PortretNatuurbeheer

Het grote gevecht om grond, geld en gerechtigheid

Oene Gorter (80) woont op landgoed Welna bij Epe en kreeg van het Europese Hof gelijk in zijn zaak tegen Nederlandse natuurorganisaties en de staat over onterechte subsidies. Beeld Herman Engbers
Oene Gorter (80) woont op landgoed Welna bij Epe en kreeg van het Europese Hof gelijk in zijn zaak tegen Nederlandse natuurorganisaties en de staat over onterechte subsidies.Beeld Herman Engbers

Meer dan tien jaar procedeerde hij tegen natuurorganisaties en de Nederlandse staat. Omdat hij gerechtigheid wilde, zegt de Gelderse landgoedeigenaar Oene Gorter. ‘De natuurmaffia speelt onder een hoedje met de overheid.’

“Bent u geïnteresseerd in anekdotes?” vraagt Oene Gorter. Hij steekt van wal: “Mijn broer en mijn moeder liepen eens met onze rentmeester over het landgoed. Het was vlak na de dood van mijn vader in 1956, mijn broer was 24 en mede-eigenaar geworden van Welna. Hij vond dat de rentmeester te oud was voor zijn taak. Dat liet hij hem weten, in niet al te diplomatieke woorden. Maar uiteindelijk werd de rentmeester 100, terwijl mijn broer overleed op zijn 50ste. Asbestkanker.”

Gorter (80) spreekt met een licht geaffecteerde tongval. Hij zit in wat hij zijn kantoor noemt: een ruime, lichte aanbouw van hout aan een stenen boswerkershuis op het Gelderse landgoed Welna, vlak bij Epe. Een schuifpui biedt uitzicht op de tuin en het bos daarachter. Het landgoed van 600 hectare – je kunt er in een dag omheen wandelen – is sinds de negentiende eeuw in het bezit van de familie. Gorters voorvader, een Twentse industrieel, kocht het uit de nalatenschap van Christophorus Buys Ballot, die niet alleen het KNMI oprichtte, maar ook speculeerde en investeerde. Buys Ballot kocht van de Nederlandse staat een stuk niemandsland op de Veluwe (deels heide, deels arme zandgrond) en legde daar een productiebos aan. De douglassparren en lariksen staan nog altijd in percelen die door kaarsrechte paden worden doorsneden. Buys Ballot hoopte fortuin te maken met de verkoop van hout voor de mijnbouw, maar tegen de tijd dat de stammetjes dik genoeg waren was hij zelf overleden. Inmiddels berust het eigenaarschap bij de vierde generatie van de familie Gorter; Frank (48), de zoon van Oene, heeft een leidende rol op zich genomen. In spijkerbroek en T-shirt schuift hij bij zijn vader aan tafel.

Oene Gorter kwam vorige week in het nieuws. Het Hof van de Europese Unie in Luxemburg stelde de mede door Gorter opgerichte Vereniging Gelijkberechting Grondbezitters (die zeventig leden telt) in het gelijk in een zaak tegen de Nederlandse staat, Natuurmonumenten en de twaalf provinciale landschappen. De zaak draaide om een subsidieregeling voor de aankoop van gronden die tussen 1993 en 2012 van kracht was, en waarvan de natuurorganisaties wél gebruik konden maken, maar landgoedeigenaren als Gorter níet.

Al een week champagne in huis

Volgens het arrest van het Hof – waartegen geen beroep meer mogelijk is – had de Europese Commissie de verstrekte subsidies niet mogen goedkeuren. De natuurorganisaties hadden, gelet op de regels voor staatssteun, niet voorgetrokken mogen worden boven de landgoedeigenaren, omdat beide partijen opereren in dezelfde markt. Volgens het Hof houden de natuurorganisaties zich namelijk behalve met natuurbeheer óók bezig met de verkoop van hout en riet, het verhuren van jacht- en visrechten en ‘toeristische activiteiten van economische aard’. Omdat deze zaken niet per se nodig zijn om de natuur te beheren, vallen de natuurorganisaties onder de definitie van een ‘onderneming’ en die mag de staat niet zomaar bevoordelen in hun economische activiteiten. Dat oordeelde een lagere rechter ook al in 2018, maar Natuurmonumenten, de landschappen en de staat gingen gezamenlijk tegen die uitspraak in beroep.

“We wisten dat de uitspraak eraan kwam”, zegt Gorter met pretoogjes onder zijn borstelige wenkbrauwen. “Een van de bestuurders van onze vereniging had al een week champagne in huis. Dat ging mij wat ver, ook al hadden we elke rechtsgang gewonnen. Toen ik de uitkomst hoorde, heb ik zelf ook een fles koud gelegd en ’s avonds opengemaakt.”

Directeur Marc van den Tweel van Natuurmonumenten noemde het gisteren in Trouw “gevaarlijk en bedreigend” dat Gorter en zijn medestanders (‘enkele particuliere grondeigenaren’) sinds 2008 hebben geprocedeerd tegen de subsidieregeling. “Die juridische haarkloverij leidt af van onze taak: goed zorgen voor de natuur”, zei Van den Tweel, die zich afvroeg wat een man als Gorter bezielt.

Kartelvorming

Oene Gorter is op de vraag voorbereid. Op tafel heeft hij paperassen uitgespreid. “We hebben niets tegen natuurorganisaties”, zegt hij. “Ons belang is hetzelfde.” Met ‘ons’ bedoelt hij de twintig partijen, waaronder Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe, met wie zijn vereniging het proces aanspande. “Wat mij stoort, is de innige band van de natuurorganisaties met de overheid. Ze slagen erin de regelgeving en subsidies in hun voordeel te buigen, de zaken zo te organiseren dat het hun goed uitkomt. Dat Natuurmonumenten schendingen van het staatssteunrecht en het gelijkheidsbeginsel afdoet als ‘juridische haarkloverij’, tekent de arrogante houding van de natuurorganisaties. Het recht vinden zij blijkbaar een bijzaak.”

Particulieren , zoals landgoedeigenaren hebben volgens Gorter óók goede – en misschien wel betere – ideeën over natuurbeheer. “Een particulier kent het bos: elke boom, elk weggetje, het wild. Je bent er persoonlijk bij betrokken. Bij natuurorganisaties werken mensen, de goeden niet te na gesproken, voor hun baan. Als je de directeur van Natuurmonumenten meeneemt het bos in, dan kent hij de verschillende soorten planten en dieren niet. Daarvan ben ik overtuigd.”

Zoon Frank mengt zich in het gesprek. “Onderin de organisatie zijn de mensen wel groen. Bovenin zitten bestuurders.”

Oene: “Dat is een voedingsbodem voor kartelvorming met de overheid”.

Frank: “Je zag het in het stikstofdossier. Daar wilden de natuurorganisaties zich ook niet aansluiten bij de rechtszaak tegen de staat.”

Oene: “Ze hebben de overheid nodig voor subsidies, dus willen ze die niet tegen zich in het harnas jagen”.

Frank: “Voor de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur wilde de overheid samenwerken met maar een paar partijen. Dat lijkt misschien handig, maar daarmee werden anderen buitengesloten.”

Gorter senior vertelt verbeten hoe hij jaren geleden eens een afspraak had op het provinciehuis in Arnhem. “Daar lag een kaart van Nederland met daarop ingetekend hoe de Ecologische Hoofdstructuur zou komen te lopen. Met kleuren was alvast aangegeven welke natuurorganisatie welke percelen in eigendom zou krijgen. Werkelijk, ik sprong uit mijn vel. Welk nadeel ik daarvan had? Grond van het Rijk werd gratis weggegeven!”

Frank: “Elke burger zou dat wel willen krijgen”.

Oene: “Wij staan in een oude traditie van grondaankoop door industriëlen en vermogende families, zoals Philips en Ten Cate. Maar door alle regels en de bevoordeling van natuurorganisaties is het voor particulieren met geld heel moeilijk geworden om grond te kopen. Het gevolg is dat zij een villa in Frankrijk gaan bouwen, terwijl zij ook een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van het Nederlandse landschap. Bovendien is grond een prachtige safe haven als de beurs naar beneden knalt.”

Volgens Frank Gorter, die filosofie studeerde, ontbreekt het bij de natuurorganisaties aan een fundamentele visie op de natuur. “Wat betekent het om als mens in een bepaalde omgeving te zitten? In de filosofie noem je dat een ontologische vraag. We moeten ons meer ontologische vragen stellen.” Hijzelf wordt gedreven door een besef van verantwoordelijkheid, zegt hij. “Er zijn dingen aan de hand in de wereld en een landgoed als Welna kan daar een bijdrage aan leveren. De soortenrijkdom wordt steeds minder, maar wij bieden hier een thuis aan bedreigde soorten als de zwarte specht. Je kunt niet zo’n groot stuk grond bezitten en dan de rest van de wereld negeren. Dat gaat tegen mijn geweten in.”

Oene: “Dat vind ik heel mooi van Frank. Ik word er bijna emotioneel van.”

Vriendjespolitiek

De schuifpui gaat open, Oene stelt voor een wandeling te maken. “Leid jij ons rond, Frank?”

Oene Gorter en zijn zoon Frank (48), vierde generatie eigenaar van landgoed Welna. Beeld Herman Engbers
Oene Gorter en zijn zoon Frank (48), vierde generatie eigenaar van landgoed Welna.Beeld Herman Engbers

Landgoed Welna, zegt Gorter senior, is een van de stilste en donkerste plekjes van Nederland. Vannacht was er een prachtige sterrenhemel. En hoewel de paartijd is begonnen, heeft hij nog geen burlende herten gehoord. Hij plukt een braam van een struik en steekt die in zijn mond. Toen hij nog werkte, vertelt Gorter, hield hij zich bezig met het kopen en verkopen van ondernemingen, meestal kwakkelende familiebedrijven. Vaak zette hij dan een exporttak op, van broedmachines tot kaasopbergsystemen, naar China of Zuid-Afrika.

Als het bos overgaat in heide, wijst Gorter naar een paar vliegdennen in de verte. “Zijn die nog uit de tijd van Buys Ballot, Frank?” Nee, antwoordt zijn zoon, deze niet. “Wel hebben we er verderop eentje van 130 jaar oud.”

Al lopend over het landgoed komt Oene Gorter als vanzelf weer te spreken over de juridische strijd van de afgelopen jaren. Wat hij er precies mee gewonnen heeft? “Gerechtigheid”, zegt de 80-jarige met ogen vol vuur. “Is je opgevallen dat de natuurorganisaties en de staat werden bijgestaan door een en dezelfde advocaat? Dat zegt alles over de verhoudingen. Ik noem dat de natuurmaffia. Vriendjespolitiek. Onder een hoedje spelen.”

Frank: “Ik zou liever andere woorden gebruiken”.

Oene: “De manier waarop de overheid en de natuurorganisaties met elkaar verweven zijn, zie ik als de restanten van corporatistisch Nederland. Ik wil dat doorbreken, opkomen voor de vrije markt.”

Frank: “Natuurmonumenten wordt ook gewoon geleid door mensen met de Balkenendenorm. Waarom moeten zij zo duur betaald worden? Blijkbaar zijn ze nogal goed in het binnenhalen van geld. Je zou willen dat hun lobby eens wat minder wordt. Zij zitten als een broedende kip op hun met overheidsgeld verkregen gronden, terwijl wij als particuliere eigenaren evengoed een visie op de natuur hebben.

“Het verenigen van economie en ecologie is een urgente uitdaging. Die kun je op vele manieren aangaan, het kan en hoeft niet via grote natuurorganisaties. Kijk, hier op Welna is de economische en de ecologische kwaliteit nu niet heel hoog. We hebben grotendeels een monocultuur van sparren die 15 euro per kuub opbrengen. Ik zou heel graag een groot voedselbos aanleggen om bij te dragen aan de transitie van de landbouw en de natuurkwaliteit te verbeteren. Dan helpt het als je ook voor subsidie in aanmerking komt.”

Voor zulke toekomstvisioenen hoef je bij natuurorganisaties niet te zijn, meent Oene. “Zij denken aan de korte termijn, aan hun donateurs. Die vrezen ze zoals een bedrijf zijn aandeelhouders vreest.”

Beslissingen over de toekomst van het landgoed moet Frank Gorter overleggen met zijn zus en zijn nichten, de mede-eigenaren. “Ik probeer dan ruimte te nemen, zonder de verbinding te verliezen.”

Oene: “Daar ben ik de mist ingegaan. Ik heb de verbinding met de natuurorganisaties verloren. Ergens is het jammer dat de rechter eraan te pas moest komen.”

Frank: “Mijn vader heeft het lef om op te staan voor het goede”.

Oene Gorter houdt stil. Hij wijst. “We hebben hier een singel van acacia’s aangelegd, met rododendrons ervoor. Die bloeien tegelijk. Mijn broer hield daarvan, en zo houd ik de herinnering aan hem levend.” Hij kijkt in de verte. “Zo’n touch, dat doet een natuurorganisatie niet hoor.”

Kamervragen

De kwestie van de gelijkberechting van particuliere grondeigenaren en zogeheten terreinbeherende organisaties speelt al meer dan tien jaar. Meerdere malen gaf het aanleiding tot Kamervragen. Over het arrest van het EU-hof van vorige week hebben VVD en CDA inmiddels vragen gesteld aan minister Schouten van landbouw en natuur. Het CDA wil onder meer weten waarom de staat en de natuurorganisaties als gezamenlijke partij in hoger beroep gingen tegen het eerdere vonnis. Dit kan de indruk wekken dat de overheid en de terreinbeherende organisaties “onder één hoedje spelen”, aldus het CDA. Ook is het volgens de partij ‘problematisch’ dat Het Geldersch Landschap de ontvangen overheidssubsidie gebruikte voor de aankoop van kasteel Biljoen in Velp, waarbij een particuliere geïnteresseerde ruimschoots kon worden overboden.

De VVD wil van minister Schouten ­weten of de natuurorganisaties ook na 2012 (toen de betwiste subsidieregeling stopte) nog grond onder de marktprijs of voor niets hebben gekregen van het Rijk. Ook wil de VVD weten hoeveel geld de natuurorganisaties precies hebben ontvangen uit de subsidieregeling.

Meerdere provincies houden er rekening mee dat zij geld moeten terugvorderen van de provinciale landschappen. Zo houdt Zuid-Holland in het jaarverslag over 2018 rekening met een terug te vorderen bedrag van 200 miljoen tot een miljard euro.

Lees ook:

Natuurorganisaties kregen onterecht miljoenen voor grondaankoop

Nederlandse natuurorganisaties hebben jarenlang ten onrechte vele miljoenen euro’s subsidie gekregen om natuurterreinen aan te kopen. Dat was ontoelaatbare staatssteun die moet worden terugbetaald. Dat blijkt uit een arrest van de hoogste Europese rechter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden