Jelle's weekdierKroonduif

Het kroonvirus vliegt, maar aan de kroonduif is het luchtruim niet besteed

Het virus dat rondwaart en de wereld van Wuhan tot Tilburg in een crisis stort, Sars-CoV-2, heet in het dagelijks gebruik coronavirus. Dat woord zal straks ongetwijfeld als Woord van het Jaar de boeken ingaan. Corona is Latijn voor kroon, en die naam is gekozen vanwege de kroonvormige uitsteekseltjes die het virusdeeltje bezit.

Corona is een veelgebruikt woord; tot voor enkele weken zult u eerder aan een Mexicaans biertje hebben gedacht dan aan een enge ziekteverwekker. Of wellicht aan een dikke sigaar, zo’n grote Cubaan die ooit per stuk in een soort aluminium reageerbuisje werd verkocht aan wie het gevraagde bedrag ervoor over had.

Ook in het dierenrijk bestaan corona’s, dieren wier naam met kroon begint; ik schreef hier ooit over een kroonslak en we kennen kroonkraanvogels en kroonduiven.

Kroonduiven dragen op hun kop een kroonvormig toefje veren. Ze behoren tot de grote vogelfamilie der Columbidae, de duiven, waartoe ook de houtduif, de Turkse tortel en de stadsduif behoren, alsook uitgestorven exoten zoals de dodo. Ornithologen onderscheiden vier soorten kroonduiven: de gewone kroonduif, de Victoria kroonduif, Sclater’s kroonduif en Scheepmakers kroonduif, die alle vier uitsluitend op Nieuw-Guinea voorkomen.

De vogels behoren tot het geslacht Goura dat in 1819 werd opgericht door de Engelse entomoloog en natuurvorser James Francis Stephens (1792-1852).

Goura is het woord waarmee de Nieuw-Guinese Papua’s de kroonduiven aanduiden. Sclater’s kroonduif is zo genoemd naar de Britse ornitholoog Philip Sclater (1829-1913) en Scheepmakers kroonduif naar de Nederlandse dierenhandelaar C. Scheepmaker die ooit een exemplaar vanuit Artis opstuurde naar de Duitse bioloog Otto Finsch (1839-1917), die daarop de afzender bedankte door de soort naar hem te vernoemen. De Victoria kroonduif dank zijn naam vanzelfsprekend aan de Britse koningin.

Twee van de vier soorten kroonduiven staan als kwetsbaar op de Rode lijst van de IUCN, de twee andere als bijna bedreigd; het gaat kortom niet zo goed met de vogels. Ze worden bejaagd en opgegeten. Maar laten we het positief bekijken: ze zijn er nog.

Ze kunnen nog fladderen en de boom in vluchten

Dat laatste kun je niet zeggen van hun familieleden die op andere eilanden leefden. De bekendste daarvan zijn de dodo van Mauritius en de solitaire die op Réunion voorkwam. Deze soorten hadden hun vliegvermogen geheel verloren, wat ze kwetsbaar maakte voor predatoren, omdat ze in geval van nood niet konden wegvliegen.

Kroonduiven zijn ook eilandduiven die grotendeels een leven als loopvogel leiden, maar ze kunnen nog wel fladderen en een boom in vluchten. Het grote luchtruim is echter niet aan ze besteed. Toch vlogen er ooit grote kroonduiven boven Nieuw-Guinea: van 1956 tot de soevereiniteitsoverdracht in 1962 verzorgde luchtvaartmaatschappij Kroonduif er binnenlandse vluchten.

En ook in ons land: als voormalig import-Rotterdammer herinner ik mij de firma Kroonduif die vanaf vliegveld Zestienhoven rondvluchten aanbood boven de stad en de Botlek. Ook die kroonduif vliegt niet meer en is vermoedelijk ter ziele; de website kroonduif-air.nl is uit de lucht. Beide luchtvaartmaatschappijtjes gingen met hun liquidatie de dodo achterna.

De vier soorten echte kroonduiven leven gelukkig nog. Nu moet alleen dat kroonvirus nog ophouden met vliegen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden