Dronebeeld van de overstromingsvlakte in de Ooijpolder.

Natuurfenomeen

Hoe ondergelopen polders voor explosie van leven kunnen zorgen

Dronebeeld van de overstromingsvlakte in de Ooijpolder.Beeld Remco Versluijs

Als het lukt om overstroomd rivierwater vast te houden in naastgelegen vlaktes, kan achterblijvend waterleven plots exploderen. Biologen onderzoeken hoe we dit natuurlijke verschijnsel terug kunnen krijgen. ‘Ooit was de hele Betuwe een overstromingsvlakte.’

“Hoor je dat hoemp-geluid? Dat is de roerdomp. Die zit hier ook dankzij het vasthouden van water, die is hier jaren niet geweest”, zegt onderzoeker Marijn Nijssen terwijl hij met hoge laarzen door een ondergelopen vlakte van de Buiten Ooij bij Nijmegen waadt. In zijn handen een schepnet en plastic zak. 

Nijssen maakt deel uit van een team dat onderzoekt waar in Nederland overstromingsvlaktes kunnen terugkeren. Dat team werkt voor Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN), een kennisnetwerk van mensen uit het beheer, beleid en de waterschappen.

Eeuwen geleden besloegen overstromingsvlaktes enorme oppervlaktes, doordat rivieren ’s winters buiten hun oevers traden en het water na de overstroming achterbleef. Het bijzondere natuurfenomeen verdween grotendeels door bedijking van de rivieren en komt, ondanks alle natuurontwikkelingsprojecten in de uiterwaarden, bijna niet meer voor.

Maar soms wordt het kunstmatig gecreëerd door het water vast te houden achter de zomerdijk, waarna het langzaam wegzakt. “Je ziet aan de planten dat het geen permanent water is, grassen, smeerwortel, echte landvegetatie”, zegt Nijssen. “Er staat nu nog zo’n 20 à 30 centimeter, het zal niet lang meer duren tot dit weer opgedroogd is.”

Beeld Louman & Friso

Sommige insecteneitjes liggen jarenlang te wachten en komen bij een overstroming uit

In de tussentijd kan er enorm veel leven ontstaan, dat maakt overstromingsvlaktes bijzonder. “Als het warm genoeg is komen er binnen korte tijd heel veel algen en kleine ongewervelden, zoals watervlooien, mosselkreeftjes en dansmuglarven. Die zijn de basis van het voedselweb en bieden kansen aan vissen en amfibieën, die weer vis- en amfibie-etende vogels trekken”, zegt Nijssen.

De theorie achter deze plotselinge piek is dat na een hoogwater veel verteerde algen op de bodem achterblijven. De voedingsstoffen die na die afbraak overblijven, komen bij een volgende overstroming ineens beschikbaar, waardoor er een enorme algenbloei plaatsvindt. “Er zijn insecteneitjes die jarenlang in de grond liggen te wachten en bij een overstroming uitkomen. De larven duiken meteen op al dat voedsel.”

Nijssen zoekt naar het diepste stuk om een monster te nemen. Het water tussen de planten is kraakhelder en na een tijdje staren zie je van alles krioelen. Met een schepnet gaat hij over de bodem en haalt een klomp slib en plantmateriaal naar boven, daartussen blijkt van alles te bewegen: wantsen, watermijten, een keverlarve en een dikkopje. De vangst gaat in een zak met water voor determinatie in het laboratorium.

hoe lang moet het water blijven staan om dieren hun levenscyclus te laten voltooien?

Het onderzoek richt zich op deze zogenoemde watermacrofauna, maar er zijn ook specialisten bij betrokken die kijken naar algen, amfibieën, vissen en vogels. “We waren bezig met een bureaustudie, maar toen kwam hier hoogwater en kregen we de unieke kans om in het veld onderzoek te doen. Die twee studies samen moeten een beeld geven waar een overstromingsvlakte aan moet voldoen om voor soorten van waarde te zijn. Welke oppervlaktes hebben we nodig, hoe diep moet het zijn en hoe lang moet het water blijven staan om dieren hun levenscyclus te laten voltooien? De ontwikkeling van ei tot volwassen dier kan bij sommige dansmuggen binnen twee weken voltooid zijn, andere hebben wel acht tot twaalf weken nodig.”

Of dat nu gehaald wordt is maar de vraag. “We hebben in het voorjaar een lange droge periode gehad met veel wind, dus de verdamping is enorm. Daarnaast is het rivierwater na de winter als een idioot gedaald. Dat trekt hier ook water weg.”

Dat er überhaupt water mag staan, is een gevecht van lange adem geweest, zegt boswachter Twan Teunissen van Staatsbosbeheer Gelderse Poort, beheerder van het gebied. “Het is voor ons heel belangrijk om water vast te houden, ook voor de moerasnatuur met alle rietvogels”, zegt Teunissen. “Maar decennialang kon dat niet omdat er nog agrariërs in het gebied zaten. Enkele jaren geleden was er nog maar een enkel stukje particulier terrein over en dat hebben we opgehoogd tot aan de waterlijn zoals die nu in het gebied toegestaan is.”

Het liefst zou Teunissen de sluizen nog eerder dichtgooien en het water veel hoger laten staan. “Maar we hebben ook te maken met particulieren aan de andere kant van de dijk die bang zijn dat het water als kwel bij hen uit de grond komt. Het waterschap heeft nu bepaald vanaf wanneer en bij welk peil de sluis dicht mag. Het compromis is al een flinke winst voor de natuur.”

‘Waterschappen houden geen rekening met de jaarlijks terugkerende droogte’

Om elders sneller overstromingsvlaktes mogelijk te maken, is er een omslag in het denken nodig bij met name waterschappen, vindt projectleider van het OBN-onderzoek Gijs Kurstjens. “Waterschappen zijn vooral gericht op een mogelijk teveel aan water en gebieden zijn ingericht op de extreme gebeurtenissen die maar eens in de honderd jaar plaatsvinden. Er wordt geen rekening gehouden met de bijna jaarlijks terugkerende droogte. We hopen dat dit soort voorbeelden laten zien dat het niet zo eng is om water vast te houden en dat het voor de natuur en zelfs indirect voor landbouw veel oplevert.”

De onderzoekers werken aan een kaart met de meest kansrijke gebieden in Nederland. Kurstjens licht een tip van de sluier op. “Ik denk dat er drie clusters van gebieden uitkomen. Naast de Gelderse Poort met onder andere de Rijnstrangen, kijken we meer stroomafwaarts zijn, dus rond de IJsselmonding en benedenstrooms langs de Waal, tussen Loevestein en Gameren. Daar is de rivier minder ingesleten en zakt het water langzamer weg.”

Om te zien hoe overstromingsvlaktes in een natuurlijke situatie eruitzien, zouden de onderzoekers dit voorjaar naar de rivier de Pripjat in Wit-Rusland gaan, maar corona gooide roet in het eten. “Daar zijn over vele kilometers langs de rivier overstromingsvlaktes te vinden”, zegt Nijssen, “en is het niet erg als een plek een aantal jaren droog blijft. Dan is er wel weer een overstroming op een andere plek. Ooit was het hier ook zo, de hele Betuwe was één grote overstromingsvlakte van de Waal en de Rijn. In die orde van grootte komt het in Nederland nooit terug, maar als je kijkt wat dit nu al oplevert, is het pure winst. Het is echt de missing link in de riviernatuur.”

Lees ook: 

De Ooijpolder wordt steeds rijker, omdat boeren en natuurbeschermers samenwerken

Natuurbeschermers en boeren praten over een nationaal deltaplan voor de soortenrijkdom. Dat moet nog helemaal van de grond komen. Maar in de Ooijpolder bij Nijmegen wordt al jaren gesleuteld aan herstel van biodiversiteit. Het werkt.

Bronstige stieren helpen bijen en wespen

Volwaardige natuur is de beste waarborg voor biodiversiteit. Zoals in de Ooijpolder, waar stieren zorgen voor een thuis voor insecten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden