Jelle's weekdier

Is het tijd dat de duivenhouderij Nederlands erfgoed wordt?

Beeld anp

Nog levendig herinner ik me de vreemde geluiden die ik regelmatig hoorde toen ik als zeven- of achtjarige in mijn bed lag, ook 's zomers netjes om zeven uur, zo ging dat vroeger. Steevast begon iemand even later met iets te rammelen, het klonk een beetje als de centenbak van de orgeldraaier. 

Het was de buurman, en zijn gerammel met een blikken bus vol duivengrit werd afgewisseld met roepen: "Kom, kom, kom. Kom maar. Kom dan! Kom, kom, kom!" Zo stond hij soms wel tien minuten te rammelen en te roepen om zijn duivenzwerm binnen te lokken. In de achtertuin stond een groot houten hok waarin hij zijn duiven hield. Af en toe deed hij mee aan wedstrijden, die destijds trouwens leuke radio opleverden, zoiets als de waterstanden; er werd omgeroepen waar en wanneer er duiven waren gelost.

Duivenhouden is een eeuwenoude bezigheid, die niet als hobby begon, maar uit culinaire en communicatieve overwegingen. Bij kastelen en buitenplaatsen hield men duiven in een duiventoren, een veelal gemetseld bouwwerk waarin zich vaak honderden nissen bevonden die de duiven als nestelplek konden benutten. Een columbarium heette zo'n ding (de columbaria op begraafplaatsen waarin urnen worden bijgezet heten zo vanwege de vormovereenkomst, een muur met nissen). 

Duiven werden gegeten en gebruikt als postduif. Dat eerste heeft ons een spreekwoord opgeleverd ('de gebraden duiven vliegen hem in de mond') en dat laatste een aantal oorlogshelden.

Duivenbode

Tijdens het Spaanse Beleg van Leiden in 1574, toen de situatie penibel werd, bood ene Willem Cornelisz zijn duiven aan om vanuit de stad te corresponderen met Willem van Oranje die zich in Delft bevond. Hierdoor wist men dat redding nabij was. 

Op 3 oktober konden de watergeuzen Leiden ontzetten en de uitgehongerde bevolking van haring en wittebrood voorzien. De genereuze duivenmelker kreeg van het dankbare gemeentebestuur het recht de achternaam Van Duivenbode te voeren én een familiewapen met duiven. Iedereen die Van Duivenbode heet, stamt af van Willem Cornelisz, de duivenbode.

Eeuwen later, begin juni 1916, belegerden de Duitsers het Franse Fort de Vaux bij Verdun. De telefoon werkte niet. Een Franse postduif, Le Vaillant, was de laatste vogel die de radeloze fortcommandant kolonel Sylvain Raynal ter beschikking had. Vaillant kreeg een briefje mee en werd losgelaten. 

Hij arriveerde laverend tussen gaswolken en geweervuur in de citadel van Verdun, maar het vervolgens gezonden ontzettingslegertje zou niet meer baten. Het fort viel korte tijd later. De heldhaftige duif kreeg in de jaren 1920 een hoge militaire onderscheiding. Een plaquette in het fort herinnert aan de gevederde postbode.

Sindsdien lijkt de duivenhouderij een hobby voor de wat oudere man te zijn geworden, en dat wordt in sommige kringen betreurd. Om die reden is het duivenhouden onlangs op de 'Inventarislijst Immaterieel Erfgoed Nederland' geplaatst en wordt het voorgedragen bij Unesco met de hoop dat deze wordt toegevoegd aan de Unesco-lijst van waardevol immaterieel erfgoed; een culturele erkenning voor het rammelen en roepen door onze buurman.

Lees meer artikelen van Jelle Reumer in ons dossier: 'Jelle's Weekdier'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden