Overleg

Hoe de wetenschap werd overgeslagen bij het klimaatberaad

Beeld Studio Vonq

Wetenschappelijke oplossingen tegen klimaatverandering dringen nauwelijks door het Nederlandse klimaatbeleid dat in de maak is. Dat begon al aan de start: bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord zat geen wetenschapper aan de vijf Klimaattafels. ‘Een gemiste kans, want het leidt tot kortetermijnoplossingen.’ 

Eigenlijk had dit stuk moeten gaan over de vraag welke wetenschappelijke adviezen Ed Nijpels kreeg bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord en welke wetenschappelijke inzichten zijn doorgedrongen in ons klimaatbeleid. Deels daarover had de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) deze week een symposium en paneldiscussie georganiseerd.

Maar dat liep anders.

Klimaatberaadleider Nijpels was er, daar lag het niet aan. Hij vertelde over het ingewikkelde polderproces en de politieke muiterij die hij vanuit Den Haag had ervaren. Was het overleg aan de klimaattafels al zeer moeizaam gegaan, de kikkers sprongen pas echt uit de kruiwagen bij de zogenoemde ‘cockpit’, een overleg onder leiding van Mark Rutte met de verantwoordelijke ministers en staatssecretarissen, toen ook de fractievoorzitters zich ermee gingen bemoeien.

Doolhof dat polder heet

“De cockpit bestond uit achttien mensen. Je weet wat er gebeurt als je achttien mensen in een cockpit propt: dan komt het vliegtuig naar beneden”, onderstreepte Nijpels nogmaals zijn ingewikkelde opgave in het klimaatoverleg.

Op zich is dat natuurlijk een leuk inkijkje in het doolhof dat polder heet. Maar welke wetenschappelijke inzichten zijn besproken aan de vijf klimaattafels, daar ging Nijpels niet op in.

Waarom niet, dat maakte Richard van de Sanden in de eerste minuten van zijn lezing duidelijk: de wetenschap had al niet aan de startstreep mogen verschijnen. De hoogleraar toegepaste natuurkunde en directeur van het wetenschappelijk onderzoeksinstituut Differ (Dutch Institute for Fundamental Energy Research) stond net als andere wetenschappers bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord aan de zijlijn. “Naar mijn mening is dat een gemiste kans”, steekt hij van wal.

Natuurlijk, het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hadden wel mogen aanschuiven. “Maar hun rol was reactief”, zei Van de Sanden. “Bij ieder voorstel werd de bureaus gevraagd het door te rekenen.” En zo kon het gebeuren dat de wetenschappelijke blik voor de oplossing buiten beschouwing bleef. De tafels werden gedomineerd door zogenoemde ‘stakeholders’, tafelgasten met ieder een eigen belang.

Alleen de eerste zes maanden waren inspirerend

Er mochten dan geen wetenschappers aan de klimaattafels zitten, de wetenschap had wel een mol: Laetitia Ouillet. Zij zat aan bij de energietafel vanwege haar ervaring bij energiebedrijven. Ze was bovendien als energiestrateeg – niet als wetenschapper – aan de TU Eindhoven verbonden.

De eerste zes maanden herinnert Ouillet zich als inspirerend. “Ik hoorde de ideeën en kon kritische vragen stellen.” Tegelijk organiseerde ze haar achterban vanuit de wetenschap. Wat was er mogelijk met innovatie, hoeveel geld zou ervoor nodig zijn? De antwoorden inventariseerde ze met workshops waarbij hoogleraren en kennisinstituten zich verenigden.

Toen de overleggen overgingen in onderhandelingen bleek dat haar ideeën hun weg niet vonden in het onderhandelingsdocument van de energietafel. De oorzaak: de financiële rugdekking voor nieuw fundamenteel onderzoek was er niet. “De ministeries van onderwijs, cultuur en wetenschap en economische zaken communiceerden niet of mondjesmaat met elkaar.” Het verleggen van de geldstromen van de topsectoren, waar nu een deel van het budget voor wetenschap op gebaseerd is, daar had Economische Zaken geen trek in, ontdekte Ouillet.

In een overleg dit voorjaar had Ouillet alles op alles gezet om de wetenschappelijke inzichten die zij bij haar achterban verzameld had in het voorstel te krijgen. “Daarvan bleek 98 procent niet te zijn overgenomen door het ministerie van economische zaken. Ik voelde me naïef dat ik gedacht had dat hier kabinetsbeleid voor aangepast zou worden.” Ze mailde het ministerie dat ze de energietafel verliet. Er kwam geen antwoord. “De keren erna stond ik in de notulen die ik nog wel kreeg als ‘afwezig’ of als ‘ziek’ genoteerd. Er is nooit gemeld waarom ik niet meer kwam.” 

Economische Zaken verwijst in reactie naar de selectiecriteria die in 2018 vastgesteld werden. De partijen die voor de hoofdtafels werden uitgenodigd moesten een ‘concrete bijdrage kunnen leveren aan de transitie binnen de sector, kennis over de sector kunnen inbrengen en met mandaat afspraken kunnen maken’. Dit leidde ertoe dat universiteiten buiten beschouwing bleven. Het ministerie gaat niet in op Ouillets vertrek.

Indrukwekkende gasinfrastructuur

“Moet je dit polderend doen?”, vroeg Van de Sanden zich af voor de volle zaal. “Iedereen heeft belangen, is dit dan het beste traject om klimaatverandering aan te pakken? Is het slim om hetzelfde ministerie verantwoordelijk te maken voor economische ontwikkeling én klimaatbeleid? Daarin is Nederland het enige land ter wereld.”

Als voorbeeld om te laten zien hoe snel het kan gaan als dat polderen even buiten beschouwing blijft, wees hij naar de Nederlandse energie-omslag tussen 1965 en 1975. In Nederland stookte in 1975 nagenoeg geen huishouden meer op kolen dankzij een indrukwekkende gasinfrastructuur die onder leiding van de Nederlandse overheid in één decennium uit de grond gestampt werd.

Nu wordt er volgens Van de Sanden vooral kortetermijnbeleid gemaakt dat ingegeven is door emotie, in plaats van gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Als voorbeeld noemde hij de overhaaste beslissing om Nederlandse huishoudens niet langer te laten stoken op aardgas. “Doe je dat op stel en sprong, berg je dan maar voor de CO2-uitstoot. Het heeft alleen zin als de elektriciteit waarmee de huizen verwarmd wordt ook groen is, dat is nog lang niet het geval.” Nu is nog maar 8 procent van de energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen.

Economische karrenspoor

Nog zo’n voorbeeld: de subsidies die zijn uitgetrokken voor elektrisch rijden. Zo lang die auto’s rijden op de grijze energiemix die er nu door de Europese elektriciteitskabels stroomt, zitten die qua CO2-emissies tussen een diesel en een hybride auto in als je de emissies die vrijkomen bij de productie meerekent.

Om de CO2-uitstoot echt naar beneden te brengen zijn veel drastischer maatregelen nodig: grote windparken, meer zonne-energie, investering in de opslag van energie uit hernieuwbare bronnen zodat je ook op een bewolkte, windstille dag nog stroom hebt. Daarvoor is het volgen van het economische karrenspoor, met een beetje gewiebel naar links of rechts, niet voldoende, betoogde Van de Sanden. “Bij de Deltawerken vroegen we toch ook niet: wat levert het op?”

Lees ook:

Politiek nog erg verdeeld over CO2-heffing

Het klimaatdebat spitst zich inmiddels toe op één thema: een CO2-heffing. De Tweede Kamer, industrie, wetenschappers en milieuclubs spreken er vooral in tegenstellingen over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden