Reportage Nectarindex

Hoe de berm langs de weg een hotspot van biodiversiteit kan zijn

Planten in berm waar veel vlinders op af komen. Beeld Hanne van der Woude

Wegbermen worden op veel plekken te vaak, te vroeg of verkeerd gemaaid. Terwijl het met juist beheer een hotspot van biodiversiteit kan zijn. Het nieuwe Kleurkeur helpt wegbeheerders en aannemers een handje.

 Met een vlindernet in de hand loopt Anthonie Stip van De Vlinderstichting over de Ginkelse heide. Niet over de heidevlakte zelf, maar door de berm van de provinciale weg N224 die dwars door het gebied loopt. Juist hier is – tijdens de stille momenten tussen de langsrazende auto’s door – volop gezoem te horen en fladderen vlinders van bloem naar bloem. “Op de hei is voor bloembezoekende insecten nu weinig te vinden”, zegt Stip. “Door de droogte van deze en vorige zomer is er weinig bloeiende heide over. Deze berm is voor de insecten dus ontzettend belangrijk, zelfs in zo’n natuurgebied.”

Nectarindex voor kwaliteit van bermen

De berm langs de N224 is geen gemiddelde groenstrook. Er staan veel verschillende soorten planten, zelfs enkele bedreigde soorten, en vooral veel bloemen die als goede nectarbron voor insecten te boek staan. “Dit is de beste berm van de provincie Gelderland”, weet Stip, “Met een nectarindex van 5”. Die nectarindex is een methode die de Vlinderstichting en Floron gebruiken in hun gezamenlijke project ‘Mijn berm bloeit!’, waarin vrijwilligers door heel Nederland de kwaliteit van bermen in kaart brengen.

“We weten hoeveel nectar bepaalde plantensoorten produceren. In dit project bepalen we de soorten in een traject van 100 meter en weten dan hoeveel nectar zo’n berm te bieden heeft aan insecten. Een score van 5 op de nectarindex is het maximum. Op deze manier zijn al 1850 bermen beoordeeld.”

In de transecten in deze berm werden maar liefst 48 plantensoorten gevonden, waaronder enkele bijzondere. “Hier heb je het grasklokje, een soort waar het slecht mee gaat, maar die wel in deze berm staat”, zegt Stip. Zelf inventariseert hij de bloembezoekende insecten, zoals vlinders, bijen en zweefvliegen. Op een klein stukje zijn er al veel te zien.

‘Hé, een bruine vuurvlinder!’

“Hier heb je de blinde bij, wat eigenlijk een zweefvlieg is. Een vrij algemene soort, ook bij nieuwsberichten over bijen trouwens, terwijl het dus geen bij is.” Maar ook de vlinders laten zich zien, waaronder meerdere distelvlinders. “Eerder dit jaar was er een invasie, en nu zie je er weer enorm veel. Dit zijn de beestjes die in Nederland geboren zijn, nadat hun ouders uit Afrika hierheen kwamen.” Verderop zit een kleine donkere vlinder met een paarse glans die rustig op een bloem blijft zitten. “Hé, een bruine vuurvlinder! Dat is wel een bijzondere soort, die zie je maar op enkele plekken op de zandgronden van de Veluwe en in Drenthe.”

Bruine vuurvlinder op de plant Duizendblad. Beeld Hanne van der Woude

Dat het hier een topberm betreft komt onder andere door de verantwoordelijke ambtenaar bij de provincie Gelderland, die deze weg beheert. “Dat is iemand die de juiste kennis heeft en ook een hart voor natuur heeft. Maar dat het hier zo soortenrijk is, heeft ook wel met de voedselarme zandgrond te maken hoor. Op veen of klei is dat moeilijker. Als je daar begint met een verruigde berm, ben je wel 5 tot 10 jaar verder voor je ook zo’n wow-effect hebt. Maar met veel inspanning lukt dat wel.”

Kleurkeur: richtlijne hoe te maaien

Maar al zijn de bedoelingen goed, niet altijd leidt dat tot het gewenste resultaat. Soms door onkunde van de wegbeheerder, soms door slechte communicatie tussen wegbeheerder en aannemer die de berm maait. Daarom ontwikkelde de Vlinderstichting samen met Groenkeur een handreiking: Kleurkeur. Die geeft duidelijke richtlijnen over wanneer en hoe bermen gemaaid moeten worden om flora en fauna zo veel mogelijk een kans te geven. “We zagen in de praktijk vaak fout gaan. Goed ecologisch beheer blijkt toch wel moeilijk te zijn, Kleurkeur geeft handvatten om dit wel goed aan te pakken.”

Een voorbeeld van slecht bermbeheer is klepelen, waarbij alle begroeiing kort en klein wordt geslagen. “Dat is eigenlijk het verhakselen van alles wat leeft in de berm, inclusief de meeste dieren. Op korte termijn is het een goedkope beheermethode, maar bijzondere soorten zullen na het klepelen niet meer terugkeren. Bovendien blijft al het plantenmateriaal meestal liggen, waardoor je een ophoping van voedingsstoffen krijgt. Dat zorgt voor verruiging met brandnetels en akkerdistels, juist de soorten waar boeren niet op zitten te wachten. Soms zijn er boeren die even meehelpen door zelf de berm te klepelen. Maar dan staat het dus een paar weken later weer vol met distels.”

Want vanuit agrarische hoek wordt vaak met argusogen gekeken naar die bermen vol met ‘onkruid’. Maar volgens Stip hebben met name akkerbouwers er juist baat bij. “Een berm zit net als bloemrijke akkerranden vol met insecten die een natuurlijke vijand vormen voor plaaginsecten. Dus een bloeiende berm naast een akker zorgt voor minder plaaginsecten.”

Van boerenwormkruid vlak naast het asfalt vliegt een kleine bij weg. “De wormkruidbij. Die haalt nectar bij verschillende planten, maar stuifmeel alleen bij deze plant.” Veel soorten insecten hebben een specifieke relatie met plantensoorten. “Vlinders hebben een waardplant waar ze hun eitjes afzetten en waarvan de rupsen eten, maar ook bijen zijn vaak gespecialiseerd in het verzamelen van nectar van een specifieke plant. Dus een meer diverse flora geeft ook een meer diverse fauna.”

Anthonie Stip van de Vlinderstichting in actie met zijn vlindernet, niet in het open veld maar in de berm. Beeld Hanne van der Woude

Valt er iets te halen voor vogels?

Al teruglopend naar de parkeerplaats wordt nog van alles gespot: zuringspanner, icarusblauwtje, zwartsprietdikkopje, pluimvoetbij, citroenvlinder en de schaarse oranje luzernevlinder. Vanaf de heide vliegen kleine vogeltjes de weg over, puttertjes. Dat roept de vraag op of de berm eigenlijk nog iets te bieden heeft voor zaadetende vogels.

“Wel als er volgens het Kleurkeur wordt beheerd”, reageert Stip. “Daarin staat dat er gefaseerd gemaaid moet worden en dat er ook 15 tot 30 procent ongemaaid de winter in moet gaan. Dat is ook voor insecten van belang, want sommige gebruiken het om er als pop, ei of larve de winter door te komen. Als je dat voor de winter maait, belanden die allemaal op de composthoop.”

Kleurkeur is sinds kort beschikbaar. In 2020 zal het echt een keurmerk worden voor groenaannemers. Gemeenten of provincies hebben dan de mogelijkheid specifiek te kiezen voor aannemers met Kleurkeur. De Vlinderstichting hoopt dat daarmee meer bermen in Nederland worden zoals die langs de weg door de Ginkelse heide.

Lees ook: 

Op de middenberm van de snelweg groeien allerlei bijzondere planten

Als je toch in de file staat, kijk dan eens opzij en speur de middenberm af: grote kans dat je iets bijzonders ziet groeien in dat onherbergzame stukje asfaltnatuur.

Avontuurlijk tuinieren: tien tips om weer leven in je tuin te brengen

Tuinieren zou geen oorlog tegen de natuur moeten zijn, maar juist een samenwerking. Ga dus niet de slakken en paardebloemen te lijf, maar verdelg vastgeroeste ideeën over tuinieren in het eigen hoofd. Het is een van de boodschappen in het nieuwe boek ‘Avontuurlijk tuinieren’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden