Veesector

Kalveren houden zonder antibiotica: boerin Ilse is ervan overtuigd dat het kan

Boerin Ilse Antonissen in het stro met een van haar dieren. Beeld Ton Toemen
Boerin Ilse Antonissen in het stro met een van haar dieren.Beeld Ton Toemen

Terwijl in de gehele veesector antibioticagebruik drastisch is teruggebracht, blijft de toediening van het medicijn in de kalverhouderij te hoog, vinden dierenwelzijnsactivisten. Boerin Ilse Antonissen probeert te laten zien dat het anders kan.

Het is de stal van haar vader, op het bedrijf waar ze is opgegroeid. Toch krijgt boerin Ilse Antonissen (34) zichtbaar de kriebels als ze langs de hokken met kalfjes loopt. De dieren zitten met zo’n tien kalveren in een hokje. “Conform de wettelijke norm van 1,8 vierkante meter per dier”, wijst ze. “Verschrikkelijk. Als ze gegroeid zijn nemen ze zelf ongeveer al die ruimte in.” En die lúcht. “Als ik hier een halve dag in de stal werk, zit mijn neus dicht en heb ik moeite met ademen.” De dieren staan op een betonnen rooster waar de mest en urine doorheen loopt, waardoor er een sterke ammoniakgeur hangt. “Moet je nagaan hoe het is als je de hele dag boven zo’n rooster zit.”

Het kalverbedrijf van de familie houdt zo’n 800 kalveren. Die zijn afkomstig van melkveebedrijven, die niets kunnen met het overgrote deel van de kalfjes die worden geboren. De familie brengt ze groot totdat ze een maand of acht zijn; dan worden ze geslacht. Het meeste vlees gaat naar het buitenland. Zoals in de hele Nederlandse kalverhouderij.

Antonissen was de beoogde opvolger voor het kalverbedrijf vlak bij het Brabantse Etten-Leur. Maar op de reguliere manier kalveren houden, ziet de boerin absoluut niet zitten. “Ik word er doodongelukkig van.” Bij wijze van experiment heeft Antonissen daarom op het bedrijf twee hoekjes van haar vader gekregen. Daar mag ze op ‘haar manier’ kalveren uit de melksector grootbrengen. Onder de naam Blije Buiten Beesten brengt ze het vlees aan de man.

Gezond genoeg om het zelf af te kunnen

In die twee hoeken heeft Antonissen aparte, open stallen ingericht. Daar staan in totaal zes dieren, op stro, in de buitenlucht. Sterke, gezonde kalveren, volgens de boerin, die de dieren over hun snuiten aait. Ze knabbelen enthousiast aan de mouw van haar jack.

De jongste drie kalveren uit het experiment delen een schuur met de ‘ziekenboeg’, een gedeelte met stro waar zieke kalfjes uit de reguliere stal kunnen herstellen. Toch zijn ‘haar’ kalveren nog helemaal niet ziek geworden, zegt Antonissen trots. “Ze zijn waarschijnlijk wel blootgesteld aan de ziektekiemen van de andere kalveren, maar zijn gezond genoeg om het zelf af te kunnen.”

De oude situatie in de stal van de familie Antonissen, met kalveren op betonroosters. Beeld Ton Toemen
De oude situatie in de stal van de familie Antonissen, met kalveren op betonroosters.Beeld Ton Toemen

De drie jongste dieren van de boerin zijn zelfs zo gezond gebleken, dat ze nog helemaal geen antibiotica nodig hebben gehad. Dat mag best bijzonder heten, want van alle veesectoren is antibioticagebruik in de kalverensector relatief hoog, stelt stichting Dier&Recht, die vandaag een rapport over antibioticagebruik bij kalveren publiceert. In de gehele veesector nam de toediening van het medicijn vanaf 2009 met zo’n 70 procent af, om zo antibioticaresistentie tegen te gaan. In de kalverensector halveerde het antibioticagebruik. Ondanks pogingen van de sector zelf om nog verder te minderen krijgt een witvleeskalf, bestemd voor de slacht als het zes maanden oud is, zo’n negen tot veertien dagen antibiotica. Een melkkoe krijgt daarentegen slechts drie dagen per jaar een kuurtje. Dat medicijngebruik is problematisch, stelt de stichting, omdat het voor meer resistente ziekteverwekkers zorgt. Volgens Dier&Recht was in 2019 ongeveer 20 procent van de E.colibacteriën in de darmen van vleeskalveren resistent tegen vier of meer groepen van antibiotica.

Bij elkaar gezette kalveren

Maar het verminderen van antibioticagebruik in de kalverhouderij is geen sinecure, weet Antonissen. De sector werkt nu eenmaal op een bepaalde manier, die moeilijk te veranderen is. Om te beginnen worden op de reguliere kalverbedrijven de kalfjes op jonge leeftijd van allerlei melkveebedrijven gehaald en bij elkaar gezet. “Ze hebben allemaal verschillende ziektekiemen bij zich en maken zo elkaar ziek.” Luchtweginfecties, diarree en borstvliesontsteking komen het meest voor; zonder antibiotica redden veel kalveren het vooral in de eerste weken niet.

Daarnaast weten kalverboeren vaak niet of de beestjes vlak na hun geboorte genoeg biest hebben gehad, de eerste volvette melk van een koe die een schat aan antistoffen bevat. Antonissen haalde haar nieuwste kalveren daarom zelf bij de melkveeboer. “Ik weet dat deze dieren goed biest hebben gekregen. Ze kunnen dus wel wat hebben.” Ze is er ook van overtuigd dat de frisse lucht haar dieren goed doet. “In april gaan ze de wei in, daar verheug ik me echt op.”

Boerin Ilse Antonissen. Beeld Ton Toemen
Boerin Ilse Antonissen.Beeld Ton Toemen

Volgens Dier&Recht wijst het hoge antibioticagebruik erop dat de hele kalverensector drastisch hervormd moet worden. Maar Antonissen realiseert zich ook dat niet iedere boer de tijd heeft om zijn bedrijf te runnen zoals zij dat doet in haar experiment. “Als mijn vader alles op mijn manier zou moeten doen, gingen we meteen over de kop. De prijs voor kalfsvlees is niet hoog en daar kan de individuele boer niets aan veranderen. Het enige wat hij kan doen is de kostprijs drukken.” Om rendabel te kunnen zijn, moet ze daarom zelf wel een iets andere weg inslaan, vertelt ze. Ze laat ‘haar’ kalveren opgroeien en verkoopt het rundvlees in Nederland. Bij vijftig verkochte dieren per jaar kan ze van haar dieren leven.

Rooskleuriger toekomstbeeld

Maar Martien Bokma, onderzoeker bij de Wageningen Universiteit & Research, ziet de toekomst van de kalverboeren veel rooskleuriger in. Zij zegt dat de kalverensector ‘niet achterblijft’ in het terugbrengen van antibiotica vergeleken met andere sectoren. “De daling in antibioticumgebruik zet de laatste jaren nog steeds door.” Dat is knap, zegt de wetenschapper, zeker omdat in geen andere sector zoveel dieren van verschillende bedrijven bij elkaar worden gebracht. Ook nuanceert Bokma het gevaar van resistente bacteriën. “Voor de mens cruciale antibiotica worden nauwelijks meer gebruikt in de veehouderij. Daardoor is de kans op problematische resistenties klein.”

Volgens Bokma is het terugdringen van antibioticagebruik op kleine bedrijven simpeler gebleken dan op grotere bedrijven. Maar ook die bedrijven zijn soms best succesvol in het toepassen van minder antibiotica, heeft recent onderzoek uitgewezen. “Als er sprake is van vakmanschap, sterke focus op de kalveren en een duidelijke strategie voor de inzet van antibiotica kan het gebruik vaak laag worden gehouden.”

Verdrietig, maar onvermijdelijk

Op de boerderij bij Etten-Leur klopt Antonissen nog eens op de hals van een lichtbruine vaars. Over twee weken gaat ze naar de slacht, vertelt ze. Dat is moeilijk voor de boerin, die haar als kalf in haar eigen tuin bij het woonhuis hield. Ze zal haar zelf brengen, in de trailer, tien minuutjes rijden naar een klein slachthuis in Etten-Leur. Verdrietig, vindt ze, maar onvermijdelijk. De boerin eet zelf ook vlees en vindt dat ze daarom de verantwoordelijkheid heeft om goed voor haar dieren te zorgen, tot aan het laatste moment.

En als de vaars eenmaal weg is, ontstaat er ook plek voor een nieuw kalf. Dat heeft Antonissen al uitgezocht bij de melkveehouder met wie ze samenwerkt. Op haar telefoon laat ze een filmpje zien van een dartelend kalfje. “Zo leuk. Maar als ik me te veel ga hechten, dan komt het niet goed. Dan kan ik er wel helemaal mee ophouden.”

Lees ook: 

In de vier innovatieve varkensflats van Yang ­Xiang komt geen virus binnen

Diep in de bergen van Zuid-China staan vier varkensflats waar in totaal 35.000 zeugen en beren huizen. Een knap virus dat nog doordringt in het gesloten complex. ‘In Nederlandse megastallen komen de varkens ook nooit buiten.’

De mens kan nog wel wat opsteken van de mier wat betreft antibioticagebruik

De mens bestrijdt met antibiotica ziekteverwekkers, maar ziet resistente varianten daarvoor terugkomen. Daar heeft de landbouwende mier geen last van, terwijl die toch ook antibiotica gebruikt. Hoe krijgt die mier dat voor elkaar?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden