Het is altijd pijnlijk, Neem Urk met zijn windmolens van 140 meter op de dijk. Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: wat maak je me nou? Je moet uitleggen dat dat onvermijdelijk is voor een land dat onder de zeespiegel ligt. De pijn zit ook bij grote bedrijven, zoals de energiebedrijven met kolencentrales. Die gaan omvallen, hoe ga je daarmee om? Je kunt de burger wel verleiden. Kijk naar Tesla. Die heeft een sexy auto gemaakt die volledig elektrisch is. Het is voorstelbaar dat een fossiele auto zo een achterlijk aureool krijgt. Soms moet je ook compenseren.

"Dankzij de windmolens op je grondgebied blijven de bibliotheek en het zwembad open. Of dankzij uw klimaatneutrale woning houdt u meer geld in de portemonnee over."

Welke rol hebben burgers en bedrijven in een duurzame economie?
Jan Luiten van Zanden: "De rol van burgers komt op. Dat zag je op de helft van de negentiende eeuw ook. De overheid trok zich terug en burgerinitiatieven kwamen op. Daar zijn veel coöperaties uit ontstaan, de vakbeweging. Zo kwam van onderop steeds meer druk op de overheid om te gaan sturen, denk aan de sociale kwestie. Iets dergelijks kan nu weer gebeuren: landelijke bewegingen die de overheid uitdagen iets te doen.

"Ook het bedrijfsleven staat steeds meer in de startblokken. Ook dat zag je in de negentiende eeuw. Toen had je sociale ondernemers, die voor hun arbeiders zaken als huizen, pensioen en zorg regelden. Ook de lonen stegen. Die ondernemers hadden door dat dat goed voor hun bedrijf was. Dat zie je nu weer. Bedrijven als Unilever nemen het voortouw om productieprocessen te verduurzamen."

Maarten Hajer: "Consumenten worden producenten, van energie vooral. Burgers zijn geïnteresseerd als duurzaamheid hun onafhankelijkheid vergroot. Straks komt het energiebedrijf bedelen om hun stroom. Die verandering kan samen met technologie een sterke coalitie vormen. Voor de overheid, die grootschalige voorzieningen heeft aangelegd, is dat een lastig probleem.

"In het bedrijfsleven zie je grote worstelingen met verdienmodellen. Gevestigde bedrijven zitten vast aan duur vastgoed en infrastructuur, lange afschrijvingen en hoge kosten. Schijnbaar uit het niets krijgen ze concurrentie van de ICT-bedrijven uit Silicon Valley. We noemen het platformkapitalisme. Airbnb, Über, Instagram. Ze hebben weinig mensen in dienst, lage kosten en maken enorme winsten. Ze realiseren vernieuwing, maar leggen risico's bij anderen neer. Bij werknemers maar ook bij overheden.

"Bij het ontwikkelen van nieuwe manieren om geld te verdienen, moet je ook niet gestoord worden door regels uit de oude economie. Die over concurrentie bijvoorbeeld, waarbij bedrijven onderling geen afspraken mogen maken. Maar een circulaire economie is alleen maar mogelijk als je door de hele keten, van grondstof tot product, met elkaar meedenkt."

"Airbnb, Über, Instagram hebben weinig mensen in dienst, lage kosten en maken enorme winsten. Ze realiseren vernieuwing, maar leggen risico's bij anderen neer." Beeld anp

Wat zou de rol van de overheid moeten zijn?
Jan Luiten van Zanden: "Essentieel is dat de overheid de duurzaamheidsplannen steunt. Dat gebeurt alleen als de meerderheid van de bevolking dat wil. Er is een ideologisch vacuüm ontstaan. Van het neoliberalisme is men zo langzamerhand wel afscheid aan het nemen. Er is alleen nog geen alternatief. Duurzaamheid zou dat kunnen zijn: de samenleving naar eer en geweten doorgeven aan de volgende generatie, dat is een groot verhaal. Daarvoor moet het roer om in Den Haag en Brussel, maar ik zie nog niet de mechanismen die dat op gang brengen."

Maarten Hajer: "De overheid doet nu niets, maar heeft wel de sleutel in handen. Er is een groots plan van aanpak nodig, een Deltaplan. We moeten van een economie waarin alles grenzeloos leek, naar een economie van de eindigheid. Bedrijven gaan niet rennen als de politiek geen signaal geeft. En die heeft het natuurlijk lastig. Met groene politiek zijn nergens ter wereld stemmen te winnen."

Is er in de groene toekomst nog groei?

Jan Luiten van Zanden: "Je kunt niet zeggen dat de aandacht voor het milieu in de westerse wereld de vorige eeuw de groei ernstig heeft benadeeld. Kijk ook naar Nederland. De landbouw met zijn vele chemie en mestoverschot is steeds meer aan banden gelegd, ondanks de grote belangen in die sector. Zijn we daar slechter van geworden in de zin van welvaartsverlies? Vergroenen wil niet zeggen dat er een einde aan de groei komt. Het zijn twee aparte processen. Als je terugkijkt in de geschiedenis, worden we elke tijd zoveel slimmer, met groei als gevolg. Dat zal nooit ophouden."

Maarten Hajer: "Vergroening is ook een probleem van verbeelding. Neem die gekke buurman die als eerste zonnepanelen op zijn dak legt. Als duidelijk wordt dat je er geld mee bespaart op je energierekening en niet meer afhankelijk bent van je stroomleverancier, gaat er een licht op. Voor je het weet, zit de hele straat aan de zonnepanelen. In die fase zitten we nu al. Dat is veel sneller dan ik had gedacht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden