Het jaar van de boer

In de boerderij van Koen Lipman (37) en Melissa Schuurman (35) knorren 135 bio-zeugen

Koen Lipman en Melissa Schuurman bij hun biologisch gehouden varkens. ‘We hebben Piet Paulusma nog nooit zo vaak gezien als nu.’Beeld Herman Engbers

In de serie Het Jaar van de Boer volgt Trouw een jaar lang drie boerengezinnen. Varkenshouders en melkveehouders. Hoe vergaat het ze? Hoe staan ze in het leven? Voor welke keuzes komen ze te staan? Is er bedrijfsopvolging? Hoe kijken ze aan tegen ‘de rest van de maatschappij’, tegen dierenwelzijn en klimaat? Deel 2: Koen en Melissa Lipman, biologische varkenshouders uit Hellendoorn.

Het bordje met daarop de tekst ‘U betreedt een biologisch bedrijf’ laat direct weten waar we zijn: op het erf van Koen Lipman (37) en Melissa Schuurman (35), biologische varkenshouders sinds 2017 in Hellendoorn. Daarvoor zat hier een reguliere varkenshouderij.

Lipman en Schuurman weten onderhand het verschil tussen intensief en biologisch varkens houden heel goed. “Wij hadden zelf een intensief varkensbedrijf in Heino, maar daar konden we niet uitbreiden”, zegt Lipman. “En je moet flink groot zijn om mee te kunnen. We begonnen steeds meer te twijfelen of we dat eigenlijk wel wilden. Toen is het biologische verhaal om de hoek komen kijken. Dat was op de oude plek niet mogelijk. Toen zijn we naar andere locaties gaan kijken en uiteindelijk hier beland.”

Aan stoppen hebben ze nooit serieus gedacht. Schuurman tegen Lipman: “Jij bent nog weleens op gesprek geweest bij een voerleverancier. Maar verder ... Ons hart ligt ook bij varkens.” Lipman: “En ik voel me ondernemer”.

Nu knorren er hier 135 bio-zeugen door de stal en zo’n zevenhonderd biggetjes. Een mooi gezicht. Het geurt wel in zo’n varkensbedrijf, daar moet je tegen kunnen. De dieren hebben de ruimte en leven zowel binnen als buiten, waar ze zo het modderbad in kunnen rollen. Het is een echte varkens-kraamkamer. Hier worden de biggetjes geboren. Als ze groter zijn, na een week of tien, gaan de biggen naar een vleesvarkensbedrijf. De moedervarkens blijven uiteraard bij Lipman en Schuurman. Die zorgen dat de zeugen een goed leven hebben. Want een dier in topconditie presteert beter.

Ja, ze durven nu, na bijna drie jaar, wel te zeggen dat hun overstap naar een biologische bedrijfsvoering is gelukt. “Het eerste jaar was moeilijk”, vond Schuurman. “Dat was dat jaar met die extreme kou. Dan merk je wel dat je als biologische boer veel meer bezig bent met de natuur, met de elementen. Nu met die harde wind moeten we ook voorzorgsmaatregelen nemen.” Lipman: “ We hebben Piet Paulusma nog nooit zo vaak gezien als nu”.

Beeld Herman Engbers

Lipman had zich gelukkig tijdig aangemeld bij biologische slagerijketen De Groene Weg met de vraag of hij kon leveren, zodra hij daar klaar voor was. “Je moet een soort sollicitatiebrief sturen en er kwam ook iemand van De Groene Weg bij ons langs om te kijken of wij geschikt zijn om biologisch varkens te gaan houden. Want je moet het wel kunnen en je moet bijvoorbeeld wel een uitloop naar buiten hebben voor de dieren.”

Terughoudende banken

Wat het stel wel tegenviel op weg naar hun omslag naar biologisch, was de opstelling van de banken. De van oorsprong toch boerengezinde Rabo kwam niet zomaar met een lening over de brug en ook de groene en verantwoorde Triodos gaf geen sjoege. Lipman: “Banken zijn nu terughoudend met landbouw”.

En zo komen we aan tafel al snel te spreken over de veranderde positie van de boer, over de manier waarop er tegenwoordig vanuit de maatschappij wordt aangekeken tegen het edele vak van agrariër. Het romantische beeld van boer en boerin die in weer en wind hard werken om ons voedsel op tafel te krijgen, wordt tegenwoordig kritisch tegen het licht gehouden. Dierenactivisten en klimaatbeschermers voorop, maar ook Jan met de pet leeft bewuster. Moeten we wel elke dag een stukje vlees eten? Is het wel nodig dat Nederland 70 procent van zijn varkens exporteert? Hoe laten we deze planeet achter voor de generatie na ons?

Beeld Herman Engbers

Op zich is het niet erg dat mensen kritisch zijn op boeren, vinden ze. “Maar de manier waarop”, zegt Lipman, “dat kan gewoon niet, met dreigbrieven, stalbezettingen en zo.” Schuurman: “Kijk eens naar die filmpjes die dierenactivisten maken in stallen. Die kun je heel makkelijk manipuleren. Het is ook maar net wat je er uitpikt.” Lipman vraagt zich wel eens af of onze dierenliefde niet is doorgeslagen, of de mensen nog wel zien hoe de natuur werkt. “Een panter pakt ook zomaar zijn prooi. Zo gaat dat. Het is wat het is.”

Nee, kritiek op boeren is prima, maar dan moet het wel eerlijke kritiek zijn. “Schiphol en de Rotterdamse haven zijn ook vervuilend, maar daar hoor je veel minder over. Nu worden het hard rijden en de boeren aangepakt en dat is het dan. Dus die boerenprotesten, ja, daar konden wij wel achter staan. Mooi ook die saamhorigheid. Vaak zijn het eigen eilandjes: kippen, koeien, varkens. Nu gaan we eindelijk samen op pad.”

Zelf zijn ze niet met de trekker naar het Malieveld gegaan, want wie de boerderij een dag in de steek laat, moet een heleboel regelen. Dat lukt niet altijd. Vind maar eens een boerenoppas. Een weekendje weg kan ook niet zomaar. Op vakantie gaan ze wel. Schuurman: “Ik denk naar Kroatië of Griekenland. Een weekje. Maar dan moet ik wel zorgen dat de mensen die het overnemen die week ook kunnen.” Voor Lipman is dat weekje al lang genoeg. Het liefst houdt hij hoogstpersoonlijk en zonder hinderlijke onderbrekingen een vinger aan de pols bij de varkens. Nee, boer zijn is geen kantoorbaan, waarbij je om klokslag 17.00 uur Windows afsluit en naar huis gaat. Boer zijn is een manier van leven. “Ik loop ‘s avonds om half elf de laatste ronde, ook wel eens om half één. Soms moet ik er ’s nachts uit. Je bent er altijd mee bezig.”

Slopende zoektocht

Die onvoorwaardelijke overgave aan het boerenbestaan kan een zware wissel op een mens trekken, ondervond Lipman. “Ik heb een tijdje bij een coach gelopen. Dat was in de periode dat we niet wisten waar het met ons en ons bedrijf naartoe zou gaan. Stoppen, doorgaan, iets anders gaan doen? De slopende zoektocht naar een ander bedrijf brak me op. De bank trok zich terug, ik voelde ook de druk van buitenaf. Iedereen vroeg of het al gelukt was. Mensen bedoelen dat natuurlijk goed, maar ik zat er doorheen.” Schuurman: “Jij hebt dat ook nooit zo aan de buitenwereld laten merken, dat is ook een beetje boerengedrag.” Lipman: “Gek hoe dat werkt, eigenlijk. Want de klap kwam pas toen het zoeken naar een boerderij, naar een nieuw bedrijf, gelukt was. Alsof het dan pas mag.”

Vinden ze het boerenbestaan geen geïsoleerde manier van leven? Veel meer mensen dan de voervertegenwoordiger, de dierenarts, af en toe een schoolklas en de zaterdaghulp komen er niet over de vloer, zou je denken. Ach, dat valt wel mee, vindt Lipman. “Je wilt ook niet dat Jan en alleman het erf op komt. Als je graag veel mensen ziet, moet je er wel hobby’s naast hebben.” Ze betwijfelen of ze meer sociale contacten zouden hebben, als ze in de stad zouden wonen. Schuurman: “Ik denk dat het eerder andersom is, dat je op het platteland een hechtere band hebt met de buren, ook al wonen die een stukje verder. Toen wij hier kwamen wonen, kregen we meteen ontzettend veel leuke reacties van de mensen uit de buurt. Goh, we hadden niet verwacht dat het zo mooi zou worden, zeiden ze. Ze waren blij dat het niet leeg bleef staan en dat er geen megastal kwam.”

14-02-2020 Hellendoorn. fam. Lipman, biologische varkensboer, varkensfokkerij. OP het bedrijf (met een skal certificering) houden ze 160 xeugen, een Beer en diverse nesten biggen. De zeugen kunnen de modderpoel inlopen. foto Herman EngbersBeeld Herman Engbers

Het zijn fijne bevestigingen. Aansporingen om het gekozen biologische pad te vervolgen. Ze zijn ook nog jong, ze moeten dit aankunnen. De maatschappelijke wind staat ze bovendien in de rug: een biologisch varkenslapje is voor een groeiende groep niet langer eng of gek. Toch zijn de jonge boer en boerin er lang niet altijd even gerust op. Een bepaalde groep consumenten heeft de mond figuurlijk dan wel vol van biologisch, letterlijk valt dat wel tegen, constateert Lipman. “Het marktaandeel biologisch is maar een paar procent en de trend is dat het matig groeit. Ons voordeel is dat we vaste prijsafspraken hebben met De Groene Weg. Maar uiteindelijk bepaalt de consument de koers.” Schuurman ziet die koers zich langzaam maar zeker al aftekenen: “Ik denk dat mensen minder vlees gaan eten, maar als ze het eten zullen ze er meer voor uitgeven. En ze willen het van de boer uit de buurt.”

Lees ook:

‘Wij boeren moeten laten zien wat we doen’

De familie Noordman uit Lemelerveld runt de Varkenshoff, waar ze zo’n zesduizend vleesvarkens houden. Trouw volgt ze een jaar in hun doen en laten. Wie zijn zij en wat beweegt ze?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden