Hoe Nederland een Senegalese vissersplaats met een vuile kolencentrale opscheepte

Ibra Seck Cassis, initiatiefnemer van 'Bargny Zegt Nee Tegen Kolen'. Beeld Credit: Oumar Bayo Fall

Een vissersplaats in Senegal protesteert tegen een nieuwe kolencentrale. Die is daar neergezet met geld van de Nederlandse investeringsbank FMO. 'Wij zijn niet tegen vooruitgang, maar speel het spel volgens de regels.'

Met grote investeringen in ontwikkelingslanden wil Nederland opkomende markten op gang helpen. Maar er zit een spanning tussen deze ambitieuze projecten en de risico's voor het milieu en de bevolking. Zo is in Senegal met geld van de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) een kolencentrale neergezet in de vissersplaats Bargny. Volgens de investeerders is dit een sprong voorwaarts voor het West-Afrikaanse land. Maar bij de bouw is onvoldoende rekening gehouden met de bevolking, de visstand, de luchtkwaliteit of het grondwater.

FMO heeft een portefeuille van 9,2 miljard euro verspreid over 82 landen en is voor 51 procent in handen van de Nederlandse overheid. De bank investeert in landen met een hoog risico, waar mensenrechten en het milieu niet altijd goed worden beschermd. FMO gaat die gevaren niet uit de weg, maar wil de gevolgen van de investeringen verzachten door aan de hoge standaarden van de Wereldbank te voldoen. In de praktijk valt dat niet altijd mee, blijkt uit een rapport van de eigen klachtencommissie over Senegal.

In Bargny vangen mannen vis en drogen vrouwen die in de rook van smeulende pindadoppen en stukken karton. Zo gaat dat al generaties lang. Vlakbij de kust en de bebouwing is Sendou I neergezet, een energiecentrale van 125 MW die de capaciteit vergroot en het elektriciteitsnet stabieler maakt. Dat is volgens FMO ook belangrijk voor toekomstige investeringen in schone energie. Senegal draait nog grotendeels op vuile oliegeneratoren en de stroom valt vaak uit.

Maar inwoners van Bargny demonstreren tegen de centrale, die ze 'het monster' noemen. Kolen zijn verleden tijd, zeggen ze. Begin deze maand hebben niet-gouvernementele organisaties nieuwe protesten aangekondigd. Ze willen dat de centrale sluit, nog voordat die opengaat. Ook de internationale campagne 'deCOALanize Africa' steunt het verzet in Bargny - de naam verwijst niet alleen naar steenkolen maar ook naar het koloniale verleden. De activisten pleiten voor zonne-energie en willen geen vuile investeringen uit het Westen.

Na negen jaar is Sendou I bijna gereed. FMO verwacht dat de centrale in mei in werking treedt. "Sinds een maand wordt de centrale getest en horen we het lawaai", zegt Ibra Seck Cassis, journalist, blogger en oprichter van de facebookgroep 'Bargny Zegt Nee Tegen Kolen'. Hij is er geboren en getogen. "Gisternacht werden de machines om drie uur 's nachts opgestart, iedereen werd wakker."

Tekortgeschoten

Cassis diende in 2016 samen met andere inwoners van Bargny klachten in bij het onafhankelijke expertpanel van FMO: over de milieuschade, de economische consequenties voor de vissers, landrechten, de gevolgen voor het klimaat en het gebrek aan communicatie. "We verbranden geen autobanden en vernielen geen auto's, maar hebben voor de legale weg gekozen door de financiers aan te vallen op de tekortkomingen in hun impactanalyses", zegt hij.

In het eindrapport dat in november vorig jaar verscheen, stond dat FMO op enkele punten de eigen standaarden heeft geschonden. In een reactie noemde CEO Jurgen Rigterink Sendou een van de meest complexe projecten in de portfolio van FMO. Daarbij speelt mee dat het project meermalen stil kwam te liggen door een aandeelhoudersconflict.

In het project is niet goed omgegaan met de zorgen van de bewoners. Tussen 2009 en 2014 is geen inhoudelijke ontmoeting georganiseerd, schrijft de commissie. 'Vijf jaren gingen voorbij zonder betekenisvolle consultatie van de lokale gemeenschap. Het is daarom niet verrassend dat de lokale gemeenschap het project bijna was vergeten toen het eind 2015 weer op gang kwam.'

De commissie vindt het moeilijk te begrijpen waarom sommige basale en goedkope onderzoeken naar het milieu en de sociale gevolgen niet plaatsvonden. De enorme vertraging en de slechte communicatie hebben volgens het panel gezorgd voor onbegrip en weerstand.

"Wij zijn niet tegen vooruitgang, maar speel het spel volgens de regels", zegt Cassis. De grondwet van Senegal geeft de bevolking recht op een schoon milieu, zegt hij. "Maar deze gemeenschap van 70.000 zielen wordt van alle kanten aangevallen door vervuilende fabrieken die de klimaatverandering versnellen."

Aan de andere kant van Bargny ligt al de grootste cementfabriek van West-Afrika, die voor luchtvervuiling zorgt. Mogelijk komt er een tweede kolencentrale, Sendou II. De Senegalese overheid heeft verder het plan om een industriële haven aan te leggen. Die moet de oude haven van Dakar ontlasten. Tot die tijd voeren vrachtwagens de steenkolen aan via de snelweg die Bargny in de rug afsnijdt. De vissersplaats komt klem te zitten.

Onleefbaar

Dat is lastig omdat Bargny de gevolgen ondervindt van klimaatverandering. De kust erodeert door het stijgende zeewater. Er zijn al huizen in de oceaan verdwenen en ook de begraafplaats is niet ongeschonden gebleven. Een eerdere burgemeester heeft slachtoffers van de afkalvende kust 1433 stukken land toegewezen. Maar die liggen op of om het terrein van de kolencentrale. Sommige bewoners hebben documenten waaruit blijkt dat ze leges hebben betaald. Maar hun eigendom wordt betwist door de hogere overheid.

Negentig procent van de lokale economie draait om vis, zegt Cassis. Als de gekleurde kano's weer op het strand liggen, drogen duizend femmes transformatrices de vis in de omgeving van de kolencentrale. Het eindproduct wordt ook geëxporteerd. Het expertpanel spreekt van een delicate productieketen. Jarenlang bleef de positie van deze vrouwen onduidelijk. Konden ze blijven, zo vlakbij de centrale?

Bewoners maakten zich zorgen over het koelwater dat in zee zou worden geloosd, met mogelijk gevaar voor de visstand. Dat de Wereldbank de maritieme diversiteit juist probeert te vergroten met een kunstmatig rif, was niet bekend bij de projectontwikkelaars en financiers, bleek uit het onderzoek. Cassis vreest het einde van de visindustrie. "De visserij zal snel vergeten zijn en het enige alternatief is verhuizen. We worden klimaatvluchtelingen."

Dan is er ook nog de school op ruim 500 meter van de kolencentrale. En op het terrein van de centrale staat een heilige baobabboom. Luchtvervuiling, grondwater, schadevergoedingen, investeringen in de gemeenschap... Met de vele vragen gebeurde lange tijd weinig.

In de aanpak van dit soort problemen is FMO ook afhankelijk van de zakenpartners. In dit geval is de klant Senegal Electricity Company (CES), een Senegalees bedrijf met buitenlandse aandeelhouders, namelijk de Zweedse consultancyfirma Nykomb Synergetics Development en de Quantum Groep van de Israëlische magnaat Idan Ofer. Naast FMO financieren de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de West-Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de Banking Company of West Africa het project van 206 miljoen euro. FMO heeft 40,2 miljoen euro verstrekt.

Moeilijke beslissing

FMO kan de partners onder druk zetten door géén geld over te maken zolang niet aan allerlei eisen is voldaan. In het geval van Sendou I boekte FMO het geld tóch over. Dat gebeurde tweemaal, ook al was er haast niets verbeterd. FMO drong er bij partners op aan werk te maken van de risico's voor het milieu en de bevolking. Maar door het geld te verstrekken, raakte FMO z'n drukmiddel kwijt.

We moesten wel, zei FMO, omdat het voortbestaan van het project op het spel stond. In 2015 werd Quantum Groep meerderheidsaandeelhouder. Deze eiste dat het resterende geld zo snel mogelijk werd overgemaakt. FMO vond dat een heel moeilijke beslissing, schreef CEO Jurgen Rigterink in de reactie op het rapport. Maar FMO kon volgens hem niet anders.

De Senegalese overheid en zakenpartners voerden de druk enorm op. In een Indiase haven lagen bijvoorbeeld al onderdelen van de kolencentrale te wachten voor transport. Zo kwam het dat de bouw van de kolencentrale vorig jaar al flink gevorderd was, terwijl allerlei problemen nog niet waren opgelost. Of FMO in de toekomst weer diezelfde beslissing neemt, hangt volgens een woordvoerder af van de situatie.

FMO geeft toe dat er fouten zijn gemaakt bij de analyse van sociale en milieurisico's en in het contact met de bevolking. Er zijn lessen getrokken en het duurzaamheidsbeleid is aangescherpt. Bij oplevering zal het project aan alle eisen voldoen, voorspelde Rigterink in zijn reactie. Het koelwater zal niet direct in zee worden geloosd. De heilige baobabboom op het terrein van de kolencentrale zal bereikbaar zijn voor de gemeenschap. En de visdrogende vrouwen mogen hun werk blijven doen bij het terrein, schrijft hij. Wat de landrechten betreft is voldaan aan de wet van Senegal en zijn individuen die daar recht op hadden gecompenseerd.

Lessen geleerd

Volgens een woordvoerder van FMO werken de betrokken partijen, waaronder de overheid, aan een oplossing voor omwonenden. FMO bezoekt het project regelmatig en spreekt daarbij ook met vertegenwoordigers van de gemeenschap. Het contact is verbeterd sinds Quantum Groep is ingestapt. Dat zei ook de onderzoekscommissie, die het project blijft volgen.

Het argument dat Senegal niet zonder grote kolencentrale kan, noemt Cassis gedateerd. Met hulp van de Wereldbank werkt Senegal aan centrales voor zonne-energie, die 200 MW moeten gaan leveren. Vorige week maakte de Senegalese energietoezichthouder bekend dat een Frans consortium twee centrales gaat bouwen voor opgeteld 60 MW aan zonne-energie. Tegen een prijs van 4 eurocent per kilowattuur, wat de Wereldbank een doorbraak noemt. Ook Senegal heeft het klimaatakkoord van Parijs ondertekend, merkt Cassis op.

Lees verder onder de foto

De kolencentrale van Bargny komt volgende maand in bedrijf. Beeld Moussa Ciss, rv

FMO besloot in 2015 als eerste Nederlandse bank niet langer in kolen te investeren en zet nu in op schone energie. Daar heeft Bargny niks aan, zegt Cassis, maar hij noemt het toch een overwinning. "Gelukkig hoeven andere gemeenschappen dit niet mee te maken."

Politiek Dakar belooft de centrale binnen enkele jaren om te bouwen tot een gascentrale. Een woordvoerder van FMO zegt dat dit technisch mogelijk is, maar noemt het ook een kostbare zaak. De beschikbaarheid van gas is een verantwoordelijkheid van de overheid en de olie- en gasbedrijven, zegt hij. Cassis gelooft er niet in. "Als ze tien jaar nodig hadden om deze kolencentrale te bouwen, zal die dan in twee jaar worden aangepast?

De werkwijze van FMO

Ontwikkelingslanden helpen en winst maken, het kan gelijk opgaan. FMO, de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, is voor 51 procent in handen van de Nederlandse overheid. De bank brengt private projecten op gang in landen die te risicovol zijn voor reguliere investeerders. Dat de Nederlandse overheid garant staat voor de leningen, vergroot het vertrouwen bij zakenpartners.

Vorig jaar maakte FMO een recordwinst van 255 miljoen euro en bedroeg het rendement 9 procent, blijkt uit het jaarverslag over 2017. FMO-projecten droegen wereldwijd bij aan 900.000 banen. "Onze resultaten laten zien dat impact en winst hand-in-hand gaan", schrijft CEO Jürgen Rigterink, die sinds 1 april is overgestapt naar de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

In Nederland is het ontwikkelingsbeleid de laatste jaren veranderd. Sinds 1974 heeft Nederland niet zo weinig geld uitgegeven aan ontwikkelingshulp, meldt de Oeso, namelijk 0,6 procent van het bruto nationaal product. De nieuwe koers is handel in plaats van hulp. FMO past in dat beleid.

De bank kiest voor de thema's energie, financiële instellingen en agribusiness. Niet alleen het ontvangende land heeft baat bij de investeringen. Omgekeerd heeft Nederland belang bij stabiliteit in Afrika en de ring van landen om Europa heen, schrijft FMO. FMO wil meer Nederlandse bedrijven gaan betrekken in internationale projecten. Vorig jaar is voor 94 miljoen euro aan transacties met het Nederlandse bedrijfsleven gerealiseerd.

FMO stapte vorig jaar uit een hydro-elektrisch project in Honduras, Agua Zarca. De spanningen rond het project waren te hoog opgelopen. Die spanningen hadden in 2016 zelfs geleid tot de gewelddadige dood van milieuactiviste Berta Caceres in 2016, een fel tegenstander van de centrale. Vorige maand werd de directeur van het bedrijf dat de stuwdam bouwt hiervoor gearresteerd.

FMO heeft vorig jaar het beleid herzien. Voortaan komen mensenrechten en draagvlak onder de gemeenschap op de eerste plaats. Die thema's worden nu systematisch in het gehele investeringsproces betrokken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden