Essay Mijn groene bekering

Ik kan nog bezuinigen op de kaas, zie ik

Carel Willink, Simeon, de pilaarheilige, 1939 Beeld Collectie Gemeentemuseum Den Haag

De auto weg, koud douchen en vlees van tafel, en nóg is zijn ecologische voetafdruk te groot. Milieubewuste dominee Sam Janse vraagt zich af hoe ver hij zal gaan.

Kann auch ein Pastor selig werden? vroeg een Duitse dominee zich aan het begin van de twintigste eeuw in een boek­titel af. Honderd jaar later geeft de Amerikaanse theoloog James A. Sanders daar een bevestigend antwoord op. Hij schreef over zijn theologische ontwikkeling ‘The Re-birth of a Born-Again Christian: A Memoir’. Maar het zal alleen kunnen wanneer de genade waarover de dienaren der kerk vaak spreken geen goedkope genade is, woorden die niets kosten en niets uithalen.

Ik kom uit de orthodoxie, en nog wel van een zware soort. In de jaren zeventig ga ik theologie studeren in Utrecht. Om dominee te worden. Het is de tijd van het rapport van de Club van Rome, maar het gaat grotendeels langs me heen. Het gaat in de Bijbel toch om iets anders? Het gaat toch om de vraag van Luther: Hoe vind ik een genadig God? Hoe staat het met uw ziel voor de eeuwigheid? Er zijn wel jongens en meiden binnen de theologie­studie die bezig zijn met het milieu, die een andere levensstijl propageren en anti-auto zijn. Die hebben natuurlijk de echte boodschap van de Bijbel nog niet gehoord. Het lijkt me surrogaat voor het ware geloof.

En toch gaat er iets schuiven. Professor Arnold van Ruler, even orthodox als origineel, laat ons zien dat het Koninkrijk van God een zeer aardse aangelegenheid is. Studie van het Oude Testament laat me ontdekken dat woorden als ‘zegen’ en ‘verlossing’ concreet zijn en te maken hebben met zaaien en maaien en oogsten, met lijf en leden, met paren en baren. Ik begrijp dat ik straks als pastor niet moet vragen: ‘Hoe staat het met uw geestelijk leven?’, maar moet informeren naar het ‘gewone leven’, naar kinderen en school en werk. En dat alles ‘voor het aangezicht van God’.

Ik zit intussen als predikant in mijn derde gemeente. Het milieu komt ook in de kerk als thema wel aan de orde. Ik draag mijn steentje bij met een verantwoordelijke levensstijl en stel de thema’s soms voorzichtig aan de orde. Maar regelmatig komt de vraag bij me boven of het allemaal genoeg is. De trein bijna halen is hetzelfde als de trein niet halen.

Waarom rijdt u hier?

We rijden een keer op een snelweg in Drenthe en we zien naast de weg een groot bord met de tekst: ‘Gaat het milieu u ook ter harte? Waarom rijdt u hier dan?’ Het slaat in, we komen er niet meer van los en doen de auto weg.

‘Dapper hoor’, zeggen mensen tegen ons, ‘maar misschien wel ingewikkeld?’ Eigenlijk niet. Veel kan er niet meer. Veel hoeft er dus ook niet meer. Ik kan niemand om zes uur ’s morgens op Schiphol afleveren. De kinderen worden niet naar feestjes gebracht en teruggehaald. Het wordt de laatste stelling van mijn proefschrift: ‘Van het ontbreken van een auto in het gezin mag een positieve bijdrage verwacht worden aan het proces van zelfstandigwording van de kinderen’. Misschien is het een stap in de richting van de ‘voortdurende vereenvoudiging van het leven’ waar Gandhi het over had.

Een van de kinderen kiest voor vegetarisch eten. Lastig om twee verschillende maaltijden te serveren. Het hele gezin probeert het en gaat over. We ontdekken dat ook vleesloos eten smakelijk is. We worden ons meer bewust van de impact die de vleesconsumptie op onze wereldsamenleving heeft. De afkeer van de vleeslappen van Arie de Knaller groeit, mentaal en ook culinair.

Maar jij vliegt wel!

Ik probeer niet al te betweterig over te komen in mijn contacten. Als dominee laad je toch al gauw die verdenking op je. Soms komt het thema wel aan de orde en dan houd ik mijn mond niet. Bijvoorbeeld om duidelijk te maken wat voor een verpestend ding de auto is. ‘Maar jij vliegt wel’, merkt een collega op aan wie ik over mijn Italiaanse vakantie heb verteld. ‘We leven allemaal met compromissen’, verweer ik me.

Maar het blijft haken. Het besef groeit dat de moderne toeristenindustrie voor onze wereld is wat de pest in de Middeleeuwen was. Misschien nog erger. De Malediven, een eilandengroep in de Indische Oceaan, dreigen onder te lopen door de stijging van de zeespiegel. ‘Verdwijnend paradijs’ kopt een site. Bezoek het nu het nog kan: ‘parelwitte stranden en groene palmbomen’. ‘Ontdek de Malediven met Fox Verre Reizen van ANWB’ (ja, die club). Inclusief Sri Lanka kost de reis van zestien dagen u slechts 2149 euro. Wees snel, want ook voor de Malediven geldt: Op = Op. Cynisme ten top. Walgelijk, zum kotzen.

Het woord flygskam duikt op vanuit het Zweeds. Gek wat zo’n woord kan doen. Het werkt bij mij als een katalysator. Het geeft precies aan waar ik last van heb en zegt mij dat ik ermee moet stoppen. Ik stuur een bijdrage naar het Nederlands Dagblad waarin ik mijn verhaal vertel en mijn beslissing uiteenzet. Misschien ook om er niet meer achter terug te kunnen, want er zijn nog vele steden en streken die mij trekken.

Carel Willink, Simeon, de pilaarheilige. Beeld Gemeentemuseum Den Haag

Ik onderzoek mijn ecologische voetafdruk. Per aardbewoner hebben we 1,8 ha. Meer gebruiken lijkt me immoreel, ook al zit de gemiddelde Nederlander op 6,5 ha. Ik kan het naar mijn kleinkinderen toe niet maken. Maar de uitslag valt niet mee. Ik heb ruim een halve hec­tare meer nodig dan mij toekomt.

Zonnepanelen

Er komen zonnepanelen en we laten het huis isoleren. Dat scheelt wel. Groente wordt al in de moestuin verbouwd en eten gooien we niet weg. Ik schaf voor de tuin een groot vat aan waar een kuub water in kan. Dan hoeft de kraan minder te lopen. Spinnen en vliegen verdwijnen niet langer in de stofzuigerzak, maar worden met toenemende handigheid gevangen en vrijgelaten, want alle kleine beestjes helpen, heb ik ergens gelezen.

In Kaapstad is er in 2018 een watertekort. Het gemeentebestuur roept de inwoners op om niet langer dan twee minuten te douchen. Het roept de competitie in mij wakker. Als zij het kunnen, kan ik het ook. Ik lees een verhaal over iemand die zich altijd koud doucht. Als hij het kan, kan ik het ook. Ik doe het. Het is afzien, maar het went. Als je er in de winter mee begint, valt het in de zomer mee.

Het heeft iets van sport, topsport. Het is afzien, maar geeft ook voldoening dat je het gehaald hebt. De asceet is in de christelijke traditie de tweelingbroer van de atleet. De pilaarheiligen stonden met rottende ledematen boven op hun zuil en de mensen stonden hen beneden toe te juichen. Als bij de Tour de France. De asceet is trouwens ook nog verwant aan de martelaar. Toen in de vierde eeuw n. C. de hemelse onderscheiding niet meer te winnen was met de marteldood, omdat de vervolgingen gestopt waren, trokken godvruchtige lieden in Egypte en Syrië zich massaal terug in de woestijn in grotten en holen.

Met het lijf leer je weer andere dingen dan met de geest. Ik begrijp nu beter waarom de reformatorische theologen huiverig waren voor goede werken, althans voor het programmatische ervan. Je wordt er zo’n goed mens mee. Mijn vrouw is ook voor milieu en duurzaamheid, maar koud douchen gaat haar te ver en ik betrap me erop dat ik heimelijk vind dat ik dus al verder ben dan zij.

Fanatiek

Ik besef dat ik nu wel heel fanatiek word en op de kleintjes ga letten. Het afwaswater kwam tot nu toe uit de kraan en wordt met gas verhit (voor een vaatwasmachine hebben we in onze keuken geen ruimte). Maar daar moeten we van af. Ik kan ook heet water uit de snelkoker halen. Een liter kokend water lijkt me genoeg voor de vaat. Ik ontdek dat het ook met 700 ml kan. Dan moet je de restwarmte van de lege snelkoker wel benutten door hem nog even om te spoelen. Het voorspoelen kan meestal met koud water, merk ik.

Het verandert de wereld natuurlijk niet. Woedende commentaren borrelen er soms bij me op bij wat ik zie en hoor. Tegen politici die de menselijke invloed op het klimaat ontkennen (‘Dom of slecht of allebei’). Tegen bis­schop­pen en imams die medeverantwoordelijk zijn voor de bevolkingsexplosie (‘Die krijgen Boven nog een zware pijp te roken’). Tegen criminele dumpers van chemisch afval (‘Daar is maar één straf voor’). Tegen mijn krant die nog steeds advertenties voor vliegvakanties plaatst (‘Opzeggen! Maar welke krant dan?’). Doorgaans weet ik mij in te houden.

Er komen gedachten en gevoelens bij me op die ik niet hebben wil. Ik zie op het journaal dat een inentingscampagne tegen malaria in Afrika het leven van miljoenen kinderen kan redden. Mooi, maar kunnen die er nog bij op onze aardbol? Ik merk dat een gedode olifant of neushoorn mij soms meer doet dan een vermoord mens. Het zal niet kloppen, maar gevoelens kun je niet ontkennen.

Abnormaal

Af en toe vraag ik me af waar dit eindigt. Ik bedoel met mezelf. Mijn vrouw vraagt het ook wel eens aan mij. Ik geloof dat het nog steeds een afwijking is op de rand van het normale. Fanatieke sporters zijn toch ook niet echt abnormaal? Zo heel gek kan het niet zijn om te willen leven alsof we één aarde hebben en niet ruim drieëneenhalf zoals de gemiddelde Nederlander denkt. Vergelijk het met het orthodoxe jodendom. Daar gelden andere codes en wetten, maar er is een besef dat het leven tot in de details bewust geleefd moet worden. Omdat we het gekregen hebben van de Schepper.

De kunst zal wel zijn om de ‘Vreugde der wet’, de simchat torah, zoals de jood die viert, te bewaren. Want het is niet moeilijk om op deze weg te verzuren en te verbitteren. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kleine en grote ergernissen: Waarom biedt dat restaurant dat veel praat over duurzaamheid, nylon theezakjes aan? Waarom komt er in de toiletten van Utrecht CS warm water uit de wastafelkraan? Welke aso gooit er nu zijn sigarettenpeuken op straat?

Carel Willink, Simeon, de pilaarheilige. Beeld Gemeentemuseum Den Haag

Het zal op deze weg ook niet zo moeilijk zijn om te radicaliseren. Ik denk dat ik mijn leeftijd mee heb, maar als je jong bent en ziet dat mensen niet uit eigen beweging kiezen voor redelijke oplossingen, wat zijn dan de alternatieven? Hoeveel jongeren met hoge idealen heb­ben niet voor geweld gekozen om die idealen waar te maken? Ik vind het geen begaanbare weg, maar ik begrijp het.

Orthodox

Waar zit ik theologisch intussen? vraag ik me soms ook af. Ik wil geen afstand doen van het label ‘orthodox’. ‘Wat zullen we anders zijn dan orthodox?’ vroeg Willem Barnard al, recht in het geloof. Het is natuurlijk een andere orthodoxie dan die van mijn broeders en zusters ter rechterzijde. Maar ik wil wel in de grote traditie van de kerk staan. Die is me lief, daar leef ik uit. Ik besef nog steeds dat theologie iets anders is dan duurzaamheidsideologie. Ja ik trek de zaken wel scheef in mijn zorg voor aarde, lucht en water. Maar op haar beste momenten heeft de kerk altijd gezegd wat op dat moment gezegd moest worden. Vaak terecht eenzijdig. Dat is het Gebot der Stunde, iets wat hier en nu absolute prioriteit heeft.

Ik kijk opnieuw naar mijn ecologische voetafdruk. Die uitslag valt nog steeds niet helemaal mee. Met mijn levensstijl is er nog steeds 2,2 ha nodig, 0,4 ha te veel dus. Ik kan nog bezuinigen op de kaas, zie ik. Die is goed voor 3,18 procent van mijn voetafdruk. Dat zou wel een offertje zijn. De papieren krant opzeggen zou ook schelen. Een droogcloset mag niet van mijn vrouw. Maar er is vast nog wel wat te winnen. Hoe ver ga ik? Voorlopig heb ik als Pastor de genade nog wel nodig om selig te worden.

Sam Janse (1949) is emeritus predikant PKN, bijbelwetenschapper, en opa van David, Willem, Abe en Olaf en Ameide

Lees ook:

Met de politieke correctheid van een bijbeltekst heeft de vertaler niets te maken

Bijbelvertalingen ontwikkelen mee met taal, schrijft Sam Janse, en met kennis van historische context. Maar wat je niet moet doen: onwelgevalligheden corrigeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden