Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

Hup, de wereld in

De zaailingen mogen elke dag iets langer naar buiten. En dus til ik ’s ochtends het krat met de jonge plantjes naar buiten en zet ze in een luwe hoek van de tuin – uit de zon en uit de wind – waar ze langzaam mogen wennen aan het licht: de komkommer- en tomatenplanten, bloemkolen, Afrikaanse lelies, het Muskuskaasjeskruid. Niet langer staan ze warm achter het glas op de vensterbank. Ze moeten ‘afharden’, een akelig woord.

Hup, de wereld in.

Met hun slappe, slungelige lijfjes proberen ze hun rug recht te houden, en in precies dezelfde houding verlieten deze maandagochtend onze drie kinderen het huis – trots en fragiel – met rugtassen op en ingevlochten haren en glimmend gepoetste schoenen, nadat ze bijna acht weken lang waren thuisgebleven.

“Wat vind je het leukste aan school?” vroeg ik de middelste van vier jaar aan de ontbijttafel. “Weer naar huis gaan”, zei ze.

Ik mis de drukte, het gejengel aan mijn benen 

Het was de beste tijd, het was de slechtste tijd, schreef Dickens al, en nu ons huis leeg is en nergens meer kinderstemmen klinken in de tuin, houd ik ineens een paar uur over om te schrijven, of zomaar wat te schoffelen in de moestuin, en tegelijkertijd mis ik de drukte en de rondslingerende laarzen, het gejengel aan mijn benen. Het is ook nooit goed.

Onwillekeurig denk ik aan de absurdistische film ‘Dogtooth’ van Yorgos Lanthimos, waarin de ouders bij wijze van opvoedexperiment hun drie kinderen van de buitenwereld afsluiten. Nog nooit hebben ze het erf van hun riante villa verlaten. De kinderen moeten zo puur mogelijk blijven. “Wanneer zijn jullie klaar om het huis te verlaten?” vraagt de vader tijdens het eten aan zijn kinderen. “Zodra de hoektanden (dogtooth) vanzelf uitvallen”, zegt een van de zussen, bijna volwassen inmiddels. Zo ongeveer nooit dus.

Ondertussen maak ik in de moestuin een mooi bed voor de eerste zaailingen. De tomatenplanten. Die mogen na IJsheiligen de grond in. Op de naastgelegen akker ploegt een trekker soepeltjes de grond. Toch is de aarde nog altijd gortdroog, het heeft wel verdorie wat weg van een Afrikaanse steppe, waarin ik sta te hakken en beitelen. Ongerust ben ik ook. Zijn die jonge tomaten sterk genoeg? Blijven ze wel overeind bij de eerste de beste zuidwesterstorm?

Aan het einde van de middag haal ik onze dochters op van school, en van het kinderdagverblijf. Met afhangende schouders en een wit gezichtje staat onze middelste huilend bij het hek te wachten, de vlechten half los. Amper vier en behept met een gevoelige natuur kan ze maar moeilijk wennen aan de schoolstructuren. Vol in de zon, vol in de wind van het schoolplein, slaat ze haar armpjes om me heen: ik heb je zo gemist, mama.

Thuis drinken we limonade op een luwe plek in de tuin.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden