ReportageNatuurtijdschrift

In de enorme voetsporen van Heimans en Thijsse

Nunspeet, langs het Veluwemeer: Koos Dijksterhuis (met capuchon op) en Rob Buiter. Beeld Herman Engbers
Nunspeet, langs het Veluwemeer: Koos Dijksterhuis (met capuchon op) en Rob Buiter.Beeld Herman Engbers

Rob Buiter en Koos Dijksterhuis zijn de nieuwe hoofdredacteuren van De Levende Natuur, het oudste natuurtijdschrift van Nederland, in 1896 opgericht door Eli Heimans en Jac. P. Thijsse. Wat gaat het nieuwe duo doen met dit blad?

Onno Havermans

“Kijk, twee kleine zilverreigers, achter die knobbelzwanen!” Rob Buiter reikt zijn verrekijker aan, een stevig apparaat van een serieus merk, dat de watervogels in het Veluwemeer haarscherp naar voren haalt. Dat de kleine zilverreiger (Egretta garzetta) hier zit, in een van de randmeren tussen de Veluwe en Flevoland, is uitzonderlijk.

Meestal overwintert deze vogel in Zuid-Europa en in Nederland verblijft hij vooral in de Zeeuwse delta en op Schiermonnikoog, doceert Koos Dijksterhuis, die zijn verrekijker intussen op een groep van wel tweeduizend meerkoeten heeft gericht. Met zijn zwarte snavel en kleine gestalte onderscheidt de kleine zilverreiger zich van de grote, die een gele snavel heeft, legt Buiter uit.

null Beeld

Dan loopt hij achter het vogelkijkscherm Polsmaten, bij Nunspeet, vandaan om naar de lucht te kijken. “Ik hoor een dodaars.” Helaas is de kleinste soort fuut niet te zien. Wel vliegt een V-vorm wilde zwanen over, luid kwebbelend. “Een kippenvelgeluid”, vindt Buiter. “Wilde zwanen en kleine zwanen zijn de enigen die vocaal geluid maken, knobbelzwanen, die je hier het meest ziet, doen dat niet.”

Dijksterhuis kijkt onderzoekend of een eenzame brandgans tekenen van vogelgriep vertoont, maar de kop zit nog niet vreemd verdraaid. Toch is de kans groot dat deze gans is besmet en zich heeft afgezonderd van de keffende troep die zich een stukje verderop uit het water verheft, om de doodstrijd in zijn eentje te voeren.

Vers van de pers

Buiter (volgende maand 56) en Dijksterhuis (59) zijn net aangetreden als nieuwe hoofdredacteuren van De Levende Natuur. Hun eerste nummer is vers van de pers, het eerste nummer van jaargang 123. Met hun aanstelling treden de twee natuurjournalisten in ‘enorme voetsporen’, zoals ze schrijven in hun eerste voorwoord. Het oudste natuurblad van Nederland is immers opgericht, in 1896,door Eli Heimans en Jac. P Thijsse, veruit de bekendste pioniers van de Nederlandse natuurbescherming.

Dat is zeer eervol en voelt als een grote verantwoordelijkheid, beamen beide Trouw-medewerkers. “Thijsse is wel de grote voorganger in het populariseren van het enthousiasme voor de natuur”, zegt Dijksterhuis. “Zijn wij net als zij ook een soort onderwijzers?”, vraagt Buiter zich af. “Ja, ik ben wel een dominee en een schoolmeester”, erkent Dijksterhuis, die in zijn Natuurdagboek voor de krant en in antwoord op reacties van lezers veel kennis probeert over te dragen.

“We willen wel wegblijven van het zeurderige”, bepleit Buiter. “Ik gun het mensen dat ze net als ik kunnen genieten van kleine dingen als het lage zonlicht over mos of een oranjetipje”, legt Dijksterhuis uit. “Of het geluid van overvliegende zwanen”, vult Buiter aan.

‘Groene journalistiek’

De nieuwe hoofdredacteuren leerden elkaar kennen als beoefenaars van ‘de groene journalistiek’ tijdens een vogelfestival in Flevoland, maar de liefde voor de natuur delen ze al veel langer. Dijksterhuis en Buiter waren allebei ‘jeugdbondertjes’, leden van de Algemeen Christelijke Jeugdbond voor Natuurstudie en Natuurbescherming, de een in Amersfoort, de ander in Haarlem. “Er waren toen nog veel afdelingen”, mijmert Buiter.

null Beeld

Het aantal leden van de vereniging die inmiddels Jongeren in de Natuur heet, is in de loop van de jaren gedaald, maar nog steeds gaan groepen 11- tot 25-jarigen samen op kamp en op excursie de natuur in. “Het zijn, net als toen, natuurlijk vooral middelbare scholieren, voor wie het heerlijk is om op kamp te gaan, met elkaar op stap, verliefd worden en de natuur verkennen”, vertelt Dijksterhuis. “Voor mij was het een eye-opener dat er ook anderen waren die naar plantjes en dieren wilden kijken. En van feestjes moest ik op tijd thuis zijn, maar als je ging luisteren naar uilen mocht ineens alles.”

Natuur- en milieuproblemen waren al prominent aanwezig in het nieuws sinds de verschijning van het boek Silent Spring van de Amerikaanse bioloog Rachel Carson in 1962 en tien jaar later in het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome (waar de oprichting van De Kleine Aarde een direct gevolg van was). De vondst van bestrijdingsmiddel DDT in de natuur, het gat in de ozonlaag en zure regen richten telkens weer de aandacht op het milieu. “We kregen kringlooppapier en scharreleieren, de eerste consumentenactie”, herinnert Dijksterhuis zich.

Toch is de urgentie nu voelbaarder, zegt Buiter. “Dankzij mensen als Johan Vollenbroek, van Mobilisation for the Environment, die het Programma Aanpak Stikstof met succes heeft aangevochten, is het voor iedereen duidelijk dat er wat moet veranderen.” “Zelfs de VVD vindt dat nu, en het CDA is inmiddels voor minder boeren”, vult Dijksterhuis aan. “Dat is trouwens niet terecht, we hebben misschien wel meer boeren nodig, maar die moeten kleinschaliger gaan boeren. Het zijn altijd end of pipe-oplossingen waarmee de politiek komt, in plaats van structurele verandering.”

Kleinschalige landbouw

De kenmerkende Nederlandse natuur is ontstaan dankzij de kleinschalige landbouw, mijmeren de twee kersverse hoofdredacteuren, uitkijkend over het weidelandschap dat grenst aan het Veluwemeer. “Kleinschalige landbouw, met heggen en houtwallen, zorgt voor een rijke natuur”, zegt Buiter. “Het oude cultuurlandschap van Nederland is uniek, dat zie je niet in Rusland of Amerika”, zegt Dijksterhuis.

In De Levende Natuur gaan ze daar ongetwijfeld aandacht aan besteden, maar hoe en wanneer hangt af van anderen want zelf zullen ze niet veel schrijven. Dat is aan onderzoekers die verslag doen van hun wetenschappelijke bevindingen. Zo staan in het januarinummer artikelen over de effecten van de Marker Wadden op het ecosysteem in het Markermeer, over de dramatische gevolgen van woningisolatie voor de meervleermuis, over het Friese weidevogelbeleid, over de das die op de Veluwe te weinig regenwormen vindt, en over de zorgen om de nieuwe Omgevingswet.

“Het tijdschrift is heel gedegen, nog net geen peer-reviewed wetenschapsblad”, legt Buiter uit. “Onderzoekers dragen zelf hun onderwerpen aan. Maar wij willen wel de verwondering van Heimans en Thijsse terugbrengen. En een wat bredere schil rondom de biologen, natuurbeheerders, boswachters en adviesbureaus bereiken.” En journalisten, vult Dijksterhuis aan. “Ik haal er ook onderwerpen uit voor het Natuurdagboek.”

Iedereen in de natuurwereld kent het blad, zegt Dijksterhuis. Het betekent wat voor wetenschappers dat hun artikel erin staat, weet Buiter. Maar of het ook veel wordt gelezen? “We willen een vlottere stijl, wat strenger redigeren, een beetje discussie”, zegt Dijksterhuis. “Pakkend schrijven is voor wetenschappers geen gesneden koek. Een goede samenvatting aan het begin van een artikel kan al helpen. Die journalistieke vernieuwing is trouwens al door onze voorganger Rik Nijland ingezet.”

Voor de nieuwe jaargang is de vormgeving opgefrist, met wat meer ruimte voor foto’s en drie steunkleuren. Ook is het logo van een libel, uit de tijd van Heimans en Thijsse, in ere hersteld. Terug naar de ‘wandelverslagen’ uit die tijd willen de nieuwe hoofdredacteuren niet. Al herinnert een rubriek op de achterpagina voortaan wel aan die ‘aandoenlijke kneuterigheid’. “Er schemert een argeloze natuurliefde in door”, vindt Buiter. “Zo beschreef Thijsse eens hoe je zanglijsters, die slakken stuk slaan op een steen om de inhoud op te eten, kunt helpen door een baksteen neer te leggen”, vertelt Dijksterhuis. “De beschrijving van het aantal kapotte slakkenhuisjes laat zien dat ze wel een goed oog hadden voor de natuur.”

Koos Dijksterhuis

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 1962) studeerde biologie en sociologie in Groningen en voorlichtingskunde in Wageningen. Hij werd de mediaman van een landbouwproject in Pakistan en was enkele jaren redacteur van tijdschrift De Kleine Aarde, voordat hij als zzp’er aan de slag ging als wetenschaps- en natuurjournalist voor diverse kranten. In 2008 volgde hij Henk van der Halm op als schrijver van het Natuurdagboek in Trouw. Dijksterhuis schreef enkele natuurboeken, zoals De zwarte specht, De spreeuw en het Handboek voor natuurwandelingen. In maart verschijnt het schelpenboek Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes.

Rob Buiter

Rob Buiter studeerde veeteeltwetenschap in Wageningen (‘Ik ben afgestudeerd op een zwangerschapstest voor gorilla’s’) en werkte als veldonderzoeker in de diergeneesmiddelenindustrie. Daarnaast begon hij als freelancer in de groene journalistiek. Hij was blij daar zijn werk van te kunnen maken omdat de dierproeven hem steeds meer gingen tegenstaan. Hij ging schrijven voor Trouw, Intermediair en Vogelnieuws van de Vogelbescherming en werd radioverslaggever voor Vroege Vogels. Buiter schreef de vogelgids Erfvogels in beeld en samen met onderzoeker Laura Govers Knooppunt Waddenzee.

Lees ook:

Nederlanders ontdekken hoe planten zich maagdelijk kunnen voortplanten. ‘Een heilige graal’

Plantenwetenschappers hebben een gen gevonden waarmee een plant vruchtbare zaden kan maken zónder eerst te worden bestoven. ‘Een heilige graal in de plantenveredeling, die de huidige teelt van gewassen flink op zijn kop kan zetten.’

Wespendief Wit B werd vier jaar lang op de veer gevolgd naar Afrika en terug

Een wespendief, een zeldzame roofvogel, kreeg een zender waarmee onderzoekers haar gangen na kunnen gaan. Ze werd algauw vermist en zelfs dood gewaand. Maar na vijf jaar is ze zowaar teruggevonden. Haar zender bleek nog prima te werken, zodat bekend werd waar ze al die jaren heeft rondgehangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden