Onterecht kreeg het rapport ‘De grenzen aan de groei’ de reputatie van een doemprofetie, zegt klimaatjournalist Jaap Tielbeke. ‘De kern is dat ongebreidelde groei onhoudbaar is.’

InterviewJaap Tielbeke

Jaap Tielbeke herlas het Club van Rome-rapport. ‘Ik dacht, nu ga ik lezen hoe de wereld ten einde komt’

Onterecht kreeg het rapport ‘De grenzen aan de groei’ de reputatie van een doemprofetie, zegt klimaatjournalist Jaap Tielbeke. ‘De kern is dat ongebreidelde groei onhoudbaar is.’Beeld Patrick Post

Vijftig jaar geleden verscheen het roemruchte De grenzen aan de groei van de Club van Rome. Wat stond er precies in dat rapport en wat is er sindsdien met die boodschap gedaan? Jaap Tielbeke, klimaatjournalist, zocht het uit.

Frank Straver

‘Ik bezit een eersteklas ticket op de Titanic’. Iets mooiers kreeg Dennis Meadows niet over zijn lippen, toen Jaap Tielbeke deze rekenmeester van De grenzen aan de groei (1972) vroeg hoe hij zijn lot als mens nu inschat. Er is in een halve eeuw geen bal gebeurd met de alarmerende waarschuwingen uit 1972, vindt Meadows, destijds hoofd van een team van onderzoekers aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), dat het rekenwerk uitvoerde voor de Club van Rome, waarin voornamelijk zakenmensen zaten. ‘Hij is pessimistisch, moegestreden’, zegt Tielbeke.

Opmerkelijk is dat zijn ex-vrouw Donella Meadows, co-auteur van het rapport, tot aan haar dood (in 2001) optimistisch bleef over de stapsgewijze duurzame vooruitgang in de wereld, sinds De grenzen aan de groei verscheen. Tot die hoopvolle houding voelt Tielbeke zich aangetrokken. “We zien nieuwe ideeënvorming en kantelpunten. Toch vroeg ik me af: is dit een reële ontwikkeling, of zie ik wat ik wil zien?” Dat bracht Tielbeke tot zijn boek We waren gewaarschuwd, waarin hij een halve eeuw na het veelbesproken rapport de balans opmaakt.

Jaap Tielbeke (32) is klimaatjournalist bij De Groene Amsterdammer. Hij studeerde filosofie en internationale betrekkingen en begon zijn journalistieke loopbaan bij De Correspondent. Hij schreef de boeken Een beter milieu begint niet bij jezelf (2020) en We waren gewaarschuwd (2022).

Allereerst akkerde u het rapport door. Wat las u?

“Toen ik het opensloeg, had ik in mijn hoofd dat ik nu die beroemde voorspelling ging lezen dat de wereld ten einde kwam, omdat de olie opraakte of omdat we massaal zouden sterven van de honger. Maar ik merkte dat het veel genuanceerder was. In plaats van voorspellingen las ik doorrekeningen van scenario’s, met zowel optimistische als pessimistische aannames, over voorraden van grondstoffen, vervuiling en technologische innovatie.

“Wat wel uit alle scenario’s sprak is: zolang er niets verandert aan de focus op exponentiële groei van zowel de wereldbevolking als van de materiële economie, dan stort vroeg of laat het wereldsysteem in elkaar.

“Het revolutionaire was dat dit holistische model voor het eerst met een computer berekend werd. Mensen dachten: dan moet het wel waar zijn. Terwijl de MIT-­onderzoekers benadrukten dat de computer geen glazen bol is. Ze beschreven een patroon. Exponentiële groei voorop blijven stellen, dat zou slecht aflopen. Maar er zaten ook scenario’s in het rapport waarin de curves afbogen en problemen werden opgelost. Onterecht kreeg het rapport de reputatie van een doemprofetie. De kern is dat ongebreidelde groei onhoudbaar is. Dat blijft relevant en actueel.”

U schrijft dat u geschokt bent door de parallellen tussen de milieudiscussie in 1972 en nu. Vertel.

“Opmerkelijk is dat het rapport enorme politieke impact had. Politici als Hans van Mierlo van D66 en Joop den Uyl van de PvdA zagen een groot nieuw probleem, waarop hun progressieve politiek geënt moest worden. Ze wilden nauwer samenwerken en koppelden het sociale vraagstuk aan het ecologische vraagstuk. ‘Eerlijk delen in een schoon land’ was de D66-slogan in 1972.

“Dat is nog steeds een enorm belangrijk thema in Den Haag. Het gaat over een eerlijke of een rechtvaardige transitie. Hoe krijg je mensen mee, hoe zorg je voor draagvlak? Een verschil is wel dat politici zich er nu vaak achter verschuilen. Ze zeggen: we moeten niet te hard van stapel lopen, anders gaan de gele hesjes de straat op. Terwijl de leiders van toen veel meer bereid waren leiding te nemen, mét oog voor het effect op burgers.

“In 1972 brandde direct een discussie los over het geloof in technologische innovatie. Economen vonden dat de Club van Rome onvoldoende rekening hield met nieuwe uitvindingen die milieuproblemen zouden verhelpen. Dat innovatie het probleem oplost, is nog steeds een hardnekkige overtuiging.

“Op de keper beschouwd gaat het op milieuconferenties nog over hetzelfde als toen. Hoe pakken we milieuproblemen aan, hoe verdelen we de lasten eerlijk tussen arm en rijk, Noord en Zuid? Wie draagt verantwoordelijkheid, wie draait voor de kosten op? Die vragen speelden al op de eerste milieutop in Stockholm in 1972. En ook toen deden wereldleiders steeds mooie beloftes, waarna ze in de politieke realiteit in eigen land weinig klaarspeelden. Het zijn rode draden, de afgelopen vijftig jaar.”

Hoe heeft het milieudebat zich ontwikkeld, sinds 1972?

“We doen soms of milieuvraagstukken nieuw zijn en dat we er vanwege de klimaatcrisis plotseling iets aan moeten doen. Terwijl politici en onderzoekers vijftig jaar geleden al fermere milieuplannen lanceerden. Die plannen verdwenen vanaf de jaren negentig naar de achtergrond. Toen ontstond er een hardnekkig geloof in groene groei, waardoor planetaire grenzen niet snel bereikt zouden worden. De wereld zou de klimaatproblemen binnen een groeieconomie het hoofd bieden.

“Nu de gevolgen van de klimaatcrisis voelbaar worden, begint dat geloof te wankelen en beleeft het grensdenken een voorzichtige revival.

“Opmerkelijk genoeg waren de plannen van Van Mierlo en Den Uyl bijna radicaler dan de milieuagenda van D66 en de PvdA en zelfs GroenLinks nu. Dan denk je toch: zijn we dan geen steek verder gekomen? Het ging destijds over het aan banden leggen van de groei van het luchtverkeer. Nou, Schiphol is nu vele malen groter. Het ging over investeren in openbaar vervoer, herverdeling van welvaart. Daar hebben we het nog steeds over.”

‘De stikstofcrisis is een goed voorbeeld van hoe milieuproblematiek in het klein speelt, zonder dat een adequate respons volgt.’ Beeld Patrick Post
‘De stikstofcrisis is een goed voorbeeld van hoe milieuproblematiek in het klein speelt, zonder dat een adequate respons volgt.’Beeld Patrick Post

De grenzen aan de groei wees overbevolking aan als kernprobleem, viel mij op toen ik het las. Nu lijkt dat een verboden thema. Ligt dat te gevoelig?

“Overbevolking was een enorme vrees, de Club van Rome legde daar veel nadruk op. Begrijpelijk, want de bevolkingsgroei ging in die periode hard. De discussie die ontstond, greep direct terug op het boek The Population Bomb dat een paar jaar eerder, in 1968, was verschenen. Daarin stelde bioloog Paul Ehrlich controversiële, neokoloniale zaken voor: gedwongen sterilisatie in India, geboortebeperking in Afrika. Het had racistische trekken.

“We weten dat het eigenlijke probleem niet zozeer overbevolking is, maar de overconsumptie in het rijke deel van de wereld. De rijkste 10 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de mondiale CO2-uitstoot, becijferde Oxfam Novib. Voor die scheve verdeling van welvaart had het computermodel waarmee de MIT-onderzoekers werkten geen oog.

“De ecologische voetafdruk is voor een disproportioneel deel van de rijken, dus is het terecht dat bevolkingsgroei, die overigens is afgevlakt, minder wordt geproblematiseerd. Al blijven sommigen zich erop blindstaren. Politici als Frits Bolkestein en Wybren van Haga wezen een paar jaar geleden toch weer naar Afrika. Daar moet het milieuprobleem worden opgelost, want daar gaat de bevolkingsgroei hard. Dat is een opzichtige manier om je aan je eigen verantwoordelijkheid te onttrekken. Zo hoef je niet te kijken naar je eigen ontspoorde consumptiepatroon.

“Premier Rutte zegt: we willen wat aan het klimaat doen, maar we moeten wel kunnen blijven barbecueën. Het kabinet bepleit duurzame luchtvaart, maar het aantal vliegbewegingen beperken gebeurt niet.”

Bij de titel De grenzen aan de groei dacht ik aan Niet alles kan, het advies waarin Johan Remkes stelt dat de stikstofcrisis niet opgelost kan worden, als landbouw, verkeer, industrie en bouw op dezelfde voet doorgaan.

“De stikstofcrisis is een goed voorbeeld van hoe milieuproblematiek in het klein speelt, zonder dat een adequate respons volgt. We lopen tegen een ecologische grens op, vanwege te veel natuurschade door stikstof. Met bureaucratische trucs probeerde de politiek die grens te negeren. Remkes zei, nadat de rechter het stikstofbeleid afkeurde: niet alles kan.

“Bedrijven en overheden blijven zoeken naar manieren waarop wel alles nog kan. Maar de verlaging van de maximale snelheid voor auto’s van 130 naar 100 in 2019 was een kantelpunt, een signaal van een nieuwe realiteit, waarin een milieuprobleem tot begrenzing leidt. Al blijkt de kernles van de Club van Rome, dat het groeiparadigma onhoudbaar is, moeilijk te verteren. Die les is nooit ter harte genomen.”

Hoogleraar duurzaamheid Jan Rotmans stelt: het is bon ton om te zeggen dat er sinds 1972 weinig veranderde, maar feitelijk kwam er wel degelijk een groen bewustzijn en beleid en belandde de transitie die nodig is torenhoog op de agenda. Heeft hij een punt?

“Absoluut. Ter verheldering: het rapport van de Club van Rome gaat niet over klimaatverandering. Er staat wel een grafiek in over CO2-uitstoot, maar het woord broeikaseffect valt niet. De opwarming van de aarde was niet de voornaamste zorg. Het ging over vervuiling en grondstoftekorten.

“We weten nu veel beter welke grenzen we overschrijden, dat de zeeën verzuren, dat de biodiversiteit onder zware druk staat, dat CO2 in de atmosfeer ontwrichtend werkt. Er gebeurt wel degelijk iets, met plannen en afspraken. Alleen liggen we helaas nog steeds op ramkoers.”

Jaap Tielbeke: ‘We weten dat het eigenlijke probleem niet zozeer overbevolking is, maar de overconsumptie in het rijke deel van de wereld’. Beeld Patrick Post
Jaap Tielbeke: ‘We weten dat het eigenlijke probleem niet zozeer overbevolking is, maar de overconsumptie in het rijke deel van de wereld’.Beeld Patrick Post

In 1992 kwam de Club van Rome met een tweede, nog ernstiger rapport. Het maakte geen indruk meer. De krantenkoppen in 1972 waren al zó gefocust op een mogelijke wereldramp dat het oud nieuws leek. Hebben media te hijgerig over het eerste rapport bericht?

“Als je puur afgaat op de krantenkoppen, kon je in 1972 de indruk krijgen dat de wereld binnen dertig jaar zou ophouden te bestaan. Maar die koppen doen geen recht aan de genuanceerde boodschap van de Club van Rome en het MIT-team dat de modellen maakte. Die stoorden zich eraan dat de nuance niet goed over het voetlicht kwam. Wat bleef hangen bij de gemiddelde krantenlezer was: er komt een milieuramp aan.

“Toch denk ik dat de media ook een hang hebben naar het geluid van mensen die beweren dat het wel meevalt. Dat verwart en heeft voor vertraging van milieuoplossingen gezorgd. Het is een moeilijke balans, weet ik ook zelf als klimaatjournalist: je wilt niet overdrijven, je wilt geen tunnelvisie, maar te veel ruimte voor dergelijke dwarse tegengeluiden geeft een valse balans.”

De Club van Rome schudde de wereld wakker. Hij bestaat nog altijd, maar in de luwte. Welke club komt het dichtste in de buurt, als het erom gaat de mensheid te wijzen op het lot van de aarde: het VN-klimaatbureau IPCC of Extinction Rebellion?

“Hmm, goede vraag. Ik denk toch het IPCC. De auteurs van De grenzen aan de groei presenteerden zich nadrukkelijk als apolitiek. Ze brachten de feiten, het slechte nieuws, gericht aan beleidsmakers. Het waren echt geen activisten. Hoewel klimaatwetenschappers, ook in de gelederen van het IPCC, zich activistischer uitspreken, komen zij in de buurt.

“Extinction Rebellion is de reactie van bezorgde burgers hierop. In de jaren zeventig waren die zorgen er ook, daar kwam de milieubeweging uit voort. Nu is het protest brutaler, Extinction Rebellion kiest voor burgerlijke ongehoorzaamheid, uit zorg over de ecologische noodtoestand. Dat zet meer verandering in gang dan alleen nóg meer rapporten.”

Lees ook:

Column: Hoe het kapitalisme langzaam instort

Kapitalistische groei, schrijft Irene van Staveren, draait om meer spullen maken en mensen er via marketing van overtuigen dat ze die nodig hebben, al is het maar om zich te onderscheiden van anderen. De ironie is dat marktwerking wordt opgevoerd als meest efficiënte manier om iedereen te laten genieten van de welvaart. Maar we zien steeds vaker het omgekeerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden