null Beeld
Beeld

NatuurdagboekKoos Dijksterhuis

Het kleinste lieveheersbeestje heeft de langste naam

Koos Dijksterhuis

Jeanette Essink gaat vaak op safari in haar tuin. Ze heeft een grote tuin, vol wilde planten die in alle kleuren bloeien. De variatie aan insecten is er verbazingwekkend.

Essink struint rond in laag tempo, speurt achter takken en loert onder blaadjes en maar weinig kleinoden ontgaan haar. Althans, zo lijkt het. Wat je ontgaat zie je niet en weet je niet. Maar ze weet van alles te vinden en gebruikt daarbij een kleine verrekijker voor de korte afstand, al zou je het ook een loep voor de lange afstand kunnen noemen.

Dat insecten vaak klein zijn, weet iedereen. Maar de omvangsverschillen in de microkosmos zijn enorm. Wie zich focust op vlinders en libellen mist een hele wereld van speldenknoppen.

Vierentwintig stippen in de dop

Neem nou de zes gele eitjes die aan de onderkant van een blaadje zeepkruid blijken te hangen, elk hooguit een millimeter lang. “Die zijn van een vierentwintigstippelig lieveheersbeestje”, zegt Essink. Dat zijn onze kleinste lieveheersbeestjes. De kleinste beestjes hebben vaak de grootste namen. Vierentwintig stippen in de dop, het is me wat.

Overal verpoppen zich lieveheersbeestjes; op bomen, struiken, ramen, vuilnisbakken en geparkeerde auto’s zijn de poppen te vinden. De meeste zijn van veelkleurige Aziatische lieveheersbeestjes, geïmporteerde bladluizenbestrijders die uit de kassen ontsnapten en nu ’s lands talrijkste lieveheersbeestje zijn. De vierentwintigstip is veel zeldzamer.

24-stippelige lieveheersbeestjes en hun eitjes. Beeld Jeanette Essink en Koos Dijksterhuis
24-stippelige lieveheersbeestjes en hun eitjes.Beeld Jeanette Essink en Koos Dijksterhuis

Die eitjes zijn kwetsbaar; een stevige windvlaag kan dodelijk zijn. En zoals vogeleieren in trek zijn bij mensen, katten, honden, vossen, slangen en bij wie niet, zo worden insecteneitjes gewaardeerd bij andere geleedpotigen, slakken en zangvogels.

Toch zijn er die aan de aandacht ontsnappen, waarschijnlijk zelfs aan Essinks aandacht. Maar omgekeerd heeft zij haar aandacht alweer op een volgende bezienswaardigheid: een bewegende speldenknop. “Dwerg-kattenstaartsnuitkever”, stelt ze vast.

Drie keer per week schrijft bioloog Koos Dijksterhuis over iets wat groeit of bloeit. Lees hier zijn eerder Natuurdagboeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden