Juichen voor een poepende paling

Een paling in het laboratorium van Glasaan Volendam, waar het kweken van de vis wordt onderzocht Beeld Olaf Kraak

In Volendam onderzoekt Petra van Dijk de raadsels rond de paling. Mogelijk heeft ze een doorbraak bereikt: gekweekte palinglarven voer laten eten. 'Als dit lukt, hebben we goud in handen.'

Vrijdag 8 april 2016 kan in Volendam wel eens een historische dag blijken te zijn, de dag van een wetenschappelijke doorbraak. De ontdekking werd gedaan op een industrieterreintje met onooglijke loodsen: van een speelgoedhandel, een visverwerker en een fabrikant van zonweringen. Daartussen, achter een grote roldeur, is sinds 2011 een soort biologisch laboratorium ingericht. Met geld van het Europese Visserijfonds, het ministerie van economische zaken, de provincie Noord-Holland en particuliere investeerders wordt geprobeerd hier te bereiken wat nog nooit iemand is gelukt: het kunstmatig kweken en in leven houden van palingen, vanaf hun geboorte.

Dát, zegt Petra van Dijk maar gelijk, is ook bij Volendam Glasaal nog niet gelukt. Toch is de aquacultuur-biologe, die het palingkweekexperiment op het industrieterrein leidt, sinds die vrijdag in april licht euforisch.

Buiten was het koud maar zonnig, het leek een werkdag te worden als zovele: een die begint met de hoop op succes en de verwachting dat dat waarschijnlijk uit zou blijven. Van Dijk schepte uit een aquarium wat glasaallarfjes en bekeek die onder de microscoop. Want zover is het experiment al wel gevorderd: volwassen palingen worden kunstmatig geslachtsrijp gemaakt, waarna de eieren van het vrouwtje bevrucht worden met zaad van het mannetje.

Van Dijk wijst de weg naar een donkere ruimte waar grote, afgesloten waterbakken staan. Ze licht een deksel op en wijst op de vissen in de bak: mannetjespalingen, veel kleiner van stuk dan de vrouwtjes in de belendende ruimte. "Alle respect voor mannen, hoor", zegt ze, "maar in de natuur is eigenlijk alleen hun zaad van belang."

Ongeveer 48 uur na de bevruchting worden er larfjes geboren. Ze zijn zo klein dat ze met het blote oog nauwelijks waarneembaar zijn, ook al omdat ze doorzichtig als glas zijn. De larfjes kunnen op eigen kracht een dag of twintig overleven. Daarna hebben ze voedsel nodig. Maar wat eten ze? Niemand die het weet.

Petra van Dijk (rechts) en een collega onderzoeken glasaaltjes in Volendam Beeld Olaf Kraak

Raadsel
In de natuur worden de jongen van de paling geboren in de Sargassozee (het uiterste westen van de Atlantische Oceaan, bij de Bermudadriehoek) waarna die zich op de golfstroom naar de Europese kusten laten drijven. Wat ze gedurende die maandenlange reis eten, is onbekend, vertelt Van Dijk. Er bestaat een theorie dat ze zich voeden met 'marine snow', organische stof die naar de bodem van de oceaan zakt, maar bewezen is dat niet.

Dat is nu het mooie van wetenschap, lacht ze: we kunnen menselijke embryo's dagenlang in een petrischaaltje laten groeien, maar hoe een glasaaltje zich in leven houdt is nog altijd een raadsel. Dat raadsel fascineert haar - tijdens haar studie deed ze onderzoek naar de voortplantingshormonen van het mannetje van de Japanse aal.

En sinds ze na haar afstuderen, nu twee jaar geleden, bij Glasaal Volendam kwam werken, heeft ze van alles geprobeerd om het raadsel op te lossen. Dat is elke dag trial and error, zegt ze: voer aan de jonge palinkjes aanbieden en maar afwachten of ze het opeten en erop kunnen leven. Eigenlijk was elke dag de conclusie dat het wéér niet gelukt was. "Je hebt voor dit werk uithoudingsvermogen nodig", zegt Van Dijk. "Vaak gebeurt er heel lang niets."

Dus dan maar ander voer, en weer afwachten. Die vrijdag in april stelde Van Dijk zonder bijzondere verwachtingen haar microscoop scherp. Ze keek, keek nog eens, en geloofde haar ogen niet. Ze maakte een foto, bekeek die in groot formaat op haar beeldscherm, en riep haar collega erbij. Ze keken naar de foto en naar elkaar - eerst vertwijfeld, toen verwachtingsvol en ten slotte verrukt. Van Dijk riep uit: "We hebben poep!"

Het bewijsmateriaal werd voorgelegd aan deskundigen - de universiteit Leiden participeert in de kwekerij - en die durfden met 99 procent zekerheid te stellen: hier is gepoept. Van Dijk en haar collega dronken er een biertje op.

Poep is belangrijk, heel belangrijk. Het duidt op spijsvertering: als er iets uitgekomen is, moet er ook iets in gegaan zijn. De ontdekking van voer waarop glasaallarven kunnen leven, is een wetenschappelijke doorbraak van de eerste orde. Wat ze de diertjes te eten heeft gegeven? "Dat kan ik niet vertellen", glimlacht Van Dijk. "Dat is nu net ons geheim."

De sleutel tot het biologische succes is namelijk ook de sleutel tot financieel succes. Glasaaltjes, weet Van Dijk, zijn rond de 500 euro per kilo waard, en er zijn tijden geweest dat dat het dubbele was. Volgens Volendam Glasaal is er wereldwijd behoefte aan meer dan 350.000 kilo glasaal per jaar. De afgelopen 40 jaar was de vraag naar paling (voor consumptie) altijd groter dan het aanbod. "Als het ons lukt om op grote schaal glasaaltjes te kweken, hebben we goud in handen."

Investeerders
Met die belofte worden in Volendam ook de investeerders gelokt. "Wat we hier doen, is een soort loterij", zegt Van Dijk. "Het gaat ons een keer lukken de hoofdprijs te winnen. De vraag is alleen wanneer." Doelen heeft de Volendamse kwekerij zich wel gesteld: in 2020 moet het gelukt zijn glasaaltjes in leven te houden. Van Dijk: "Vorig jaar hadden we voor het eerst larven. Nu hebben we larven die eten. Het gaat snel."

Al dat onderzoek heeft tot nu toe een investering gevergd van zo'n twee miljoen euro, en tot 2020 verwacht Glasaal Volendam nog "veel geld" nodig te hebben. Dat moet er uiteindelijk voor zorgen dat Nederland ook paling kan blijven eten als de wilde populatie daarvoor te klein is geworden. "Mensen die in ons investeren doen dat niet voor het rendement", zegt Van Dijk. "Die willen meehelpen om de paling te redden." Merkwaardig vindt ze dat streven niet. Integendeel. "De varkens, koeien of kippen die we eten, fokken we ook zelf. Waarom zou je dat met vissen niet doen? Het is niet van deze tijd om voor ons voedsel afhankelijk te zijn van de wilde natuur."

Bovendien, zegt ze, hóórt de paling bij Volendam. Om te symboliseren dat dit cultuurgoed niet verloren mag gaan, is de burgemeester van Edam-Volendam commissaris bij de kwekerij.

Of 8 april 2016 inderdaad de geschiedenis in zal gaan als de dag van de doorbraak moet nog blijken. Er is nog veel werk te verzetten, zegt Van Dijk. "Dat de larven dit voer hebben gegeten is één ding. Nu moeten we nagaan of ze er op blijven groeien, of dat ze later ander voer nodig hebben. Uiteindelijk zoeken we voer dat een opgekweekte paling de eigenschappen geeft die een wilde paling van de natuur meekrijgt."

Het larfje dat als eerste at, leeft inmiddels niet meer. Het is 26 dagen oud geworden.

Uitzetten in zoet water
Het gaat slecht met de paling - althans vergeleken met vijftig jaar geleden. De Europese Unie hanteert als regel dat de palingstand op peil blijft als er zoveel glasaaltjes vanuit zee de binnenwateren binnenkomen als gemiddeld in de periode 1960 tot 1979. In Nederland wordt op 12 punten gemeten hoeveel glasaal er binnenkomt. De paling wordt namelijk geboren in zout water, maar groeit op in zoet water. Onder meer de afsluiting van kusten - als bescherming tegen overstromingen - belet de paling de toegang tot het zoete water. Op twee manieren wordt geprobeerd de stand van de paling te verhogen: door de vissen kunstmatig te kweken en door jonge palinkjes uit zee te vissen en in zoet binnenwater weer uit te zetten. In beide gevallen zijn er hoge verwachtingen maar nog weinig duidelijke resultaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden