ReportageBiodiversiteit

Hoe wilder de tuin, hoe diverser de natuur

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

In de tuin en op het balkon kunnen we zelf de natuur een handje helpen. Hoe meer bomen, planten en vijvers, hoe beter voor vogels, vlinders en bijen. Op het biodiversiteitsdashboard houdt Intratuin de score bij, met steun van Naturalis.

Verbeter de wereld, ­begin in de tuin. Oké, het weer is misschien nog wat ­onstuimig, maar het is bijna lente, de natuur ontwaakt, tijd om te snoeien, te wroeten en te planten. Leuk om mee bezig te zijn en goed voor de natuur. Want de rijkdom aan soorten die wereldwijd onder druk staat, bloeit weer wat op als iedere Nederlander dit jaar minstens één vierkante meter tuin of balkon ‘verwildert’, stelt Intratuin in een campagne die deze maand is begonnen.

Op een digitaal dashboard, dat ­elke klant op de website kan volgen, houdt de keten bij welke impact planten en spullen hebben die de 53 aangesloten tuincentra verkopen. Zes bomen geven genoeg zuurstof voor een mensenleven, een regenton vangt honderden liters water op dat niet het riool in spoelt maar bij droogte de tuin kan opfrissen, vogelhuisjes, vleermuiskasten en insectenhotels bieden onderdak aan enkele tot tientallen dieren, bloemen geven voedsel aan hommels en vlinders, gras en bodembedekkers trekken wormen en duizendpoten aan, zoals ook een mesthoop doet, en sedum op het dak van een schuurtje of overkapping houdt regenwater vast, brengt verkoeling en voedt insecten.

5,5 miljoen tuinen

Nederland telt naar schatting 5,5 miljoen tuinen, met een gemiddelde oppervlakte van 100 vierkante meter; kleiner in de stad, groter op het platteland.

Dat betekent 550 miljoen vierkante meter, waarvan volgens een data-analyse uit 2019 van Deloitte 36 procent uit vegetatie bestaat. Dat is dus 198 miljoen vierkante meter groen. Intratuin streeft naar minimaal de helft groen, er moet dus nog 77 miljoen vierkante meter bij, te beginnen met 1 vierkante meter per tuin per jaar.

Het biodiversiteitsdashboard is ontwikkeld met hulp van Naturalis Biodiversity Center. Maak je dan als wetenschappelijk instituut en publieksvriendelijk museum niet gratis reclame voor een commercieel bedrijf? “Wij verbinden onze kennis aan deze campagne”, legt Naturalis-directeur en hoogleraar Koos Biesmeijer uit. “Dit zien miljoenen mensen. Ja, Intratuin is een bedrijf, maar dat verbergen ze niet. Ik ken ze een beetje, ze zijn op weg naar meer duurzaamheid en daar doen we graag aan mee. Net zoals we kennis delen met bouwers en infrastructuurbedrijven.”

Het dashboard werkt als een sport

Tuincentra zijn een mooi platform om over het belang van soortenrijkdom te vertellen, zegt Peter Paul Kleinbussink, directeur van Intratuin Nederland. “Wij willen hetzelfde als Naturalis, de Vlinderstichting en de Vogelbescherming. Wij krijgen kennis van hen, die we praktisch gebruiken door aan het aantal regentonnen te laten zien hoeveel water je opvangt en hoeveel CO2 plantjes opnemen. Met het dashboard werkt dat als een sport. Het zal wetenschappelijk wel niet helemaal kloppen, maar het is een indicatie, in een taal die iedereen begrijpt.”

Hetzelfde beoogt Intratuin met de jaarlijkse Boomfeestdag, waarvoor de tuincentra vanaf dit weekeinde 100.000 hazelaarstekjes weggeven aan klanten die minimaal 15 euro besteden. En begin dit jaar gingen in samenspraak met IVN Natuureducatie en het Wereld Natuur Fonds drieduizend tinyforestpakketten met inheemse soorten als sleedoorn, lijsterbes en rode kornoelje de deur uit. Voor elk verkocht minibos van drie vierkante meter worden in het Braziliaanse regenwoud drie bomen geplant.

“Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat we met IVN en WWF zouden samenwerken”, zegt Kleinbussink trots. “De minibossen zijn inmiddels uitverkocht.”

Biologisch geteeld

Intratuin volgt een trend, legt Kleinbussink uit. “Groen is onze achtergrond. De leden van onze coöperatie zijn bijna allemaal familiebedrijven, afkomstig van telers en kwekers. Ze worden langzaam ook milieubewuster. Daarbij heeft Greenpeace wel geholpen. Het ideaalbeeld van de tuin is nu veel groener dan tien jaar geleden. Het begint altijd in de mode, daarna volgt het interieur en uiteindelijk ook de tuin.”

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Ook in de winkels is dat te zien, blijkt uit een rondgang door het nog bijna onbevolkte tuincentrum in IJsselstein. “Alles wat eetbaar is, wordt 100 procent biologisch geteeld”, wijst Kleinbussink. “Fruitbomen, aardbeienplanten, bladsla, kruiden. Met kweken van andere planten lukt dat nog niet helemaal, in de buitenteelt moet je soms ziektes of schimmels bestrijden, maar dat gebeurt dan wel zo duurzaam mogelijk, alleen op de haard, en zonder neonicotinoïden, pesticiden die ook bestuivende insecten schaden. De stichting Natuur & Milieu monitort dat door willekeurig planten te testen. We willen alles wat we verkopen gecertificeerd en traceerbaar hebben.”

Planten zijn zoveel mogelijk ­inheems – ‘dat is goed voor bijen en vlinders’ – en ook alle potgrond en tuinaarde is voortaan biologisch. “In het begin gaf dat wel weerstand bij de kwekers, maar het vliegwiel begint te draaien. Zo’n omslag vraagt een paar jaar.”

Voedselbanken voor bijen

Platform The Pollinator zoekt particulieren die een Voedselbank voor bijen willen runnen. Wie zich voor 1 april aanmeldt, krijgt een pakket met zakjes biologisch bloemzaad thuisgestuurd, waar buurtbewoners een zakje van kunnen komen ophalen om dat op 22 april, nationale zaaidag, uit te strooien.

De bedoeling is dat er in het hele land 1500 voedselbanken ontstaan, 500 meer dan vorig jaar, die bijen en andere bestuivende insecten helpen. Info: thepollinators.org en ­voerdebijbij.nl

De laatste lege vakken in de winkel worden nog aangevuld met eenjarigen. Met hun vele kleuren zijn die een geliefd product, weet de ­directeur, maar eigenlijk passen ze minder goed in zijn duurzame plannen. “Voor de biodiversiteit betekenen ze weinig, dan kun je beter vaste planten hebben, die elk jaar weer bloemen geven.”

Giftige bestrijdingsmiddelen

Zo is er nog van alles te verbeteren, erkent Kleinbussink. De meeste potjes waarin planten worden geleverd zijn nog van plastic, er staan bij gebrek aan biologische alternatieven nog twee giftige bestrijdingsmiddelen in de schappen, er zitten nog te veel niet-inheemse soorten tussen de bomen in het assortiment. “We zijn er nog lang niet.”

Het glyfosaatmiddel Roundup is hier al jaren niet meer verkrijgbaar, zegt Kleinbussink. Maar daarmee zijn de giftige chemicaliën nog lang niet ­allemaal uitgebannen. Hij wijst op de kast met HG-producten. “Dat gaat er allemaal uit zodra we biologische alternatieven hebben gevonden. Hoewel ook biologische middelen gif bevatten, wat gewoon in de natuur voorkomt. Bij ‘overdoseren’ is dit net zo slecht voor de natuur als welk ander middel dan ook. ­Beperkt gebruiken dus.”

Terug naar de tuin. Die is nog te vaak ‘geasfalteerd’, zegt Kleinbussink. “Een schutting, een barbecue en een loungeset en maar voor een derde begroeid. Tuinen worden zwaar onderschat. Gelukkig is dat aan het veranderen. Het aandeel bestrating in onze verkoop is gezakt van 4 naar 0,2 procent. Ook de verkoop van tuinhout neemt af, terwijl heggen en hagen toenemen. Het wordt veel leuker in de tuin als je er wat stenen uithaalt.”

Lees ook:

Natuurdagboek Koos Dijksterhuis

Laat mensen maar flink dokkenvoor hun schadelijke, betegelde tuinen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden