ReportageKunstrif

Hoe de oester (met een beetje hulp van de 3D-printer) terug de Noordzee in komt

Een oesterrifBeeld Goofy Aquavideo WWF

Oester- en mosselbanken waren ooit de koraalriffen van de Noordzee. Ze zuiveren het water en zijn goed voor de biodiversiteit. Onderzoekers van het Wereld Natuur Fonds en ARK Natuurontwikkeling proberen ze terug te krijgen. Gek genoeg genieten ze geen bescherming.

Net voordat de duikers te water gaan, stapt ecoloog Wouter Lengkeek uit de rubberboot overboord. Zijn voeten reiken tot de bodem, hij kan gewoon staan in dit stukje van de Voordelta. Terwijl surfers zich op de achtergrond gretig laten meevoeren op de straffe zuidwestenwind, waadt Lengkeek in zijn waterpak naar het strand. Zo dicht ligt de oesterbank, die hij vier jaar geleden ontdekte, bij de Brouwersdam aan de Zeeuwse kust.

Daar zit wel enig risico aan, legt Karel van den Wijngaard uit, wijzend op de basaltblokken waarlangs Lengkeek zorgvuldig zijn stappen zet. “Op blote voeten is dat niet te doen met alle scherpe schelpranden.  Maar vanaf het strand is dit allemaal onzichtbaar. Of het vol ligt met oesters of niet, de gemiddelde strandgast heeft er geen weet van.”

Zelfs snorkelend is het onderwaterleven deze keer niet goed te zien, blijkt als zeebioloog Emilie Reuchlin-Hugenholtz haar duik heeft gemaakt. De regen in de ochtend en de stevige wind verstoren de rust en stuwen losse deeltjes op zodat garnalen, krabben, vissen en andere waterdieren zich makkelijk kunnen verschuilen. Maar ze zijn er wel.

De oesterbank in de Voordelta, een Natura 2000-gebied in de Noordzee tussen de Maasvlakte en de Westerschelde, zit vol leven, zo blijkt uit het onderzoeksverslag van twee jaar geleden in wetenschappelijk tijdschrift Marine Biology Research. Op het rif, dat zich uitstrekt over zeker 40 hectare, in een lange strook zo’n 100 meter uit de kust, leven 60 procent meer dier- en plantensoorten dan op de zanderige zeebodem ernaast. Ook is het rif aantrekkelijk voor vogels en zeehonden, als rustplaats en voedselbron.

Van den Wijngaard en Reuchlin zijn projectleiders van het onderzoek naar herstel van schelpdierriffen in de Noordzee, de een namens ARK Natuurontwikkeling, de ander voor het Wereld Natuur Fonds (WWF). In het onderzoek werken ze samen met het Platte Oester Consortium, een coalitie van deskundigen zoals Lengkeek van Bureau Waardenburg, Wageningen Marine Research en Sas Consultancy.

Een veel helderder Noordzee

Platte oesters bedekten ooit een groot deel van de Noordzeebodem. “Van de Doggersbank tot aan de Vlaamse kust was de zee bezaaid met schelpdierriffen”, vertelt Reuchlin. “Wel 30 procent van de zeebodem was oesterbank, zagen we op een oude kaart uit 1883. Door ziekte en overbevissing, met sleepnetten, zijn ze grotendeels verdwenen.”

De zee was toen veel helderder, vermoedt Van den Wijngaard. “Oesters filteren het water en houden sediment vast. En dat is ook weer goed tegen kusterosie. Bovendien dringt in helderder water meer zonlicht door, wat weer kansen biedt voor bijvoorbeeld zeegras, dat niet kan groeien in troebel water. En zeegras kan op zijn beurt weer zorgen voor demping van golven. Zo’n oesterbank is een soort koraalrif van de Noordzee, een fundament voor het ecosysteem. Het biedt beschutting en voedsel aan ander leven, een voedselbron en paaiplek voor bijvoorbeeld roggen en andere vissen.”

ARK en WWF besloten vier jaar geleden om te kijken of ze de natuur een zetje kunnen geven richting herstel. Ze doen dat bij het natuurlijke rif in de Voordelta, tussen verzonken stenen van het Gemini windpark boven Ameland en bij de Borkumse Stenen boven Schiermonnikoog. “Er liggen daar stenen uit de IJstijd, die geogene riffen vormen”, vertelt Reuchlin. “Vijf jaar geleden was ik daar voor onderzoek naar de natuurwaarden en toen doken we een fossiele oester op. Toen dacht ik: hier zou ik wel een oesterbank willen maken. Niemand had ooit actief een oesterbank hersteld. Het was echt een sprong in het diepe.”

Stenen uit de 3D-printer

Met 3D-geprinte zandstenen rifstructuren en duizenden oesters uit Noorwegen is twee jaar geleden de basis voor een schelpdierrif geplaatst, waar de onderzoekers inmiddels groei, voorplanting en jonge aanwas hebben geobserveerd. “Eigenlijk was elk resultaat interessant”, zegt Reuchlin. “Als ze onder het zand zouden verdwijnen of doodgaan, zouden we weten waarom het niet lukt, maar als de oesters en de rifstructuren elkaar versterken zou dat mogelijk een recept zijn voor succes. We zagen al snel dat de uitgezette oesters en de kunstriffen het hielden en vorig jaar hadden we de eerste oesterbroedjes. Afgelopen september zagen we soorten die we op die plaats nooit eerder hebben waargenomen, we zagen garnalen en anemonen en visjes in paaikleuren. Het rif wordt dus gebruikt voor voortplanting en dient als kraamkamer. Ik ging erin met de gedachte dat misschien alles dood zou gaan, maar het herstel gaat sneller dan verwacht.”

Een 3D geprinte rifstructuur.Beeld Goofy Aquavideo WWF

Dat enthousiasme heeft Van den Wijngaard bij de Voordelta, al is daar niet te zeggen of het onderzoek de natuurlijke aanwas een handje heeft geholpen of dat het vanzelf wel goed zou zijn gegaan. Opmerkelijk is dat hier daadwerkelijk jonge platte oesters aan het rif en aan al oudere schelpen hechten. Het rif bestaat grotendeels uit Japanse oesters. Die zijn in de jaren zestig in de Oosterschelde en de Grevelingen uitgezet voor de kweek van consumptie-oesters, omdat de platte oester toen bijna was verdwenen.

Een gemengde bank

“Aanvankelijk werd gedacht dat de Japanse oester de inheemse platte oester zou verdringen, maar dat is niet het geval”, zegt Van den Wijngaard. “Mogelijk versterken ze elkaar zelfs. We hebben hier nu een gemengde bank. En wie weet wat er gebeurt als we over een paar jaar een doorlaat in de Brouwersdam hebben vanuit het Grevelingenmeer. Dan spoelt er vast rommel en zand doorheen, maar misschien ook oesterlarfjes.”

Ook voor windparken ziet hij mogelijkheden. “Er mag daar niet worden gevist en er liggen veel stenen op de bodem ter bescherming van de infrastructuur, waar oesters mogelijk een plekje kunnen vinden. Windparken moeten niet worden gezien als alternatief voor beschermde zeegebieden of als natuurgebied, maar als kunstrif zijn ze misschien heel geschikt.”

Voor de Borkumse Stenen haalden ARK en WWF platte oesters uit Noorwegen, om uit te zetten, bij gebrek aan geschikte oesters van dichterbij. Liever wil je dat niet, zegt Reuchlin. “Je wilt eigenlijk niet elders een rif gaan afbreken, ook al doe je dat duurzaam. Daarom proberen we de kweek van oesters op gang te krijgen. We willen ze in de vorm van spat on shell uitzetten, dus de jonge oesterbroedjes vastgehecht aan lege oesterschelpen die bij visrestaurants worden ingezameld, en broedjes op zandstenen riffen.”

De onderzoekers hebben daarvoor de hulp ingeroepen van schelpdierbedrijf Roem van Yerseke, dat samenwerkt met Wageningen Marine Research, van Stichting Zeeschelp en van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). “Platte oesters zijn zeer lastig te kweken. Het is nog steeds niet gelukt op grote schaal jonge oesterlarven te laten overleven”, legt Reuchlin uit. “Daarom is het goed dat veel partijen meewerken aan dit onderzoek. Want succesvolle kweek van oesterlarven is de bottleneck voor het grootschalig herstel van schelpdierriffen. We hebben daarvoor miljoenen oesterlarven nodig die we uit kunnen zetten. Daarom is het mooi dat bedrijven, de visserijsector en onderzoekers hierin samenwerken. We willen allemaal iets goeds doen voor de Noordzee.”

Pappen en nathouden

Frustrerend vinden de onderzoekers het dat de schelpdierriffen geen beschermde status hebben. De Voordelta is wel een beschermd natuurgebied, maar in werkelijkheid kan het unieke rif dat er ligt nog straffeloos worden vernield. “Er zijn dit jaar al twee incidenten geweest”, zegt Van den Wijngaard, “eenmaal door een onwetende sportvisser, eenmaal door een illegale visserij-activiteit”. 

“Wij roepen de overheid al jaren op om werk te maken van een beschermde status en maatregelen te nemen tot bescherming en herstel”, zegt Reuchlin. “De beste optie is een nationaal programma schelpdierrifherstel met een samenhangend pakket maatregelen, waaronder de ontwikkeling en inrichting van oesterriffen binnen en buiten beschermde gebieden, zoals het Natura 2000-gebied Voordelta. Zo’n nationaal programma past in de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie en kan vanaf 2021 gaan lopen. Wordt daar niet voor gekozen, dan moet de platte oester op z’n minst worden aangemerkt als typische soort in beschermde gebieden, naast een doel om riffen actief te herstellen en te beschermen.” Van den Wijngaard: “Anders blijft het pappen en nathouden en lijkt grootschalig herstel van schelpdierriffen kansloos.”

Lees ook:

Een rog van 2 meter, wanneer zien we die terug in de Noordzee?

Door visserij zijn grote predatoren als haaien en roggen uit de Noordzee verdwenen. ARK Natuurontwikkeling en het WNF willen het tij keren. Komt ook de vleet terug? 

Hoe paar je als je geen vrouwtjes achterna kunt? De oester weet raad

Jelle’s weekdier: Klaarkomende oesters

De Noordzee boven Schiermonnikoog zit bomvol bijzondere soorten

Duikers hebben een stukje bodem van de Noordzee ten noorden van Schiermonnikoog in kaart gebracht. Het gebied blijkt rijk aan soorten.

Zeeuwse platte oester maakt comeback, ten koste van de Japanse

De Zeeuwse platte oester die jarenlang wegkwijnde onder het succes van zijn Japanse soortgenoten, is op de weg terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden