Beeld Loek Buter

Column Renske Jonkman

Jagers op ons erf

Vroeg in de ochtend schrikken we wakker door het geknal van de jager. Buiten is het nog donker, alleen een strook van diep-paars licht priemt boven de horizon. De jager moet nauwelijks een haas van een fazant kunnen onderscheiden. Eenmaal beneden hoor ik door het kleine badkamerraampje een vlucht ganzen luid gakkend overvliegen. Is het raak?

Ook mijn dochters van zes en drie jaar vliegen de trap af naar beneden, gewekt door de schoten. Of ik het ook heb gehoord, vragen ze. Staand bij het donkere keukenraam kijken ze, in flanellen pyjama’s en met warrige pluisharen, naar de jeep die door het weiland scheurt. Het felle licht van de koplampen schijnt in het hoge gras. De jongste vraagt bezorgd of hij niet óók onze pony’s doodschiet. Ik stel haar gerust. We ontbijten. Drinken koffie. De zon komt op.

Met kerst een kruidenbitter

Een paar jaar terug ontmoette ik de jager voor het eerst. Een goed uitziende jonge gast die samen met nog drie andere jagers, zijn vader en twee oudere ooms, over ons erf liep. Allemaal op legerschoenen en in camouflagekleding, waarvan één met een legergroene tulband op zijn hoofd. Ze bleven voor me staan, geweren over hun schouders. Of ze achterop ons land mochten schieten, op de hazen en ganzen, en ze knikten naar de akkers waar de mist boven hing. De vorige bewoners vonden dat immers ook prima, dus wij toch ook? Ik twijfelde. We huurden de woning nog maar nét, de stad zat nog vers in mijn bloed, en bovendien wist ik nauwelijks iets van de gebruiken hier, laat staan van jagen. Was dit niet gewoon noodzakelijk wildbeheer? Want verruïneerden al die ganzen niet het boerenland? En als ik het zo zielig vond voor die ganzen, wat te denken van de opgezette fazant, die zo sierlijk bovenop onze servieskast staat te pronken?

Ik liet de jagers lopen. Ze verdwenen in de mist. Als dank krijgen we elk jaar rond Kerst een flesje kruidenbitter, een Texels juttertje. Nooit een stuk wild, hoewel dat logischer en een stuk lekkerder zou zijn, aangezien al die hazen en ganzen toch bij ons achterop het land lopen.

Zodra de jeep voor de laatste keer over het weiland hobbelt blijft het buiten even stil. Geen vogel in de lucht. Ze nemen het zekere voor het onzekere. Dan vliegen de eksters alweer uit de bomen. De pony’s leven nog, de kippen lopen vrolijk in hun hok. Ook de vlucht ganzen vliegt luid gakkend over, als een stel oude wijven dat elkaar al tijden niet heeft gesproken, en ze nestelen zich achterop het weiland, tussen de greppels en de sloten alsof er nooit iets is gebeurd.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden