Reportage Hazelmuizen

Hoe de hazelmuis met een zendertje zijn winterslaap overleeft

Pim Lemmers (met verrekijker), Towi van der Putten (met blauwe jas) en Lennart Vonk zoeken hazelmuizen met behulp van een antenne. Beeld Laurens Eggen

Een deel van de zeldzame hazelmuizen in Zuid-Limburg sneuvelt mogelijk tijdens de winterslaap, nota bene door maaibalken of trekkerbanden van de bosbeheerder. Nieuw zenderonderzoek moet dat helpen voorkomen.

Met een grote antenne lopen Pim Lemmers van onderzoeksbureau Natuurbalans-Limes Divergens en stagiairs Lennart Vonk en Towi van der Putten langs het struweel dat een klein weiland begrenst. Links ervan het Vijlenerbos, rechts een prachtig uitzicht over het Limburgse heuvelland.

Dit is de enige plek in Nederland waar de hazelmuis voorkomt. In de bosschages probeert het drietal gezenderde muizen terug te vinden. In de struiken prijkt een nestje van gedroogde grassprietjes, gevlochten tot een rond bolletje, hangend in een braamstruik. “Dit is nog een nestje waarin ze in het najaar overdag lagen te slapen”, zegt Lemmers “Voor hun overwintering maken ze waarschijnlijk een nestje tussen de bladeren op de grond.”

Het zenderonderzoek is onderdeel van een onderzoeksproject dat Natuurbalans samen met de Zoogdiervereniging en Wageningen Environmental Research uitvoert in opdracht van de provincie Limburg. Ze kijken waar de hazelmuis voorkomt, hoe die in het najaar het terrein gebruikt en waar die uiteindelijk zijn overwinteringsnest maakt. “We onderzoeken ook welke knelpunten er zijn bij de verbinding van verschillende hazelmuisleefgebieden”, legt Lemmers uit. “De provincie Limburg en de natuurbeheerders willen de leefgebieden ten oosten en westen van het Geuldal met elkaar verbinden, zodat er op den duur weer genetische uitwisseling kan plaatsvinden.”

‘Bosmuizen kraken soms ook onze buizen’

In de struiken hangen her en der hoekige buizen, met tiewraps vastgemaakt aan een tak. “Deze buizen hangen we op voor het onderzoek. De hazelmuizen schuilen erin, trekken vaak gras en bladeren naar binnen en maken in de buis een slaapnestje”, zegt Lemmers. Als de studenten dichtbij komen, schieten er twee muizen uit. “Bosmuizen. Die kraken soms ook onze buizen, ze verjagen gerust de hazelmuizen die er al in zitten”, zegt Lemmers.

Een hazelmuis in een slaapkokertje. Beeld Laurens Eggen

De eerste hazelmuis die zich laat zien, is het diertje dat Lemmers in een kooitje bij zich heeft. Dit is gisteren gevangen en gezenderd. Na een nachtje bijkomen wordt hij op dezelfde plek losgelaten. Een bruin pluizig muisje, met een klein zendertje om zijn nek. Snel sprint het de nestbuis in en verstopt zich achter de aanwezige bladeren.

Het is een bijzonderheid om een hazelmuis te zien, meestal blijft het diertje uit het zicht. “In het voorjaar kruipen ze hoog de boom in om van boomknoppen te eten. Pas in het najaar komen ze naar beneden en dan eten ze zo veel mogelijk bramen, bessen en natuurlijk hazelnoten. Zo vetten ze op voor de winter. In die tijd verblijven ze vooral in struikgewas in de bosrand, tussen bramen. Daarna gaan ze zo’n half jaar in winterslaap. De hazelmuis is een van de weinige muizensoorten in Nederland met een echte winterslaap. De enige andere slaapmuis in Nederland is de eikelmuis, die nog bij het Savelbos voorkomt. In Duitsland en België kennen ze nog de relmuis.”

De hazelmuis heeft een gevarieerde bosrand nodig

De kronkelende weg die het struweel scheidt van het Vijlenerbos heeft extra aandacht in dit onderzoek. “Hier langs de weg moet af en toe worden gemaaid en in het bos moet worden gezaagd. Dat is ook voor de hazelmuis zelf van belang, die heeft een gevarieerde bosrand nodig. Maar daarmee loop je ook het risico om de hazelmuizen te verstoren.”

Om die reden is het beheren van de bermen en bosranden pas toegestaan na 1 december. De hazelmuizen zijn dan weliswaar niet meer te zien, maar ze lopen juist wel gevaar, vermoedt Lemmers. “Waarschijnlijk maken ze juist hier tussen de bladeren op de grond hun winternest. Dus als er dan wordt gemaaid, kan het zijn dat de slapende hazelmuizen worden geraakt of platgereden. Dat geldt wellicht ook voor werkzaamheden in het bos.”

Een hazelmuisnest op de grond. Beeld Laurens Eggen

De bosbeheerder zit inmiddels met de handen in het haar, want een geschikte periode voor beheer lijkt er niet te zijn. In het voorjaar kan er niet worden gewerkt vanwege het broedseizoen van vogels, in de zomer niet vanwege de das, daarna niet vanwege de hazelmuizen die in de struiken zitten. En in de winter lopen de hazelmuizen dus mogelijk gevaar onder de bladeren. “We proberen dit jaar vast te stellen wat het optimale cyclische beheer van bosranden voor hazelmuizen is. We kijken om de hoeveel jaar en in welke tijd van het jaar en op welke schaal dit het beste kan gebeuren”, zegt Lemmers.

Maar het kan ook dat de muizen straks massaal het Vijlenerbos in trekken als de winter echt aanbreekt. “We hebben van een hazelmuis al gezien dat hij de weg overgestoken is”. zegt Lemmers.

Op een helling aan de rand van het bos lopen de onderzoekers naar boven, de student met de antenne voorop, stap voor stap. “Hier ligt er al een in winterslaap”, zegt Van der Putten, terwijl hij de antenne bijna tegen de grond houdt. De piepjes worden harder. “Ja, hier.” De andere student schijnt met de zaklamp op een hoopje bladeren, nauwelijks te herkennen als nest. “Je snapt wel dat je ze zonder zender niet kunt vinden,” zegt Lemmers. “In Engeland is nog geprobeerd om honden te trainen om ze te vinden, maar ze geven kennelijk te weinig geur af. Logisch, want anders zouden wilde zwijnen of dassen ze ook te makkelijk kunnen pakken.” Het bos lijkt in elk geval een overwinteringsplek van betekenis. “We vinden nu elke dag wel een of twee dieren die op de bosbodem liggen”, zegt stagiair Vonk.

Terug bij de bosrand blijken in een buis maar liefst twee hazelmuizen te zitten. “Het zijn heel sociale beestjes”, zegt Lemmers. “Dit jaar hadden we zelfs een buis waarin er vijf samen lagen te slapen.”

Een muisje schiet de buis uit naar de stam van de boom. Als een aapje hangt hij aan de zijkant – niet voor niets is zijn bijnaam ‘aapje van het zuiden’ – tot hij ergens in de hoogte uit zicht verdwijnt. Verderop ligt een gezenderde hazelmuis te slapen, met opgetrokken pootjes, de staart sierlijk om het lichaam geslagen. Het diertje wordt snel gewogen en teruggestopt in het nestje.

Na deze week worden de diertjes met rust gelaten: ze worden alleen nog uitgepeild met de antenne. In januari worden de zenders verwijderd, zodat ze in het voorjaar zonder zender weer de boom in kunnen.

Lees ook: 

Korenwolf blijft zorgenkindje

Tien jaar na de eerste ‘rel’ rondom de korenwolf  staat de hamster nog steeds niet op eigen benen. Het ministerie vindt het welletjes en draait de geldkraan verder dicht. Ontoelaatbaar, vindt de vereniging Das & Boom.

Helaas, de zeldzame kever blijkt echt heel zeldzaam

Niet lang geleden werd al gedacht dat het beestje was uitgestorven, nu lijkt het écht bijna verdwenen: de brede geelgerande waterroofkever. Onderzoeksassistent Julian Brouwer gaat op zoek in een aantal kansrijke gebieden. Tevergeefs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden