Een vos met een eend.

Reddingsplan weidevogels

Ja, de grutto heeft het moeilijk, maar geef de vos er niet de schuld van

Een vos met een eend.Beeld Ernst Dirksen/buitenbeeld

Omdat de intensieve landbouw het buitengebied heeft ‘vernacheld’, zijn weidevogels onbeschermd en waant de vos zich in een grote snackbar. Moet hij daarom worden bejaagd? 

Nee, hij zegt het niet hardop. Douwe Hoogland, provinciaal bestuurder in Friesland, weet hoe gevoelig het ligt, op meerdere gebieden: natuur, landbouw, jacht, huisdieren. Dus weegt hij zijn woorden zorgvuldig: “We moeten bereid zijn om ook het wegvangen van predatoren in overweging te nemen. Je moet natuurlijk goed kijken naar de instandhouding van soorten voordat je een ingreep doet. En dan gaat het niet alleen om de steenmarter en de vos.”

De goede verstaander weet genoeg, maar desgevraagd geeft Hoogland wat meer uitleg. “Hoe ging onze Friese campagne ook ­alweer? ‘Kuikens in het land, poes in de mand.’ Het is goed voor de weidevogels als kattenbezitters hun huisdier tijdens het broedseizoen ’s nachts binnenhouden. We moeten hen daarop attenderen, waarschuwen, aandacht vragen voor de grutto. Maar als zo’n kat dan toch een keer naar buiten glipt en er is toevallig een jager in het veld, ja dan kan dat bij het baasje tot tranen leiden.”

Met veenweide, natuur en biodiversiteit in zijn portefeuille was gedeputeerde Hoogland de aangewezen man om minister Schouten gistermiddag toe te spreken bij de aanbieding van het Aanvalsplan Grutto. Dit plan van voormalig milieuminister Pieter Winsemius, oud-burgemeester van Leeuwarden Ferd Crone, de Vogelbescherming, natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea en de Friese Milieufederatie moet de zieltogende weidevogels er weer bovenop helpen.

De zes ‘laagland-provincies’ (Friesland, Groningen, Overijssel, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland) waar deze vogels broeden, gaan de kar trekken, Friesland voorop. Ze zullen in overleg met boeren en natuurorganisaties dertig kansrijke gebieden selecteren, waar de grutto en andere weidevogels als de kievit, scholekster en tureluur de ruimte krijgen om ten minste 0,8 jong per paar groot te brengen, het minimum om de populatie op peil te houden. Met minder dan 30.000 overgebleven broedparen is de grutto in vijftig jaar al driekwart van z’n ­populatie kwijt.

Voorkom dat roofdieren en roofvogels er met eieren en kuikens vandoor gaan

Het plan schrijft vier drastische maatregelen voor: 1) Het ‘kansgebied’ moet minimaal duizend hectare groot zijn en open, met weinig bebouwing, bomen en struiken, zodat de vogels zicht houden op eventuele vijanden. 2) Het waterpeil moet omhoog tot 10 à 20 centimeter onder het maaiveld (nu vaak 80), zodat de weide drassig wordt en wormen aantrekt die de vogels kunnen opeten. 3) Er is aangepast agrarisch beheer nodig, met gemiddeld maar één in plaats van 2,5 koe per hectare, maaien en begrazen mag pas na het broedseizoen (half maart tot half juni) en in plaats van de injectie van drijfmest, die funest is voor het bodem­leven, rijdt de boer ruige stalmest uit. Zo groeien bloemen en kruiden die insecten aantrekken, die weer als voedsel dienen voor de vogels. 4) Voor elk gebied is een plan nodig om te voorkomen dat roofdieren en roofvogels er met eieren en kuikens vandoor gaan. Dat wil zeggen belemmeren, ­verjagen, vangen of bestrijden.

Onderzoek van vogeltellersvereniging Sovon laat zien dat het verlies van nesten door predatie in de loop der jaren is toege­nomen, vooral in Friesland en Groningen. Landelijk ging tussen 2014 en 2018 een derde van de eieren en kuikens door predatie verloren, meldde Sovon vorige maand. Ook in Oost-Nederland zijn weidevogels kwetsbaar voor roofdieren.

Jacht is het laatste middel, zegt Pieter Winsemius. “Je moet inzetten op uitrasteren en verjagen in plaats van bejagen. En dan gaat het om alle bedreigingen, niet ­alleen de vos en de slechtvalk. Zelfs de ooievaar moet je durven verjagen. En huiskatten, die zien een jonge grutto ook als prooi. We moeten zorgen dat weidevogels in de kansgebieden van de weidevogels de eerste prioriteit hebben. En ja, jacht op predatoren is dan op korte termijn de grootste klap.”

In zijn initiatiefnota ‘Weidse blik op de weidevogels’ gaat CDA-Kamerlid Maurits von Martels een stapje verder. Hij stelt voor om de jacht op de vos, ‘de grootste predator’, ook ’s nachts toe te staan; nu geldt de landelijke vrijstelling alleen van zonsopgang tot zonsondergang. Die vrijstelling moet ook gaan gelden voor de steenmarter, schrijft Von Martels in de nota die hij begin november indiende. Daarnaast stelt hij een campagne voor ‘die de schadelijke rol van (zwerf)katten in beeld brengt’. “Ik richt me op bewustwording van de eigenaren, dat hun kat niet in het veld mag komen. Het is niet zo dat alles wat beweegt maar moet worden beschoten.”

‘Het is heus niet zo dat we van vandaag op morgen de kat van de buurvrouw willen doodschieten’

Friesland had dit voorjaar al zo’n campagne, met de slagzin die Hoogland citeerde. Volgens de gedeputeerde is ‘de balans een beetje weg’. “Vroeger had je bunzingjagers, die gingen voor het velletje. Dat kan niet meer. Maar bij extra aandacht voor de weidevogel moet het misschien weer wel. Het is een lastige discussie, wat je ook doet, je krijgt overal commentaar op. Maar ook begrip. En het is heus niet zo dat we van vandaag op morgen de kat van de buurvrouw willen doodschieten.”

Die lastige discussie over predatoren zit de Groningse onderzoeker Jos Hooijmeijer dwars. Waar de een roofdieren ziet als de oorzaak van alle ellende voor de weidevogels, legt de ander de schuld van hun snelle achteruitgang bij de intensieve landbouw. Allebei hebben ze een punt, zegt Hooij­meijer, maar de nuance is zoek. Beide partijen reageren soms heftig om hun gelijk te ­halen.

Een grutto in polder Achterpoort bij Haastrecht in de Krimpenerwaard. De weidevogel broedt in dit natuurgebied na overwintering in Afrika.Beeld Hollandse Hoogte / Sijmen Hendriks

Hooijmeijer doet sinds 2004 met hoog­leraar trekvogelecologie Theunis Piersma, onderzoek naar de grutto en biodiversiteit in landbouwgebieden. Broedsucces van de nationale vogel kan een gevolg zijn van een geleidelijke overgang naar duurzame melkveehouderij. Afgelopen zomer bleek uit het onderzoek echter het tegendeel: 2020 is een rampjaar voor de grutto.

Dat komt mede door de predatoren, erkent Hooijmeijer. Maar, zegt hij, “je kunt dit niet los zien van hoe we het landschap hebben vernacheld. Partijen die nu predatie als oorzaak zien, hebben dertig, veertig jaar op hun handen gezeten en altijd naar iets anders gekeken dan de landbouw. Nu het bijna zover is dat de laatste grutto het licht uitdoet, werpen zij zich op als beschermers, met de jacht op roofdieren als oplossing.”

Er zijn door de jaren heen allerlei maatregelen getroffen en er is zeker geïnvesteerd in weidevogelbeheer, zegt Hooijmeijer. Maar veel meer geld en aandacht ging naar maatregelen die het landschap hebben veranderd. “Alle plattelandsnatuur is langzamerhand verdwenen, inclusief de kenmerkende bloemen, vlinders en andere insecten. Het landschap waar we trots op waren, zijn we bijna kwijt. De stilte in het voorjaar is soms oorverdovend.”

Het is best te begrijpen dat roofdieren nu op de korrel liggen, legt Hooijmeijer uit. “Het is superfrustrerend als je merkt dat maatregelen om de grutto te beschermen niks uithalen, omdat roofdieren de nesten leeghalen. Maar zij voelen zich prima thuis in dit landschap, er valt voor hen iets te halen op de paar plekken waar nog weidevogels broeden zonder beschutting. Dat is het snackbareffect. Predatoren zijn opportunisten, ze eten wat ze makkelijk te pakken krijgen: vooral muizen, maar in het najaar ook bramen, in de winter aangeschoten ­ganzen en in het voorjaar weidevogels.”

‘Wie geeft je het recht om vossen en marters af te schieten of roofvogels te verstoren?’

In het aanwijzen van dertig vogelweidegebieden schuilt dan ook een risico, denkt de onderzoeker. “De predatoren zullen worden aangetrokken door zo’n gebied, je hebt dus zware grensbewaking nodig. Maar wie geeft je het recht om continu vossen en marters af te schieten of broedende roofvogels te verstoren? En wat betekent dat voor de gebieden buiten die dertig enclaves, schrijven we die af? Wat doen de insecticiden die komen aanwaaien of via krachtvoer binnenkomen en met de mest weer worden uitgereden op het land? Daar zijn die dertig eilanden niet van gevrijwaard.”

Hooijmeijer trekt een vergelijking met de zadenbanken die op Spitsbergen zijn ondergebracht om plantensoorten te bewaren voordat ze zijn uitgestorven. “Zo zie ik het aanvalsplan. We proberen de grutto in enclaves overeind te houden en hopen dat de transitie van de landbouw doorzet, zodat de populatie later in een verbeterd landschap weer kan uitbreiden.”

“Benut de kans om in die gebieden opnieuw uit te vinden hoe je landbouw en ecologie met elkaar kunt verbinden, dus met water, zonder gif en kunstmest, rijke bodems, volop insecten en alternatieve prooien voor de roofdieren, dan heeft het plan zijn doel ­bereikt. Anders heb je alleen dertig gruttomusea gecreëerd.”

De discussie zet de problemen op de kaart en dat is goed, stelt Hooijmeijer. Het Aanvalsplan Grutto noemt hij prima, “zolang het niet afleidt van die stip op de horizon: herstel van de biodiversiteit op het hele platteland. En punt twee: het mag niet leiden tot het aanwijzen van de predatoren als zondebok, terwijl we dertig, veertig jaar hebben gefaald in de bescherming van de weidevogels, omdat niet centraal stond wat de vogels nodig hadden, maar wat de boer ze kon bieden.”

Veel boeren snappen dat er iets moet ­veranderen, zegt Hooijmeijer. “Maar ze moeten meer doen dan ooit is gedaan. Dat gaat niet in vijf jaar lukken.” De weidevogels kunnen niet zonder boeren, zegt Winsemius. “Hier is geen spanning tussen natuur en boer, de belangen lopen parallel.”

Wat gedeputeerde Hoogland betreft zou iedere boer de weide- en akkervogels in stand moeten willen houden. “Dat levert om te beginnen veel plezier op en het rendement, de biodiversiteit, heeft grote waarde. Ik zou daar als boer op inspelen. Eerst moet de biotoop op orde zijn, voordat je tot predatieaanpak overgaat.”

Lees ook:

Dit aanvalsplan moet de grutto redden, zoals ook de zeehond gered werd

Dertig weidevogelgebieden van duizend hectare, minder vee en toch een goed inkomen voor de boeren. Zo willen zes provincies de grutto redden. Voor 40 miljoen euro per jaar.

Honderden miljarden euro’s voor Europees landbouwbeleid worden niet goed besteed

Columnist Patrick Jansen over Europese subsidies, duurzame landbouw en biodiversiteit.

Als het aan Berno Strootman ligt, redden de boeren het landschap: ‘Je krijgt het landschap dat je kiest’

Een eerlijke prijs voor ons voedsel moet een aantrekkelijk landschap opleveren, vindt rijksadviseur Berno Strootman. Boeren kunnen daarin een centrale rol vervullen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden