Column

In de Eifel kent men geen Apple

Gerbrand BakkerBeeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Het hout kwam, op zaterdagochtend om kwart voor 9. Het ijsregende licht. Tuinmaat Han en Trijntje zaten voor de houtkachel koffie te drinken. Erwin Arnoldi reed de wagen vakkundig achteruit het erf op, hij hoefde maar vier keer te steken. Ik was enorm kwaad, nog steeds. In de haast van een dag eerder was ik de lader van mijn MacBook Pro vergeten. Zonder lader loopt zo’n laptop langzaam leeg en ik moest nog deze column schrijven en ik wil ook graag verder aan andere teksten.

Ik had nog niet de tijd gehad winkels in Prüm en Bitburg te bellen, liep in mijn joggingbroek naar buiten om het hout in ontvangst te nemen. Ik rookte, ook dat nog. Joggingbroek, ongewassen, rokend, mürrisch. Het lossen was snel gebeurd. Erwin zette de klep open en liet de zeven kuub hout er langzaam uit rollen. “Koffie?” vroeg ik. Nee bedankt, hij moest de vlooienmarkt in Seffern nog helpen opbouwen.

Tante Marie en oom Paul 

Dat hij dat deed, zo vertelde hij, had te maken met zijn tante Marie en oom Paul. Die waren ooit missionaris geweest in Afrika. Nu terug, nog in leven. Die vlooienmarkt was ooit opgezet om geld in te zamelen voor het werk dat tante Marie en oom Paul in Afrika deden. Nu was dat niet meer nodig, maar de vlooienmarkt was gebleven. Daar waren ze aan gewend. Eind november is er vlooienmarkt in Seffern. Klaar. Daarna kwam hij toch binnen en vertelde hij Han en Trijntje over zijn oom Arnoldi, de vorige Holzlieferant. Dat die in september al een sjaal om deed en een muts op zette, bang als hij was en is om ziek te worden. Dat je het in hun huis niet lang uithoudt, zó warm als het daar is. Dat hij weigerde na half oktober - maar het liefst nog eerder - hout te leveren, want ja, dan was het veel te koud op de trekker. “Koffie?” vroeg ik nog maar eens, zoveel haast leek deze Arnoldi niet te hebben. Nee, nee, nu moest hij toch echt weg. En hij ging ook nog.

Tuinmaat Han en Trijntje en ik waren tweeënhalf uur bezig om het hout te stapelen. Het was koud, heel koud. Intussen belde ik met computerwinkels. Nergens een Ladegerät. Nee, dat kennen de mensen hier in de Eifel niet, Apple. “Trier”, zei de man van Bits&Bytes in Bitburg. Trier? Dat is zeventig kilometer verderop! Ik whatsappte neef Casper, of hij onmiddellijk en met spoed de oplader op kon sturen. “Alle hens aan dek!!!” berichtte neef Casper terug.

Binnen twee uur had hij een track-and-trace-nummer voor me en meldde dat het waarschijnlijk dinsdag zou worden. Prima. Dan moet ik zuinig zijn met wat er nog in de laptop zit. Dit lukt wel. En verder het ding zoveel mogelijk helemaal uit. We gingen kaarten, ik stopte de kachel tot de nok toe vol met nieuw hout. Ik schonk drank. We aten. Buiten hagelde het. Het leven was goed.

Het archief van deze rubriek vindt u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden