OnderzoekLichtvervuiling

Hoe slaapt de gans als het nooit nacht is?

Canadese ganzen boven de verlichte kassen aan de Nieuwlandsedijk in 's Gravenzande. Beeld David Peskens
Canadese ganzen boven de verlichte kassen aan de Nieuwlandsedijk in 's Gravenzande.Beeld David Peskens

Ganzen slapen minder in de buurt van gebieden met veel kunstlicht, ontdekte de Groningse bioloog Sjoerd van Hasselt. Ze lijken er beter tegen te kunnen dan mensen.

Op een willekeurige bewolkte avond is de hemel aan de rand van de stad Groningen net zo fel verlicht als op een onbewolkte avond met volle maan. Alle straatlantaarns, verlichte kantoorgebouwen en spots die kerken en andere historische gebouwen beschijnen, morsen zo veel licht tegen de onderkant van het wolkendek, dat je er ’s nachts bijna een boek bij kunt lezen. “Het duidelijkst zie je het nog op een mistige nacht”, weet bioloog Sjoerd van Hasselt. “De fijne druppeltjes in de mist verstrooien het licht alle kanten op, dan is het echt heel extreem.”

Deze zogenoemde lichtvervuiling is vrij eenvoudig en objectief te meten met behulp van lichtmeters. Maar Van Hasselt ontdekte dat het ook te meten is aan het gedrag van een groep van tien tamme brandganzen, die permanent in een grote volière leeft van de Rijksuniversiteit. Voor zijn onderzoek plaatste Van Hasselt een paar minuscule elektrodes net onder de schedel van de ganzen. Na deze kleine operatie – met goedkeuring van de dierexperimentencommissie – kon hij meten of de ganzen diep of minder diep sliepen, of dat ze wakker waren. Dat alles werd geregistreerd op een chip die de dieren ook op hun kop droegen. Vervolgens nam hij ze mee naar de rand van de stad, waar hij ze rond liet lopen in een grote, open volière. Daar zag hij dat de dieren op een bewolkte avond net zo weinig sliepen als op een onbewolkte avond met volle maan. Dat was een kwart minder dan op een onbewolkte avond bij nieuwe maan, wanneer het veel donkerder was in het buitengebied.

Grazen

Wanneer lichtvervuiling hetzelfde effect heeft op een gans als een gewone volle maan, zou je misschien kunnen concluderen ‘dat het dus allemaal nog wel meevalt’. Maar dat vindt Van Hasselt toch wat te kort door de bocht. “Sowieso valt het met de lichtvervuiling rond de stad Groningen eigenlijk nog wel mee. In veel gebieden in de Randstad is de hoeveelheid lichtvervuiling wel vijf keer zo sterk als hier. Daar zullen de effecten op de natuur dus ook veel sterker zijn.”

Over die effecten op de natuur, in het bijzonder op zijn ganzen, is Van Hasselt ook voorzichtig. “Aan de ene kant levert het misschien wel een voordeel op voor de vogels. Aan groepen wilde brandganzen was al eerder gezien dat die op nachten met volle maan langer durven te grazen, waarschijnlijk omdat ze mogelijke roofdieren dan ook beter zien aankomen. Maar uit onderzoek aan huismussen in Florida komen ook mogelijke negatieve effecten van lichtvervuiling naar voren. In gebieden met meer nachtelijk kunstlicht bleken de mussen vatbaarder voor het westnijlvirus. Waarschijnlijk tast het nachtelijk kunstlicht het immuunsysteem van de dieren aan. In vervolgonderzoek dat ik de komende jaren met de ganzen ga doen, zal ik ook bloedmonsters van de vogels verzamelen, om te zien of de lichtvervuiling bij deze dieren misschien ook effecten heeft op hun afweer. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn om te kunnen meten of kunstlicht de ganzen wel of niet vatbaarder maakt voor de vogelgriep die deze winter huishoudt onder wilde watervogels.”

Extreme voorbeelden

Bijna interessanter nog dan die praktische gevolgen van kunstlicht, vindt Van Hasselt de fundamentele vragen over slapende vogels. “Tot nu toe gebeurt het meeste slaaponderzoek bij mensen en andere zoogdieren. Over vogels is nog relatief weinig bekend. Terwijl daar wel vrij extreme voorbeelden van te vinden zijn. De kleine strandloper bijvoorbeeld, kan tijdens het broedseizoen letterlijk twee weken zonder slaap. En ook de fregatvogel slaapt nauwelijks tijdens de trek. Waar ze op land acht uur per dag slapen, hebben ze tijdens de trek genoeg aan veertig minuten per etmaal.”

De fregatvogels blijken daarbij, net als dolfijnen, hun hersenhelften afwisselend te laten slapen; eerst doet links een dutje en houdt rechts een oogje in het zeil, daarna is het een tijdje andersom. Voor zijn onderzoek aan ganzen keek Van Hasselt ook specifiek naar de linker- en de rechterhersenhelft. Ook kon hij meten of de vogels in een diepe, ‘non-remslaap’ verkeerden, of dat ze licht sliepen, de remslaap. “Uit mijn metingen bleek dat de vogels vooral een diepe, non-remslaap hebben, maar onder veel kunstlicht dus een kwart minder. Het was ook niet zo dat ze zoals een fregatvogel de ene hersenhelft rust gaven terwijl de andere op vossen bleef letten. Ze stonden gewoon veel langer ‘aan’ door het kunstlicht.”

Van Hasselt had niet het idee dat zijn tamme vogels onder invloed van het kunstlicht slechter gingen functioneren, of dat ze, net zoals de Amerikaanse huismussen, eerder ziek werden. “Sterker nog: een groot deel van het jaar leken ze helemaal geen praktische hinder te ondervinden van een eventueel gebrek aan slaap. Om dat te testen heb ik ook een experiment gedaan waarbij ik ganzen uit hun slaap hield. Ik ging ’s nachts rondjes lopen in hun kooi, waardoor de vogels ook rondjes voor mij uit moesten blijven lopen.”

“Het licht bleef gewoon uit, zodat ik hun natuurlijke dag-nachtritme niet verstoorde. Vervolgens bleek dat de vogels in de wintermaanden overdag helemaal geen slaap hoefden in te halen na dat soort doorwaakte nachten. ’s Zomers was dat anders. Als ik ze dan uit hun slaap hield, gingen ze overdag iets meer slaap inhalen. Voor mijzelf lag dat overigens heel anders”, lacht Van Hasselt. “Na de dagen van die nachtelijke experimenten, zomer én winter, moest ik overdag echt wel bijslapen!”

Regelrechte marteling

In dat verschil tussen de onderzoeker en zijn ganzen schuilt meteen de diepere interesse van Van Hasselt. “Wil je de evolutie van slaap in het dierenrijk écht begrijpen, dan kun je niet alleen naar zoogdieren kijken. Dan is de ecologie van slaap bij vogels minstens zo interessant. Door dit onderzoek heb ik een diepe nieuwsgierigheid en waardering voor verschillende soorten ganzen gekregen.

“Hoe kan het bijvoorbeeld dat rotganzen die in de winter van Alaska naar Mexico trekken, drie dagen non-stop vliegen? Slapen ze dan helemaal niet, of afwisselend per hersenhelft? Voor mensen is zó lang niet slapen een regelrechte marteling. Maar blijkbaar is het fenomeen ‘slaap’ in de evolutie op heel veel verschillende manieren geregeld bij verschillende diergroepen. Door mijn onderzoek hoop ik vooral dáár wat meer van te begrijpen.”

Lees ook: 

Help! Dat opgefokt baasje, de Nijlgans, is een blijvertje

Wie er oog voor heeft, ziet ze overal: nijlganzen. Inmiddels zitten er meer dan tienduizend broedparen in Nederland, terwijl hij tot de jaren zestig niet in Nederland voorkwam. Wat maakt dit dier zo succesvol?

Ganzenoverlast in Kinderdijk: ‘Ze poepen alles onder en kwetteren de hele nacht door’

Ooit was de Hooge Boezem van de Overwaard bij Kinderdijk bekend om zijn rietvelden en zijn vogelrijkdom. Totdat de grauwe gans het gebied ontdekte. Komt het riet ooit nog terug?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden