Groene Gids

Kan de uitvaart duurzamer?

Wie in Nederland overlijdt, wordt gecremeerd of krijgt een (natuur)begrafenis. Iets als resomeren (het lichaam oplossen in een bijtende stof) mag niet van de wet. Cremeren wordt steeds populairder: 63 procent van de overledenen wordt gecremeerd. Het is de meest vervuilende vorm van afscheidnemen van het aardse bestaan, zo blijkt uit een studie van TNO uit 2014 naar de milieueffecten van begraven dan wel cremeren.

Volgens TNO betekent een doorsnee crematie een CO2-uitstoot van 208 kilogram, wat gelijkstaat aan een autorit van Amsterdam naar Praag. Honderd kilogram daarvan is toe te schrijven aan verbranding van het lichaam en de kist met aardgas. De rest gaat op aan transport van onder meer de kist van het uitvaartcentrum naar het crematorium, en aan de productie van de urn. 

Verduurzaming van de crematie is mogelijk, zo is er al een elektrisch crematorium in Geleen, ook zijn er plannen voor één in de stad Groningen. Gas komt er daar niet aan te pas. Onlangs opende in Beesd een crematorium dat de lat nog iets hoger legt. Dat crematorium draait op zonne-energie en claimt dat het energieneutraal is. De oven is gemaakt van steen, waardoor die de warmte lang vasthoudt. Dat scheelt in de stookkosten, omdat er per dag vaak meerdere crematies zijn. 

Wie kiest voor een begrafenis, eist aardig wat meters op. Vereist een plekje op een urnenmuur na crematie maar één vierkante meter, een gemiddeld graf vergt per persoon tien vierkante meter grond. Daarbij zijn de paden en groenvoorziening van het kerkhof inbegrepen.

Een volledige begrafenis, van kist tot graf, betekent een CO2-uitstoot van 95 kilogram per persoon, grotendeels toe te schrijven aan transport, voor de levering van de kist en vooral voor de grafsteen of -zerk. Die zijn verantwoordelijk voor de meeste CO2-uitstoot, want het steen komt meestal uit het buitenland. Volgens de Landelijke Organisatie Begraafplaatsen leveren vooral Italië, Portugal en België deze speciale steensoorten, goed voor een gemiddelde afstand van 1267 kilometer. Ook China en India produceren grafstenen. De klimaatimpact daarvan is onbekend. 

Een rouwstoet op de fiets

Begraven of cremeren, voor de milieubelasting van de rouwstoet of het transport van de kist maakt dat weinig uit. Al kan die belasting naar beneden. Zo zorgt een rouwstoet op de fiets voor minder uitlaatgassen.

En wie niet kiest voor een luxe import-kist maar voor soberheid belast het milieu al snel minder: een kist van onbewerkt hout van Nederlandse bodem of een mandkist van wilgentenen. Nabestaanden die na het ruimen van een graf de steen recyclen, zijn goed bezig. Zo’n steen is opnieuw te slijpen en te graveren.

Beeld Herman Engbers

Wie van de gebaande paden afwijkt, komt terecht op de natuurbegraafplaats, op een landgoed of in een bos. Sinds 1991 is natuurbegraven wettelijk toegestaan en de populariteit groeit. Logisch, vindt Roy van Boekel, initiatiefnemer van Natuurbegraven Nederland. Volgens hem is dit het allerbeste voor het milieu. Zijn organisatie beheert verschillende natuurbegraafplaatsen. “Ik geloof dat de kracht van de natuur iets moois biedt aan de mens”, zegt Van Boekel. De precieze CO2-impact van natuurbegraven is onbekend. Daarvoor is dit nog een te jonge bedrijfstak. 

Tegenstanders van begraven in de natuur wijzen op zware (graaf)machines die het bos overhoop halen. Onzin, vindt Van Boekel. “Soms moet je een beetje ingrijpen in de natuur. Zo pakken we bodemverzakking aan. De eerste maanden heeft dat een negatief effect, machines verstoren de rust, maar op de lange termijn zijn planten en dieren juist beter af.” Zo is dat ook afgesproken met de grondeigenaren, onderstreept Van Boekel: de natuur moet eeuwig blijven. 

Een ander argument tegen natuurbegraven is dat de mens een ‘afvalvat’ zou zijn. Ons lichaamsvet bevat zware metalen en medicatieresten van de middelen die we bij ziekte hebben ingenomen. Moet dat de natuur in? Van Boekel: “Er is bodemonderzoek gedaan bij de normale begraafplaatsen, die bleken niet vervuild. Medicatie breekt snel genoeg af en tast de grond niet aan.”

Al in 2009 concludeerden onderzoekers van Alterra, tegenwoordig Wageningen Environmental Research, dat de milieubelasting door begraven van stoffelijke resten op natuurterreinen verwaarloosbaar is. “Van niet- of langzaam afgebroken medicijnen zullen de gehaltes in bodem of grondwater, na vrijkomen uit het lichaam, zo gering zijn dat daar geen effect op milieu of ecosysteem van is te verwachten”, schrijven de onderzoekers.

NB: in eerdere versie van dit artikel stond dat in Groningen een elektrisch crematorium is zoals in Geleen. Dit klopt niet, die moet nog gebouwd worden. 

Lees ook:

Een schone uitvaart is zo makkelijk niet 

Stichting GreenLeave roept begrafenis-ondernemers en kistenmakers op de grafkist van spaanplaat zo snel mogelijk te vervangen door een duurzaam alternatief. Maar is spaanplaat wel echt zo’n probleem?

Bio-urnen en elektrische rouwwagens: zelfs het crematorium wordt duurzaam

Afscheid nemen van een overledene kan steeds milieuvriendelijker, dankzij nieuwe vondsten van de uitvaartbranche. Van ‘groene’ kisten en bio-urnen tot elektrische rouwwagens en ultrazuinige crematieovens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden