GroenDoen

Is kleding per definitie duurzamer als het dicht bij huis gemaakt wordt?

Uit de collectie van Byoni. De kleding wordt gemaakt in Griekenland en Leeuwarden. Beeld Trouw

Kledingstukken hebben vaak een wereldreis achter de rug voordat ze in het winkelrek belanden. Kledingmerk ByOni houdt het liever bij Europa. Is de kleding daarmee ook duurzamer?

Design, diervriendelijk en dichtbij zijn kernwoorden voor Moniek Miedema, kunstenares, oprichtster en eigenaresse van ByOni. Ze ontwerpt kleding, koopt de stof in en laat de productie doen in fabrieken waar ze van weet dat de arbeidsomstandigheden goed zijn. Zo’n 15 procent van de collectie wordt in Leeuwarden geproduceerd, de rest in Griekenland.

Voor de zomercollectie komt voor elk kledingstuk een ‘track and trace systeem’. Doorgaans duidt die term op software die op een visuele en interactieve manier inzicht geeft in alle onderdelen van de keten over de hele wereld. ByOni geeft daar een iets nauwere invulling aan. Een reeks foto’s en teksten op de website geeft toelichting op de ontwerp- en productiefase van de kledingstukken. Het is de bedoeling dat deze informatie via een app toegankelijk wordt.

Viscose

Blazer ‘Moniek’ is bijvoorbeeld gemaakt in Griekenland. Het jasje bestaat uit viscose, de kraag is een mengsel van wol en acryl. De foto’s tonen vrouwen in ateliers, achter naaimachines en in de weer met meetlinten en stof. Informatie over de stoffabrikanten en een eventueel duurzaamheidsbeleid ontbreekt nog.

Miedema gebruikt voor haar kleding voornamelijk viscose, dat van cellulosebronnen als hout of bamboe wordt gemaakt. “Viscose is een sterk materiaal dat wel tien jaar of langer meegaat. Het kan op 30 graden worden gewassen en hoeft niet te worden gestreken. Bovendien is viscose zeer kleurvast. Het verven van de vezels gebeurt met maximaal rendement, waardoor er nauwelijks afval is, zoals bij katoen.”

Om cellulose tot stof te verwerken zijn wel veel chemicaliën nodig. In een fabriek met een zogenaamd gesloten systeem worden deze chemicaliën tijdens het productieproces opgevangen en hergebruikt of verwerkt. Als dat niet gebeurt, kunnen ze in het milieu terechtkomen en watervervuiling en vergiftiging van het leefmilieu veroorzaken.

De Italiaanse leverancier Miroglio Textile levert de meeste viscose aan ByOni. Het bedrijf heeft een gesloten productiesysteem en voert gerenommeerde keurmerken als GOTS (voor biologische herkomst van stoffen) en Oeko Tex (een gezondheidskeurmerk dat grenswaarden stelt aan resten van zware metalen en andere schadelijke stoffen in textiel). Ook is Miroglio aangesloten bij de Global Recycling Standard, die garandeert dat één of meerdere materiaalsoorten voor minstens de helft bestaat uit gerecycled materiaal.

Polyester

ByOni gebruikt ook gerecycled polyester. De voordelen van de stof wegen voor Miedema ruimschoots op tegen de nadelen. “Polyester is een bijproduct van de olie-industrie, het is niet zo dat er liters ruwe olie voor worden opgepompt. De stof gaat lang mee, blijft mooi en zit heerlijk. Niet voor niets sport iedereen erin.” Polyester en andere synthetische stoffen dragen door het loslaten van microplastics tijdens het wassen wel bij aan de plasticvervuiling in zee.

Tenslotte doneert Miedema kledingoverschotten aan het goede doel. “In de ateliers in Griekenland bevat ongeveer 1 tot 2 procent van de productie kleine foutjes in het breiwerk of de prints. Deze items kunnen de winkel niet in, daarom doneren we ze aan een kerkgenootschap. In Nederland blijft zo’n 2 tot 3 procent van de productie over, die we weggeven aan vrouwen die het moeilijk hebben. Dat zijn jaarlijks zo’n 450 tot 600 kledingstukken.”

Lynsey Dubbeld, trendanalist en auteur van het boek ‘Mode voor morgen’, ziet dat openheid over productielocaties een trend is in de modewereld. “Grote merken als H&M, Nike, Adidas en G-Star maken er serieus werk van om te laten zien waar hun kleding wordt gemaakt. Daarnaast is transparantie een belangrijk onderdeel van het Nederlandse Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Alle merken en bedrijven die meedoen, verplichten zich ertoe hun productiefabrieken in kaart te brengen en erover te publiceren.”

Michiel van Yperen, senior projectmanager internationaal bij MVO Nederland was betrokken bij de totstandkoming van het Convenant voor de kledingindustrie. Hij vindt het openbaar maken van productielocaties misschien nog wel beter dan dure audits en certificeringen omdat het dan door iedereen kan worden gecontroleerd. Certificeringen kunnen bovendien worden ‘gekocht’.

Chris Koeleman, docent aan de Amsterdamse modeacademie AMFI en oprichter van adviesbureau Q&A Quality Assistance, vraagt zich af of ByOni’s rapportage niet uitgebreider kan. “Zijn alle schakels in de keten nu duidelijk voor wie er meer van wil weten? Is de herkomst van de materialen helder of beperkt de transparantie zich tot de plek waar de stoffen worden afgeleverd en het eindproduct in elkaar wordt gezet? Zijn er audits door derden om dit te bevestigen?”

Microplastics

Wat betreft materiaalgebruik is het duurzame plaatje minder eenduidig. Gerecycled polyster doet het relatief goed, al is het vrijkomen van microplastics tijdens het wassen een nadeel. Koeleman benadrukt dat het recyclen van polyester nog amper gebeurt. “Het kan alleen met schone PET-flessen, de verwerking van kleding staat nog in de kinderschoenen. Mengsels van stoffen met polyester zijn nog moeilijker.”

Viscose is nog lastiger. In een indeling van de (inmiddels opgeheven) duurzame mode-organisatie Made-By kwam het als een van de slechtste opties uit de bus. In een vergelijking van verschillende textielsoorten die voorlichtingsorganiatie Milieu Centraal liet maken door onderzoeksbureau CE Delft scoorde de stof vooral slecht op chemicaliëngebruik.

Woordvoerder Lara Peters van Milieu Centraal nuanceert echter dat viscose uit Europa duurzamer is dan die uit Azië, omdat de productieprocessen verschillen. De stof kan milieuvriendelijk(er) worden gemaakt, bijvoorbeeld onder merknaam Tencell.

Dan het doneren van overschotten. Dubbeld ziet dat als een vorm van sociaal ondernemen, zeker omdat onverkochte collecties bij andere merken nog wel eens worden verbrand. Van Yperen beaamt dat, maar vindt het meer liefdadigheid dan sociaal ondernemen, omdat bij de laatste een business model wordt gebouwd rondom een maatschappelijk probleem. Koeleman vindt het verlengen van de levensduur altijd milieuvriendelijk.

Daar gaat het Miedema ook om. “Mijn visie op duurzaamheid zit in levensduur, arbeidsomstandigheden en het eerlijk verdelen van de prijzen. Langer dragen is minder kopen. Daarom ontwerp ik zo tijdloos mogelijk.”

Groen Doen

In de serie Groen Doen worden als duurzaam aangeprezen producten kritisch bekeken. Lees hier meer afleveringen.

Lees ook:

Geef verduurzaming een zetje: stel eens een vraag in een kledingwinkel

Op het podium van de Sustainable Fashion Week laten (jonge) ontwerpers hun plannen voor een duurzame, circulaire mode-industrie zien. De mode-industrie is een smerige industrie: in Nederland alleen wordt jaarlijks 235 miljoen kilo textiel weggegooid, de textielindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2-uitstoot. 

Met ‘De Knip’ maak je al vijftig jaar een kledingstuk dat niemand heeft

Al een halve eeuw is ‘de Knip’ het kompas voor thuisnaaisters. Was je eigen kleding maken in de beginjaren nog bittere noodzaak, nu is het een statement tegen de wegwerpmaatschappij, weten ze op de Knip-redactie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden