Op Bring Back Friday, tegenhanger van Black Friday, kon je in Nederland je gebruikte Ikeameubel inruilen voor een tegoedpas.

ReportageKringloop

In de proeftuin van Ikea krijgt ook de Billy een tweede kans

Op Bring Back Friday, tegenhanger van Black Friday, kon je in Nederland je gebruikte Ikeameubel inruilen voor een tegoedpas.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Ikea gaat tweedehands Ikeameubelen verkopen. Een proefwinkel in Zweden moet de weg naar de toekomst wijzen. Wordt het ook wat?

Het is niet direct de Ikeabelevenis die je verwacht, het bekende doolhof met om elke hoek perfect gestileerde ruimtes, kinderkamers en keukens, een gehaktballenrestaurant en een ballenbakparadijs. Dit meubelwarenhuis in Eskilstuna, in Zweden, is wat je noemt overzichtelijk. In één oogopslag heb je het hele aanbod wel gezien.

Maar dit is dan ook niet het zoveelste filiaal: het is de eerste tweedehands Ikea wereldwijd. In november, tijdens de pandemie, opende de winkel zijn deuren. Maanden later is het pas geoorloofd een kijkje achter de schermen te nemen.

De tweedekans-Ikea is gevestigd in ReTuna Aterbruksgalleria, een warenhuis waar uitsluitend gebruikte en opgelapte spullen worden verkocht. Er zijn kledingwinkels, er is witgoed, elektronica, een speelgoedwinkel. En nu dus ook een dependance van de beroemde meubelzaak.

Provisorische bedrijfsvoering

Een proeftuin voor de toekomst, zegt Ikea’s circulair bedrijfsontwerper Daniel Haltia. Hier is geen sprake van de gesmeerde procedés die we van de meubelgigant gewend zijn. Nee: hier verloopt de bedrijfsvoering nog behoorlijk provisorisch.

Het atypische Ikeafiliaal heeft een oppervlakte van 72 vierkante meter; net genoeg ruimte voor een set barkrukken, een Knarrevik-nachtkastje en een allegaartje van stoelen en bureautjes. Zodra ze iets verkopen, vertelt Haltia, gaan de medewerkers in het magazijn beneden op zoek naar een passend hergebruikmeubel om de leemte te vullen. “De inrichting verandert zo’n drie tot vijf keer per dag”, vertelt hij. “De dynamiek is heel anders dan in een gewone Ikea. We hebben hier nu een roze Expedit. Als we die verkopen, komt er iets heel anders voor in de plaats.”

Hij wijst op een wand met foto’s: de ‘fysieke Instagram’, met meubels die al wel te koop worden aangeboden, maar waarvoor in de toonzaal geen ruimte is. Hier, vertelt Haltia, proberen ze antwoorden te vinden op onder meer de volgende vragen: hoe kunnen we een aanvoerketen op poten zetten voor gebruikt meubilair? Hoe overtuigen we mensen de moeite te nemen om hun oude spullen bij ons af te leveren? Welke handelingen zijn nodig om die producten op een verantwoorde manier een tweede leven te kunnen geven? En hoe kunnen we deze processen wereldwijd integreren in het bedrijfsmodel?

Afval scheiden is niet genoeg

Als grote speler heeft Ikea ook een grote verantwoordelijkheid, vindt hij. “De Zweden zijn trots op hoe goed ze afval scheiden, maar op een gegeven moment is dat niet meer afdoende. Nu wordt afval nog in veel gevallen verbrand, terwijl we uiteindelijk moeten toewerken naar hergebruik.”

In een recent verleden waren vooraanstaande grondbeginselen van Ikea’s productontwerp dat een product democratisch moest zijn – op het gebied van ‘duurzaamheid, vorm, functie, kwaliteit en betaalbaarheid’ – en dat het in een platte verpakking moest passen.

Denk aan de beroemde Billy-boekenkast, een constructie van voornamelijk spaanplaat, folie en polypropeen: naar eigen zeggen verkoopt de keten er elke vijf seconden één. En waarom zou je er ook niet een meenemen? Het instapmodel kost 29,95 euro.

“Het doel is nooit geweest wegwerpmeubilair te maken”, zegt Haltia, “Maar dat is soms wel de consequentie van die flatpack-grondslag geweest.” Het doel, licht een persvoorlichter van Ikea toe, was altijd ‘goede producten voor een betaalbare prijs aanbieden’ opdat ze ‘toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk mensen’.

Kromgeslagen spijker

Recentelijk opgestelde ‘circulaire’ ontwerpprincipes schrijven voor dat alle nieuwe producten toch zeker drie, vier levens moeten meegaan. Losse onderdelen moeten bovendien kunnen worden vervangen, zodat niet bij elke kromgeslagen spijker de hele eettafel bij het grofvuil belandt.

Het warenhuis ReTuna, waar de tweedehands Ikea onderdeel van is, zit vlak naast een recyclingstation waar je al je – in jouw ogen – oude troep kan dumpen. Medewerkers sorteren vervolgens de nog te repareren en herbruikbare artikelen; ze weten precies welke winkeliers in het warenhuis op zoek zijn naar welke producten.

Gebruikte Ikeawaar belandt in de Ikea-opslag. In dit magazijn staan honderden gedemonteerde kledingkasten, bedden, tafels. Opgestapelde stoelen, vitrinekasten vol servies, bakken met ondefinieerbare planken. Dagelijks komen tussen de twintig en dertig nieuwe oude meubels binnen.

“We werken met donaties en spullen die we uit onze eigen productiestroom hebben gered”, vertelt Haltia, refererend aan bijvoorbeeld beschadigd meubilair uit reguliere Ikeawinkels. “Het zijn veelal spullen die anders op de afvalberg waren geëindigd. De Zweden die hiernaartoe komen, rijden soms een uur om hun oude ladenkast niet weg te hoeven gooien.” Sommige meubels die hier belanden, zijn al een halve eeuw oud. Haltia toont een grenenhouten dressoir uit de jaren zestig. Enthousiast: “Dit is antiek!”

Wekelijks worden een paar honderd meubels schoongemaakt, gerepareerd en soms geschilderd, door een paar mannen van Samhall, een instantie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpt, “Wij zien erop toe dat de spullen opnieuw kunnen gebruikt”, zegt Johan Holm, die een zwarte kledingkast aan het boenen is. “Er wordt zoveel weggegooid. En dat terwijl vaak maar kleine aanpassingen nodig zijn.”

Toch is hergebruik niet altijd zo eenvoudig als het klinkt. De hygiëne van een tweedehands fauteuil met een stoffen bekleding is bijvoorbeeld al moeilijker te garanderen dan die van een kunststoffen of houten stoel. Servies verkoopt het filiaal (nog) niet door, evenmin als spullen uit het kinderassortiment. “Die lijn is gewoonlijk razend populair, maar kinderkamermeubilair moet ook aan de hoogste veiligheidsstandaarden voldoen.” Je moet ervan uitgaan dat een kind overal aan kan gaan sabbelen, hangen of trekken”, zegt Haltia. “En dat kunnen we nog niet waarborgen.”

De tweedekansmeubels worden voor 50 tot 60 procent van de nieuwprijs verkocht. De bedrijfsvoering is nog niet bepaald winstgevend. Dat is een uitdaging, erkent Haltia. “Maar dit is de enige weg vooruit”, vindt hij ook. “Dus we moeten die sprong in het diepe wagen en uitvogelen wat ervoor nodig is om dit overal onderdeel te maken van de bedrijfsvoering.”

Voorheen de koopjeshoek

Deze zomer moet elk Ikeafiliaal in Zweden voorzien zijn van een Cirkulärbutik, een circulaire winkel. Alle meubels die daar worden verkocht, krijgen een tweede kans: ofwel omdat ze afkomstig zijn uit een vorig assortiment, of omdat klanten deze meubels aan Ikea hebben terugverkocht. Het grootste verschil met de Ikea in ReTuna is dat de producten in de Cirkulärbutik niet voor de verkoop worden opgelapt. Ook in Nederlands zijn alle Ikea’s inmiddels voorzien van een Circular Hub, voorheen de koopjeshoek.

Sommige klanten komen wekelijks naar de tweedehands Ikea in Eskilstuna, op zoek naar een ‘goudklompje’. “Er is een klant op wie iedereen hier gek is”, vertelt Haltia. “Om de paar dagen komt hij kijken of er misschien een cd-rek te koop is. Wie heeft er nog cd’s, vraag ik me af? Maar hij wil een hele wand met die rekken vullen.”

Haltia’s oprechtheid is zonneklaar. Ze zijn hier met iets góeds bezig – hier wordt gewerkt aan de toekomst. En dat is zo. Maar de paar honderd meubels die ze hier maandelijks redden vallen toch nog een beetje in het niet bij de pak ’m beet 100 miljoen nieuwe exemplaren die het bedrijf jaarlijks produceert en aan de man brengt. Het wachten is op de mondiale Ikea-schoonmaak-, repareer- en schilderdienst.

Ikea in 2030 ‘klimaatpositief’ – of toch niet?

Ikea heeft als doel in 2030 ‘klimaatpositief’ te zijn, wat inhoudt dat het bedrijf dan over de hele linie meer CO2 afvangt dan uitstoot. Dat moet dan gelden voor bijvoorbeeld de warenhuizen, de distributie, het materiaalgebruik en de productie. Alle artikelen moeten zijn gemaakt van hernieuw-bare of gerecyclede materialen en zo zijn ontworpen dat ze kunnen worden hergebruikt, doorverkocht of gerecycled.

Alleen moet klimaatpositieve bedrijfsvoering in het geval van Ikea wel gepaard gaan met groei. De netto afname van de broeikasgasuitstoot gaat volgens Ikea’s duurzaamheidsrapport hand in hand met een toename in winst en productie. Afgelopen jaar opende Ikea’s grootste franchisenemer Ingka Group ondanks de pandemie wereldwijd dertig nieuwe filialen. Het (mondiale) totaal aan Ikeawarenhuizen ligt inmiddels op 378. Daarbij heeft de keten nog 58 ‘kleinere formats’, zoals winkels in stadscentra, 45 ‘ontmoetingsplekken’ en circa tachtig distributiecentra.

Uit het milieurapport valt bijgevolg af te leiden dat ‘klimaatpositief in 2030’ niet betekent dat de meubelboer dan min of meer uitstootvrij is; het streven is een ‘15 procent afname van broeikasgassen in absolute termen ten opzichte van 2016’, wat nog steeds zou neerkomen op een jaarlijkse uitstoot à 20,4 miljoen ton CO2 — amper minder dan de 21,1 miljoen ton uitstoot in 2020. Het klimaatvoordeel moet vervolgens gezocht in ‘het opslaan van koolstof in land, planten en producten, en door het bewerkstelligen van verdere CO2-afnames in de maatschappij’.

Verreweg het grootste aandeel van Ikea’s huidige voetafdruk is te wijten aan de ontginning en verwerking van ruwe grondstoffen, goed voor zo’n 45 procent van de totale uitstoot. Een aanzienlijke afname van (nieuw) materiaalgebruik lijkt daarom een vereiste voor de substantiële vergroening van het bedrijf. Maar vooralsnog zijn veel van Ikea’s milieu-initiatieven – dit tweedehands experiment, de vegetarische gehaktballetjes die naast de traditionele köttbullar in de kantine liggen, de elektrische voertuigen waarmee Ikea producten binnen de ring van Amsterdam bezorgt – goedbedoelde druppels op een gloeiende plaat.

Beter dan niks, zeker. Maar of het in verhouding staat tot Ikea’s aanzienlijke milieu-impact? Is het aannemelijk dat het klimaat in 2030 meer baat heeft bij dan geschaad wordt door de ‘democratische’ meubelmaker?

Lees ook:

Ikea wil zijn miljard klanten bewuster maken

Uitleggen dat producten duurzaam zijn, is niet genoeg om groen leven te promoten, merkt Ikea. Soms werkt het beter om de spullen op een berg bij elkaar te leggen en goedkoop te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden