WeekdierRode panda

Het verschil tussen de rode panda en rode panda zit in het DNA

En toen waren er twee soorten rode panda’s, zo bleek deze week. Onderzoekers van de Chinese Academie van Wetenschappen deden deze bijzondere ontdekking nadat ze het DNA van een zestigtal rode panda’s hadden bestudeerd. Rode panda’s zijn kleine, een beetje marterachtige roof­dieren die in Zuid-China en omliggende landen thuishoren. Ze leven er in hooggelegen bossen.

De naam rode panda is verwarrend. De rode panda zou, hoewel stukken kleiner, verwant zijn aan de grote zwart-witte bamboe-etende reuzenpanda, maar dat is niet het geval. De dieren zijn nauwer verwant aan wasberen en marters dan aan het logo van het Wereldnatuurfonds. De panda zelf staat dichter bij de beren. De rode panda, ook wel kleine panda of katbeer genoemd, is een fraaie bruinrode verschijning met de maat van een vos en een dikke geringde pluimstaart; het is een behendige klimmer die een groot deel van zijn tijd in ­bomen doorbrengt.

Lang werd gedacht dat er twee ondersoorten waren, namelijk Ailurus fulgens styani, de Chinese vorm, en Ailurus fulgens fulgens, die in de Himalaya leeft. De Chinese biologen maken daar nu twee volwaardige soorten van, de Chinese en de Himalayaanse kleine panda, Ailurus styani en Ailurus fulgens. Wie goed kijkt, ziet de verschillen. De Chinese vorm heeft een rodere kopvacht en meer uitgesproken bandering op de staart, terwijl de vorm uit de Himalaya meer wit in de kop heeft en een minder opvallende staartbandering, maar je ziet het pas wanneer je het weet. Het echte verschil zit ’m in het DNA en dat kun je aan de buitenkant van de dieren niet waarnemen.

Niet alleen opgesplitst, ook meteen meer bedreigd

Dit hele verhaal is niet alleen interessant maar roept ook de vraag op wat nu feitelijk een soort is. Daarvoor bestaan veel definities.

Voor biologen is een soort een populatie individuen die in potentie onderling vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Een koolmees uit Nederland en een uit Finland behoren tot dezelfde soort omdat ze in theorie samen een geslaagd nestje kunnen produceren. Omdat een koolmees en een pimpelmees, ook al leven ze in hetzelfde bos, dat samen niet kunnen, zijn het twee soorten. 

Maar zo simpel is het niet altijd, want op iedere biologische regel zijn uitzonderingen en dus ook op die van het soortbegrip. Een probleem is bijvoorbeeld hoe je fossiele soorten uit elkaar houdt, want fossielen planten zich uiteraard niet meer voort. In toenemende mate speelt ook DNA een rol, zeker bij soorten die uiterlijk zo weinig van elkaar verschillen dat je eigenlijk geen onderscheid ziet, zoals bij de rode panda’s.

In de loop der jaren zijn daardoor meerdere ­oude ‘soorten’ opgesplitst geraakt. Zo bleken de chimpansee en de bonobo (‘dwergchimpansee’) twee soorten, en de bekende Afrikaanse olifant bleek ook uit twee soorten te bestaan, die nu bosolifant en savanne-olifant heten. Bij de rode panda doet zich dus hetzelfde voor. De ontdekking heeft ook een keerzijde; de dieren waren al zeldzaam geworden, met circa 10.000 exemplaren in het wild, maar dat zijn er per soort nu dus minder. Daardoor zijn ze nu niet alleen opgesplitst, maar per soort ook meteen een stuk meer bedreigd.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden