Duurzame 100 Nummer 1 (en nummer 60)

Hoe Zwerfinator Dirk Groot en Peukenmeisje Bernadette Hakken zwerfafval te lijf gaan

Dirk Groot (de zwerfinator) en Bernadette Hakken (het Peukenmeisje). Beeld Patrick Post

Peuken, flesjes, blikjes, Dirk Groot – de Zwerfinator – en Bernadette Hakken – het Peukenmeisje – rapen ze op, al helpt dat weinig. Voorkomen van zwerfafval is hun eigenlijke doel. Op pad met de nummer 1 en nummer 60 van de Duurzame 100.

Twee gepassioneerde afvalrapers, Bernadette Hakken uit Ellecom en Dirk Groot uit Purmerend, ontmoeten elkaar in Ede op een zonnige nazomerdag. Op het terras voor de Hema is de klik er meteen: hier zitten twee gelijkgestemden. Bernadette staat op 60 in De Duurzame 100. Dirk, twee jaar geleden nog trots op plek 98, staat dit jaar in de vernieuwde opzet helemaal bovenaan.

Het uitstapje in Ede is op 20 september, ze weten al dat ze in De Duurzame 100 van 2019 staan, maar nog niet op welke plaats. Samen gaan ze een ochtend afvalrapen.

Hakken heeft een tangetje bij zich en een flinke plastic bak, die al voor meer dan de helft vol zit met sigarettenpeuken. Haar standaard uitrusting. Groot draagt een lange grijper en een opvouwbare wasmand, zíjn vaste hulpmiddelen. In de paar honderd meter tussen de parkeerplaats en de Hema, scoort hij direct al blikjes en verpakkingen. Zij zit meteen op haar hurken om peuken te peuteren.

Even verderop lopen enkele dak- en thuislozen die tegen een kleine vergoeding van het gemeentelijke project Ede Schoon ook zwerfvuil rapen. Er ligt nog genoeg voor Hakken en Groot. Beiden weten ze precies waar ze moeten zijn: Zij in de goot langs stoepranden, hij in het gemeentelijk groen aan de rand van de parkeerplaats. Hakken blijft bukken – als je er op gaat letten, liggen ze overal, de peuken. Groot trekt met zijn grijpertje het ene na het andere bierblikje uit de struiken.

Zwerfafvalrapen is zijn vak

Dirk Groot heeft van het zwerfafvalrapen zijn vak gemaakt, hij opereert in heel Nederland en doet tegenwoordig soms ook betaalde onderzoeken voor grote firma’s. Bernadette Hakken, alias het Peukenmeisje, werkt nog op wat kleinere schaal, ze is ook pas ruim een jaar geleden echt begonnen. Maar ook zij beperkt het peukenrapen niet tot haar eigen woonplaats. Een paar weken geleden was ze in Zwolle. Daar stond vlakbij het NS-station een plataan die wat dun in het blad zat. Op de grond rondom de stam lag een rooster ter bescherming van de boomspiegel. Hakken peuterde er 433 peuken tussenuit. “Geen wonder dat die boom het moeilijk had. Regenwater moest eerst door een tapijt van gif heen.”

Beeld Patrick Post

Dirk Groot, alias de Zwerfinator, is de man van de data. Iedere vondst fotografeert en registreert hij in een app. Met de uitkomsten maakt hij analyses en bestookt hij overheden. Juist die aanpak, het grondig vastleggen van het zwerfvuil, spreekt de jury van De Duurzame 100 aan. Groot maakt het zwerfafvalprobleem toetsbaar en controleerbaar. In ruim vijf jaar heeft hij het probleem in Nederland inzichtelijk gemaakt. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Ook Bernadette Hakken telt iedere peuk die ze opraapt. Inmiddels zit ze – na ruim een jaar intensief rapen – op bijna honderdvijftigduizend stuks.

Het is een druppeltje wat ze doen, dat weten ze allebei. Maar ergens moet je beginnen. Hakken: “Alleen al in Nederland worden er per jaar miljarden peuken op straat gegooid. Miljarden! En het wordt almaar meer, omdat rokers steeds vaker buiten moeten roken.” Veel wordt door gemeentereinigers opgeruimd, maar lang niet alles.

Rokers in het strafbankje

Hakken is logopedist en onderwijsondersteuner. In haar vrije uurtjes is ze peukenmeisje. Ze heeft lef: ze gaat het gesprek aan met omstanders. Eerst reageren rokers vaak kriegelig en afhoudend als die vrouw met dat plastic bakje vol peuken hen zomaar aanspreekt. Rokers zitten al in het strafbankje met al die overheidsmaatregelen, die zitten niet te wachten op iemand die over hun peuken begint. Maar Bernadette Hakken stapt met een ontwapenende glimlach op ze af, met in haar tangetje een peuk, die ze tussen twee stoeptegels heeft uit gewurmd. Dan zegt ze: “Weet u wel dat in één peuk genoeg gif zit om acht liter water te verontreinigen?” “Ga weg! Echt waar?”, reageert een rokende man voor een eettentje in Ede. “Dat wist ik niet!” Hij belooft zijn peuken niet langer op straat te gooien en fietst gauw weg.

Ze loopt een café binnen waar onder het terrasmeubilair nogal wat peuken rondslingerden. Bernadette pakte ze één voor één op. De man achter de tap kijkt geïrriteerd, je ziet ‘m denken: wat komt dat mens doen? “Er lagen veel peuken buiten. Ik heb ze allemaal voor u opgeruimd. Maar de volgende keer moet u het zelf doen. Waarom zet u niet wat asbakken op de tafeltjes?” Binnen dertig seconden ontdooit de man. “U hebt gelijk, ik ga asbakken neerzetten.”

Beeld Patrick Post

Hakken zegt dat ze het ongelooflijk vindt dat meer dan driekwart van de rokers niet weet dat een sigarettenfilter hoofdzakelijk uit plastic bestaat. “Een grootvader zei tegen mij: ik wandel elke week met mijn kleindochter. Ik geef haar dan een snoepje en dan zeg ik altijd: denk er om dat je het papiertje aan opa geeft en niet op straat gooit. Maar intussen gooi ik zelf gedachteloos de peuk van mijn sigaret op de grond! Nooit over nagedacht.”

In de sfeer van voorlichting valt nog veel te winnen, zegt Hakken. “Ik blijf mensen prikken, steeds opnieuw vertel ik mijn verhaal. Dat is mijn systeem. Mensen zeggen tegen mij: sinds ik jou ken, zie ik overal peuken liggen. Dan zeg ik: mooi! Dat is precies wat ik wil.”

Zo werkt het ook: als je er op gaat letten, zie je ze overal: peuken.

Statiegeld op flesjes

Groot, ex-ICT’er, is meer de stille, noeste opruimer, die goed is in analyses en registraties en daar ook de nadruk op legt. Maar hij vertelt zijn verhaal ook op conferenties, op scholen, bij bedrijven. Hij is de schrik van Stientje van Veldhoven (D66), staatssecretaris voor milieu, die drie keer werd gekozen als groenste Tweede Kamerlid, maar die hem als bewindspersoon tot dusver vies tegenvalt: vooral omdat ze nog altijd geen statiegeld op flesjes en blikjes heeft ingevoerd. Groot bestookt Van Veldhoven met mails, tweets en nota’s over zijn bevindingen. Ze reageert niet.

In de vijf jaar dat hij raapt is hij veel positiever gaan denken over zijn werk als raper van afval: “Ik kom uit die zakelijke ICT-wereld, maar op straat kom ik mensen tegen die mij veel meer inspireren. Het gros van de mensen is goedwillend. Ik ben alleen wat cynischer richting politiek geworden.”

Beeld Patrick Post

Invoering van statiegeld op kleine flesjes en blikjes is de enige oplossing, in de visie van Dirk Groot. Want, het klinkt tegenstrijdig uit de mond van een afvalraper: opruimen van zwerfafval helpt niet echt. Hij kan het weten. Twee jaar geleden maakte hij de balans op van een lange voettocht van 548 kilometer afvalrapen in achttien steden en dorpen. Hij verzamelde ruim twintigduizend plastic flesjes, blikjes, kartonnetjes en drankzakjes, bijna 37 drankverpakkingen per kilometer. Slechts 179 stuks zwerfvuil waren statiegeldflessen – nog geen procent van het totaal. Hij schreef er een rapport over met de titel ‘20.000 redenen voor statiegeld’. Maar heeft al dat opruimen geholpen? Nee dus. Na iedere opruimactie lag er binnen de kortste keren weer dezelfde troep: plastic flessen, lege bier- en frisblikjes, snoepverpakkingen en rommel van fastfoodketens.

Voorkomen van zwerfafval

Bernadette Hakken valt hem bij: “De focus moet niet op het opruimen liggen. Dan denkt iedereen, ik gooi het op straat, de gemeente ruimt het toch wel op.” Het accent moet komen te liggen op het voorkomen van zwerfafval, zeggen de twee. Van de miljarden peuken die in Nederland op straat belanden, blijft er één op de vijf liggen, ontsnapt aan de gemeentelijke straatvegers. Hakken: “Dan hebben we het opgeteld wel over tien- tot twaalfduizend kilo plastic per jaar. Een enorme vervuiling, die deels via oppervlaktewater en riolen in zee belandt.”

Beeld Patrick Post

Haar zorg over de milieulast van tabakspeuken werd deze zomer versterkt door een Britse wetenschappelijke studie. Onderzoekers aan de Anglia Ruskin Universiteit in Cambridge stelden vast dat peuken een veel groter milieuprobleem vormen dan de plastic rietjes van frisdranken, waar Europa zich druk over maakt. Filters zijn gemaakt van niet-afbreekbare cellulose acetaat-vezels, waaraan door de industrie chemische middelen, zoals smaak- en geurstoffen, worden toegevoegd. Uit de studie blijkt dat peuken de kiemkracht van gras verminderen en de groei van klaver belemmeren. “Tabakspeuken is een vergeten vorm van plastic vervuiling, die dodelijk kan zijn voor onze planten”, aldus hoofdonderzoeker Danielle Green.

Groot raapt geen peuken. Geen beginnen aan, vindt hij. “Ik ben alleen de grotere stukken gaan oprapen, want dan kom je nog ergens. Als je alleen peuken gaat rapen, dat schiet niet op.” Hakken: “Dat klopt. Het schiet niet op. Maar iemand moet zich op de peuken richten. Er zijn er niet zoveel die dit doen, zo structureel.”

Groot heeft op de valreep wel een idee om het probleem van de peuken helderder te krijgen. “Misschien kan de tabaksindustrie worden verplicht de filters voortaan in felle, opvallende kleuren te maken. Dan zie je op straat de omvang van het probleem beter.”

Lees alles over de Duurzame 100 op Trouw.nl/Duurzame 100

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden