Reportage

Het succes van de Chinese aanpak van fijnstof

Een straatverkoper in Baoding draagt een mondkapje. Beeld ANP

De smog in Chinese steden werd in 2013 zo adembenemend, dat de overheid wel moest ingrijpen met draconische middelen: minder steenkool, minder auto's, minder fijnstof. Dat werkt.

De wind zou iets harder mogen waaien, maar verder is Feng Guangyan in zijn nopjes. Het is een frisse winterdag, bewolkt maar helder, en dus is de 76-jarige Feng naar het Junxiaopark van Baoding gekomen. Vanaf een platform stuurt hij zijn drie meter lange vlieger, een zwarte haai met een oranje babyhaaitje, de lucht in. Steeds hoger, tot hij een van de vele stippen wordt boven het park.

Voor Feng is dit zijn favoriete tijdverdrijf: liefst komt hij hier elke namiddag vliegeren. Maar de voorbije drie, vier jaar lukte dat zelden. De luchtvervuiling in Baoding, een industriestad op zo'n 150 kilometer van Peking, was zo ernstig dat zijn kinderen Feng waarschuwden binnen te blijven. Eerst lachte hij hun zorgen weg - als oud-militair kan hij tegen een stootje - maar toen hij een keer een zware hoestaanval kreeg na een wandeling door de smog, moest hij toegeven dat ze gelijk hadden.

Feng kocht een luchtfilter - "meer dan 600 euro", zegt hij - om de lucht in zijn woning te zuiveren, en mondkapjes voor buitenshuis. Hij installeerde een app op zijn mobiele telefoon om de luchtvervuiling te kunnen volgen. "Vanaf 180 (op de index voor luchtkwaliteit, red.) bleef ik binnen", zegt hij. "De voorbije jaren kwam ik maar zelden meer vliegeren, want het was vaak 300 of 400, soms zelfs 500. Het had ook geen zin: met zo'n smog zou je je vlieger toch amper zien."

Feng Guangyan vliegert in de opgeschoonde lucht van Baoding. Beeld Leen Vervaeke

Nergens smeriger

Als vliegeraar heeft Feng geen geluk met zijn woonplaats. Luchtvervuiling is in heel China een groot probleem, maar in Baoding is het helemaal een ramp. De stad, met 3 miljoen inwoners in het centrum en nog eens 8 miljoen in de uitgestrekte stadsrand, ligt in de industriële provincie Hebei, bekend om zijn rookspuwende staalbedrijven en stoffige steenkoolmijnen. In 2015 werd Baoding uitgeroepen tot meest vervuilde stad van China. Nergens was de lucht smeriger dan hier.

Maar anno 2018 lijkt de hemel op te klaren. Vier jaar nadat de Chinese overheid 'een oorlog tegen luchtvervuiling' uitriep, wijzen steeds meer cijfers erop dat het land die oorlog aan het winnen is. In 2017 lag de concentratie van schadelijke PM2,5-deeltjes (het fijnere type fijnstof) in heel China 32 procent lager dan vier jaar eerder. In Baoding was dat zelfs 38 procent lager. Het afgelopen jaar kon Feng Guangyan zo goed als elke dag vliegeren.

"De vooruitgang van China tussen 2013 en 2017 is heel opmerkelijk", zegt Lauri Myllyvirta, energiespecialist van milieubeweging Greenpeace in Peking. "Ik ken geen enkel ander land dat in zo'n korte tijd zo'n grote reductie van de luchtvervuiling tot stand heeft gebracht. Natuurlijk zijn er kanttekeningen te maken, maar al met al is het een groot succes. Daar verdient de regering veel waardering voor."

Op bezoek in Baoding is 'schone lucht' niet meteen het eerste waaraan je denkt. Het centrum is op zich netjes, maar de auto's verdringen er zich om een metertje vooruit te komen in de eeuwige files, en stoten lustig uitlaatgassen uit. Door op gezette dagen alleen auto's met bepaalde nummerplaten toe te staan, haalde Baoding korte tijd veel verkeer van de straten, maar die lijken ondertussen weer dichtgeslibd.

Bij het uitrijden van de stad over de derde ring, richting industriegebied, krijgt de omgeving helemaal een stoffige aanblik. Zoals in veel provinciesteden is het langs de uitvalswegen van Baoding één grote verzameling chaotische bedrijvigheid: grote fabrieken, kleine restaurants, een schrootverzamelaar, een meubelwinkel, veel zwaar transport en daartussen ineens een rij aardbeistalletjes, van de landbouwers verderop in de dorpen. Vers van het veld, op een bedje van uitlaatgassen en stof.

Het is een morsig boeltje, maar een paar jaar geleden was het veel erger, zeggen de inwoners. Toen hing hier 's winters een grauwe rooksluier, afkomstig van de steenkoolcentrales en de kolenkachels in de huizen. In de zomer was de lucht grijsgeel, door het stof van de cementfabrieken. Je kreeg er hoofd- en keelpijn van. "Als ik een hele dag had rondgereden en 's avonds mijn gezicht afveegde, was mijn handdoek zwart", zegt taxichauffeur Shang Helong. "Zelfs in de auto hield ik mijn mondkapje op."

De tekst gaat verder onder de kaart.

De daling van de concentratie fijnstof in Chinese steden heeft alle verwachtingen overtroffen. Beeld Sander Soewargana

Ambities

Het kanteljaar was 2013. De luchtvervuiling in heel China piekte, het protest tegen de adembenemende smog nam toe, en de Chinese overheid besefte dat het zo echt niet langer kon. Er werd een Nationaal Actieplan tegen Luchtvervuiling uitgevaardigd, met ambitieuze doelstellingen. Na decennia van economische groei ten koste van het milieu zouden de prioriteiten worden bijgesteld, klonk het. 'Groene bergen en blauwe lucht zijn even belangrijk als bergen van goud en zilver'.

Mikpunt van het Nationaal Actieplan was 2017. Tegen dat jaar moest China zijn staalproductie onder controle brengen, zijn steenkoolcentrales sluiten of milieuvriendelijker maken en steenkool steeds meer vervangen door zonne- en windenergie. De steden moesten het aantal auto's op hun wegen beperken en industriële regio's moesten hun fijnstofgehalte verlagen. Alles werd becijferd: in de streek rond Peking, met Baoding, moest de PM2,5-concentratie met een kwart omlaag.

De ambitieuze doelen werden aanvankelijk op scepsis onthaald, maar China bleek het te menen. Het land investeerde miljarden euro's in zonne- en windenergie, schrapte de bouw van honderden steenkoolcentrales, en verscherpte de uitstootnormen van bestaande centrales. Het stelde lage-emissiezones en beperkingen van het aantal auto's op basis van nummerplaat in. In veel regio's werden de doelstellingen al in 2016 of zelfs 2015 behaald.

Maar in het noorden, zoals in de provincie Hebei, bleven de verstikkende smogdagen aanhouden. De vele staal- en steenkoolbedrijven lieten zich niet zomaar kortwieken en vooral de vervanging van de verwarming op steenkool kwam niet van de grond. Elke winter weer werd Hebei in vieze nevelen gehuld. Extra vervelend: die zwarte wolken waaiden meestal naar Peking, waar de wereldpers verslag deed van de 'air-pocalyps'.

Toen begin 2017 duidelijk werd dat Hebei, en dus ook Peking, de doelstellingen van het Nationaal Actieplan moeilijk zou halen, greep de Chinese top in. Die liet weten dat de lokale politici en ambtenaren persoonlijk verantwoordelijk zouden worden gehouden voor het falen. En ze legde 28 steden in de regio, waaronder Baoding, een draconisch winterplan op: in amper één winter tijd zou de luchtvervuiling alsnog onder de in 2013 gestelde norm moeten duiken.

Kolenvrije zone

Baoding werd zelfs uitgeroepen tot 'kolenvrije zone'. In een paar maanden tijd werden de laatste oude steenkoolcentrales stilgelegd, en werden in 660.000 huishoudens de kolenkachels weggehaald en gasleidingen aangelegd. In de dorpen rond Baoding staan de schoorstenen er werkloos bij, en hangt aan elk huis een gele gasteller, blinkend van nieuwigheid. "Het is een verademing", zegt Wang Ming, een kruidenierster in het dorpje Beiqicun. "Zelfs al is gas duurder dan kolen, het is het waard."

De bouwwerven in de stad werden maandenlang stilgelegd, en de vele cementbedrijven moesten hun productie halveren. En dit keer werd dat niet door lokale, maar door nationale inspecteurs gecontroleerd. Bij hun eerste inspectieronde stelden ze bij 70 procent van de bedrijven in Hebei overtredingen vast. "Ze controleren nu veel langer voor ze je bedrijf goedkeuren", zegt manager Hua van cementfabriek Jiuhe. "Veel kleine bedrijfjes, die geen licentie kregen, zijn definitief opgedoekt."

Het resultaat mag er zijn: afgelopen winter lag de PM2,5-concentratie in Baoding 49 procent lager dan in de winter van 2013. In Peking, met hulp van een aanhoudende noordenwind, was dat zelfs 58 procent lager. Met een concentratie van 84 microgram PM2,5 per kubieke meter voldoet de lucht in Baoding nog lang niet aan de Europese normen (25 microgram), maar een halvering in vier jaar is zonder meer uniek. Volgens Michael Greenstone, energiespecialist aan de Universiteit van Chicago, zullen de inwoners van Baoding er gemiddeld 4,5 jaar langer door leven.

Het is een tempo dat alleen haalbaar is voor een autoritair bewind, dat geen rekening hoeft te houden met belangengroepen en inspraakprocedures, een gemak waar westerse regeringen soms met jaloezie naar kijken. Maar zo'n ongeremd tempo heeft ook keerzijdes. Zo waren in Baoding duizenden inwoners hun kolenverwarming al kwijt, maar nog niet op het gasnet aangesloten, toen de temperaturen begin november onder het vriespunt doken.

Op sociale media regende het klachten van mensen wiens huis 'een ijsgrot' was geworden. In een uithoek van Baoding zaten elf scholen zonder verwarming, en vertoonden enkele kinderen zelfs vrieswonden. Nadat ook het universitaire ziekenhuis alarm sloeg over de veel te lage gastoevoer, werden enkele maatregelen teruggedraaid. De lokale overheden waren duidelijk doorgeschoten in hun poging om aan de nationale normen te voldoen.

Nuttige les

Hoe groot ook de menselijke tol, experts denken dat het een nuttige les is geweest. De afschaffing van kolenverwarming gaat door, en moet tegen 2021 het hele noorden van China bestrijken. "Na de problemen van deze winter zullen alle overheden beseffen dat ze zich beter moeten voorbereiden", zegt Lauri Myllyvirta van Greenpeace. "Men zal ook minder inzetten op alleen gas, en meer diversiteit nastreven in de vervangers van steenkool, zoals biomassa of warmtepompen."

De cruciale vraag is of China zijn felle strijd tegen de luchtvervuiling volhoudt. Het land heeft de neiging harde campagnes te voeren om doelstellingen te halen, maar daarna de teugels wat te laten vieren. Terwijl het noorden deze winter een tandje bijzette, zakte het tempo in andere regio's in. Zij probeerden de sputterende economie te stimuleren met infrastructuurprojecten, met stijgende staal- en cementproductie en luchtvervuiling tot gevolg. Hun doelstellingen waren al binnen.

Complicerende factor is dat China tot nog toe voor makkelijke oplossingen heeft gekozen, maar die zijn stilaan uitgewerkt. Het sluiten van bouwwerven en fabrieken is een krachtig instrument, maar geen duurzame maatregel. Ook aan het verplaatsen van de problemen - de vervuiling verschoof deels van Oost- naar West-China - komt op een gegeven moment een einde.

De Chinese politiek zit in een transitieperiode: tijdens het Volkscongres van afgelopen maand is een nieuw ministerie voor ecologie en milieu voorgesteld, dat nu een nieuw Nationaal Actieplan voorbereidt. "Idealiter leggen ze opnieuw ambitieuze doelstellingen op, dit keer tegen 2020, en voeren ze de nationale inspecties in heel China in", zegt Myllyvirta. 'De verwachtingen zijn in ieder geval hooggespannen.'

Hoewel de luchtkwaliteit in Peking en een aantal andere steden verbeterde, verslechterde die in een aantal andere regio’s. Het probleem verdwijnt niet, maar verplaatst zich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden