null Beeld NOS
Beeld NOS

Jelle's weekdierKlaarkomende oesters

Hoe paar je als je geen vrouwtjes achterna kunt? De oester weet raad

Een van de meest intrigerende voortbrengselen van de evolutie is de geslachtelijke voortplanting. Seks dus. Seks is nodig om de natuurlijke variatie binnen een populatie dieren (of planten, die doen ook aan seks) te garanderen. Bij ongeslachtelijke voortplanting of klonen zijn de nakomelingen genetisch identiek aan de ouders. Genetische variatie is nodig om in geval van nood aanpassingen te kunnen bewerkstelligen om daarmee de overleving van de soort te garanderen.

Voor geslachtelijke voortplanting heb je geslachten nodig die ieder hun eigen geslachtscellen produceren, eicellen en zaadcellen. Cruciaal is de versmelting van een zaadcel met een eicel. Daartoe moeten de mannelijke en de vrouwelijke dieren elkaar weten te vinden om te paren. Met behulp van hofmakerij lukt dat meestal prima; stekelbaarsjes maken er een nestje voor, herten krijgen een imposant gewei, pauwen een idiote en onhandige staart en mensen doffen zich op en gaan naar de discotheek. Tot zover de schoolboekjesbiologie.

Alles gaat prima zolang je mobiel bent. Maar een groot deel van de biodiversiteit in zee is het tegendeel van mobiel. Zeeanemonen en koraaldiertjes, zeepokken en eendenmosselen, oesters en mosselen – ze zitten allemaal muurvast en kunnen geen kant op.

Deze zogeheten sessiele dieren kunnen daardoor heel veel dingen niet. Ze kunnen niet grazen of een prooi achterna jagen, maar ondervangen dat gebrek aan mogelijkheden door hun voedsel met zeefstructuren uit het water te filteren. Maar hoe gaat het dan met de seks als je geen vrouwtjes achterna kunt zitten, laat staan er mee paren? Hoe kun je dan toch een ontmoeting van eicel en zaadcel organiseren?

Dunne soep van triljarden geslachtscellen van sessiele zeedieren

Het antwoord op die vragen is de vrije zaadlozing. Veel sessiele zeedieren spuwen enorme hoeveelheden zaadcellen uit, in de hoop en verwachting dat er af en toe eentje door een soortgenoot via het filtersysteem in het lichaam wordt opgenomen om daar vervolgens een eicel te bevruchten. Een andere strategie is om zowel zaad- als eicellen uit te spuwen, die elkaar dan hopelijk ergens in de grote zee ontmoeten en versmelten.

Zo’n strategie werkt natuurlijk alleen maar wanneer de geslachtscellen in werkelijk astronomische hoeveelheden worden geproduceerd. De zee is tijdens het voortplantingsseizoen feitelijk een dunne soep van triljarden en triljarden geslachtscellen van miljarden sessiele diertjes.

Vorige week was dat zelfs even zichtbaar. Op de website van de NOS werd dat met fraaie foto’s geïllustreerd. De zee bij de haven van Texel kleurde melkachtig wit door de abundante zaad- en eicellozingen van oesters. Met enig gevoel voor humor stond vermeld: ‘Een enorme groep oesters kwam massaal klaar’. Een dame die het verschijnsel waarnam, dacht aanvankelijk dat sprake was van vervuiling, tot duidelijk werd dat het de Texelse oesters waren. ‘En toen zag ik het: kleine plofjes met witte pluimpjes. Het was geen vervuiling, het waren oesters!’, zo vertelde ze. Hoewel het een volstrekt normaal verschijnsel is, zie je het zelden.

Voor de goede orde: je kunt gewoon in zee zwemmen. Het kan voor mensen totaal geen kwaad, maar weet wel dat je met ieder slokje zeewater per ongeluk ook de nodige geslachtscellen van tientallen soorten sessiele zeedieren binnenkrijgt.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden