Het succesverhaal van de ooievaar: er zijn er nu weer zo’n tweeduizend

Nederland telt nu honderd keer zoveel ooievaars als in de jaren zestig. Beeld COLOURBOX

Bijna uitgestorven was de ooievaar in de jaren zestig. Maar de iconische vogel is terug in het Nederlands landschap, met dank aan een groot aantal vrijwilligers. Bescherming is niet meer nodig. 

In hartje Gelderland, vlakbij het dorp Voorst, staat een hagelwitte vogel rechtop in de wei. Met zijn puntige gele snavel voor zich uit tuurt de vogel de weide af op zoek naar voedsel. “Dat is geen ooievaar, dat is een zilverreiger”, zegt Lars Soerink, ecoloog en vrijwilliger bij de Vogelbescherming. Hij zet de auto langs de weg en grist zijn verrekijker van de passagiersstoel. De reiger staat onmiddellijk stokstijf stil, alsof hij de ogen van Soerink in zijn rug voelt prikken. Op zoek naar een ooievaar scant Soerink het weiland verder af.

De zwart-witte vogel met vuurrode snavel komt in het weidegebied rond de Veluwe veel voor. Een iconische vogel, zegt Soerink. “We kennen de ooievaar natuurlijk van de mythe dat ze baby’s komen brengen, maar de vogel brengt ook geluk.”

Zijn verrekijker schiet nu en dan omhoog als er iets voorbij fladdert. “In Bulgarije bijvoorbeeld. Daar geven mensen elkaar met de jaarwisseling een armbandje dat pas af mag bij het zien van de eerste ooievaar.”

Waar dit bijgeloof vandaan komt? Volgens Soerink kennen we de ooievaar een symbolische waarde toe omdat het een echte mensenvogel is. Dat wil zeggen: de vogelsoort leeft dicht bij de mens, is niet bang voor de mens, is plaatstrouw en monogaam, net als wij. “Het enige verschil tussen mens en ooievaar is dat de ooievaar nu en dan zijn eigen jong opeet”, grapt Soerink.

Hij verplaatst zijn aandacht van de omringende weilanden naar een aantal hoogspanningsmasten in de verte. “De vogel maakt ook handig gebruik van de mens. Ze broeden op door de mens gebouwde torens, schoorstenen en hoogspanningsmasten. En hun favoriete strategie is achter landbouwmachines aanlopen, waardoor dode kikkertjes en muizen voor het oprapen liggen.”

Of de ooievaar zich vandaag laat zien, is nog even de vraag. Het is tenslotte winter. Hoewel de geïmproviseerde ooievaarssafari langs een aantal nesten leidt, heeft hij zich nog niet laten zien. Soerink verwacht de ooievaars pas in maart. Het overgrote deel van de vogels is afgelopen augustus vertrokken naar Afrika. Een deel is halverwege blijven hangen op de voedselrijke vuilnisbelten van Gibraltar en ongeveer een vijfde van de populatie overwintert in Nederland.

Eén gat

In de jaarlijkse wintertelling, georganiseerd door de vrijwilligersorganisatie Stichting Ooievaars Research en Knowhow (met als afkorting Stork, het Engelse woord voor ooievaar), bleek dat er de afgelopen wintermaanden ongeveer 550 ooievaars in Nederland verbleven. “De ooievaar is niet voor één gat te vangen”, zegt Dick Jonkers, secretaris van Stork. “De vogels hebben een breed dieet van muizen, insecten, kikkers en nu en dan een visje. Genoeg mogelijkheden dus. En de winters zijn minder koud, dus de ooievaars kunnen gemakkelijk insecten en mollen uit de grond trekken. ”

Winter of niet, de kans om een ooievaar te zien is een stuk groter dan vijftig jaar geleden. In de jaren zestig waren er niet meer dan twintig ooievaars in Nederland. De vogelsoort stond op uitsterven, wat onvergelijkbaar is met het huidig toekomstperspectief. Arcadis, een ontwerp- en adviesbureau voor de natuurlijke en bebouwde omgeving, concludeerde vorig jaar al in een onderzoek dat “een actief beleid gericht op de bescherming van de ooievaar niet nodig is.” De populatie-omvang, het leefgebied en de toekomst van de vogel worden door het bureau als gunstig en verbeterd beoordeeld.

De drastische achteruitgang van de ooievaar na de Tweede Wereldoorlog is volgens vogelkenner Soerink grotendeels te wijten aan de intensivering van de landbouw. “Boeren gingen ook steeds meer gif gebruiken om onkruid en ongedierte te bestrijden. Hierdoor bleef er veel minder voedsel voor ooievaars over, die ook hun jongen niet meer konden voeden.”

Inmiddels is hij weer in de auto gestapt. Zijn verrekijker rust op het dashboard. Soerink vervolgt: “De ooievaarsjongen die het wel haalden, overleefden vaak de tocht naar Afrika niet.”

Moederstation

De Vogelbescherming – gesteund door een groot arsenaal aan vrijwilligers – wist de ooievaar voor uitsterven te behoeden door de vogel te herintroduceren in Nederland. “De ooievaar heeft zijn leven aan zijn populariteit te danken”, zegt Soerink, “Ik betwijfel of de duif zo’n succesvol reddingsprogramma had neergezet.”

In 1969 start het herintroductieprogramma van de ooievaar. Het Zuid-Hollandse ooievaarsdorp Het Liesvelt, bij Groot-Ammers, wordt in het leven geroepen, samen met twaalf buitenstations door het hele land. “Het Liesvelt, ik noem het ’t moederstation, fokte en verzorgde ooievaars in gevangenschap”, zegt Jonkers van Stork, wiens vrijwilligers nauw betrokken waren bij het herintroductieprogramma. “Een deel van die ooievaars werd vervolgens uitgezet bij buitenstations, waar voeren en verzorgen langzaam werd afgebouwd. Uiteindelijk moesten ze het natuurlijk zonder ons gaan doen, die ooievaars.”

Het herintroductieprogramma was een succes en nadat vanaf 1995 het leefgebied van de vogels actief werd verbeterd, ging de populatie steeds sneller groeien. Eind 2004 stopte het fokprogramma van de ooievaar. Een aantal buitenstations sloot dankbaar zijn deuren: Hun missie was volbracht. Sommigen bleven open om de ooievaars te blijven volgen en informatie te verzamelen.

“Door de buitenstations konden we de ooievaars van dichtbij observeren, en zagen we dat er een interessante ontwikkeling plaatsvond”, zegt Soerink enthousiast. “De oudere ooievaars bleven ’s winters steeds vaker in Nederland, omdat ze gewend waren om gevoerd te worden. De jongen gingen daarentegen wel op trek naar Afrika, terwijl ze dat nooit van hun ouders hadden geleerd. Op trek gaan zit kennelijk zo in de aard van de ooievaar.”

In 2009 werd de vogelsoort van de Rode Lijst – de lijst van bedreigde Nederlandse broedvogels –gehaald. Geen extra bescherming voor de ooievaar meer. Dit betekent niet dat er gejaagd kan worden op de ooievaar, die is nog altijd beschermd door de wet natuurbescherming. “Ik kreeg vandaag toevallig een mailtje van een meneer die, zo  beweert hij, 5000 euro schade had aan zijn auto door ooievaars-poep”, zegt Jonkers. Hij haalt zijn schouders erbij op – 5000 euro is veel – maar het is een klacht die serieus te nemen is. De auto stond geparkeerd onder een boom met daarin een ooievaarsnest, blijkt uit de mail. Jonkers: “We schieten de vogels dan niet af, maar gaan kijken naar de omgeving, of daar een plek is voor een nieuw ooievaarsnest, zodat de vogels niet meer boven zijn auto broeden.”

Inmiddels ligt het aantal ooievaars rond de tweeduizend. “Een verhonderdvoudiging ten opzichte van de jaren zestig”, zegt Soerink trots. Maar vandaag heeft de vogel zich nog niet zien en de ooievaarssafari nadert zijn einde. Drie reeën, een haas, een buizerd en talloze blauwe en zilverreigers. Maar geen ooievaar. Soerink gooit de handdoek in de ring als ook de hobbelige zandweggetjes van Gelderland niet naar de zwart-witte vogel leiden. Teleurstelling in de trein naar huis.

Maar ter hoogte van Rheden staat er een, gewoon langs het spoor.

Lees ook: 

Ooievaars blijven steeds vaker in Nederland hangen

Gaat het nou goed of slecht met de ooievaar als er zo veel blijven overwinteren? Een beetje trekvogel vliegt in de herfst richting Afrika. Maar na de herintroductie van de ooievaars vanaf 1969 en een uitgebreid fokprogramma blijven de ‘Nederlandse ooievaars’ steeds vaker ‘hangen’. 

Altijd komt de lente

Als het in februari zonnig is, en het is buiten uit de wind aangenaam toeven, denk je algauw dat het klimaat verandert en dat het lente wordt. En daarin heb je gelijk. Het klimaat verandert en het wordt lente

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden