Tuinieren

Het geluk van mijn tuin in de Eifel

Beeld Colourbox

Dat een somber hoofd in de tuin weer lucht krijgt, wist schrijver Gerbrand Bakker al lang. Hij schreef jaren over zijn tuin in de Eifel in zaterdagmagazine Tijd. Nu is hij blij dat hij ver van Amsterdam zit, waar hij alleen een balkon heeft en zich geen raad zou weten.

Wat was ik blij met buurman Klaus. Er was al langer sprake van dat een van zijn twee Thuja-hagen het veld moest ruimen omdat hij hem veel te lief gesnoeid had. Het zal wel een Thuja occidentalis zijn geweest, al ben ik daar niet helemaal zeker van. Ja, gewéést, want onlangs mocht ik de kettingzaag erin zetten en binnen een paar uur was de twaalf meter lange haag verdwenen. Levensboom wordt de Thuja bij ons wel genoemd, maar hier zat erg weinig leven meer in, en dat was het gevolg van het ‘lieve snoeien’ van buurman Klaus in de afgelopen vijfentwintig jaar.

Samen met Klaus en buurman Rinus, die zijn aanhanger ter beschikking stelde en erg graag zelf wilde rijden, waren we zo’n beetje de hele dag bezig. Ook buurman Herbert vond het wel gezellig en lucratief, die kwam van tijd tot tijd kijken of er geen oud ijzer onder de haag vandaan kwam. Oud ijzer dat hij weer kan verhandelen. Hij had geluk, midden in de morsdode haag stond een oeroud hekje, met stalen staanders.

Na afloop zaten we op het terras van Klaus’ huis ineens in het volle zicht van iedereen die langs kwam rijden een biertje te drinken. Ook buurman Rinus, die eerder in de week nog een etentje bij ons afzegde, want we moesten toch een beetje voorzichtig zijn, en hij is al wat ouder en heeft een nieuwe hartklep. En, eerlijk is eerlijk, ik ben ook de jongste niet meer. Buurman Klaus zit qua leeftijd tussen ons in. We waren drie mannetjes die heel genoeglijk en vooral immer mit der Ruhe een haag hadden gesloopt, en we waren alle drie tijdens het drinken van het biertje zeer tevreden.

Beeld Getty Images/Tetra images RF

In de loop van de dag botsten we bij het laden van de aanhanger geregeld tegen elkaar op. Heel af en toe zei ik tegen Rinus: “Ga eens een stuk verderop met die takken lopen sjouwen, man!” Maar dat was grappend, terwijl het maar weer eens aantoonde hoe lastig het is om voortdurend elkaar te ontlopen, hoe moeilijk het is consequent te zijn in het behouden van sociale afstand. Maar zo voelt het hier, in de Eifel. Het is open en weids – ondanks de vele bossen – en leeg; een eventueel gevoel van dreiging en gevaar lijkt hier ver weg. Ik ben erg blij dat ik al wekenlang hier ben en niet in Amsterdam.

Tijd om de sneeuwklokjes op te binden

Al een tijdje is het voorjaar hier. Winter is het sowieso niet geweest. We hadden heel weinig sneeuw en gevroren heeft het nauwelijks. Het regende bijna onophoudelijk. De tuin lag stil.

En dan, op zomaar een dag, vind ik mezelf terug op mijn knieën bij een border, ben ik oud blad aan het weghalen en het eerste onkruid aan het uitsteken. En dan nog duurt het even voor ik besef dat het voorjaar begonnen is, en dat ik vanaf dat moment geen dag meer niet in de tuin ben. Want niet alleen in die ene border ligt blad, overal ligt blad en ik moet allerlei vaste planten verplaatsen, dat heb ik in gedachten maanden eerder al gedaan, en die nieuwe gemetselde trap, die kan toch een stuk verder opgebouwd worden, hoger de berg op? En het is ook alweer tijd om het sneeuwklokjesblad op te binden, zodat er stramme bosjes in de verder nog tamelijk zwarte aarde staan.

Met hondje Floris loop ik naar een plek in het bos, voorbij de weide op de berg achter mijn huis, waar ik onlangs mooie, rechthoekige keien heb zien liggen, en die verzamelen we, of beter: ik, terwijl ik om de hond bezig te houden zo nu een dag een stok weggooi, en iets later komt M. in de witte, oude Dacia voorrijden en laad ik de keien in de kofferbak.

Langzaam komt de trap steeds hoger. Nu het niet langer regent, kan ik weer metselen met de Putz- und Mauermörtel van bouwcentrum Globus. De Globus wordt door de Duitse overheid gelukkig nog steeds gezien als een winkel die onontbeerlijk is, en dus niet sluiten moet. Bij de ingang staan desinfecteringspalen. M. trouwens is nieuw hier in de Eifel. Ik kende hem dertig jaar geleden heel kort en afgelopen zomer kwam hij hier langs en is nooit meer weggegaan. Van de week kropen we in bed en zei ik: “Als ik nog steeds alleen was geweest, zou ik dit ook allemaal wel doorgekomen zijn, want ik heb altijd alles in mijn eentje gedaan, maar zo is het toch wel een stuk gezelliger.” Dat vond M. erg fijn om te horen, en hij was het met me eens.

Af en toe denken we aan ons huis in Amsterdam

Ik leende van buurman Klaus zo’n snoeischaar aan een lange stang en snoeide overal dood hout weg op grote hoogte, maar ook levend hout, bijvoorbeeld van de appelboom achter het huis, die sinds ik hem ken scheef hangt, maar met een beetje beleid en slim snoeien, krijg ik hem steeds rechter en meer in de vorm die een appelboom zou moeten hebben.

Beeld Gerbrand Bakker

Steeds vaker is het ineens en ongemerkt zes uur, en is het hoog tijd voor een glas whisky, en tijd om te koken, zodat we om zeven uur voor die vreemd uitgeklede uitzendingen van DWDD kunnen zitten, die in deze nadagen onverwacht vaak ontroerend en verfrissend zijn.

Af en toe denken we aan ons huis in Amsterdam. M. zou daar precies zo als hier kunnen werken, hij is vertaler, maar ik zou met mezelf geen raad weten. Al die mensen in een stad met alleen een balkon of zelfs dat niet eens. Dan besef ik hoe rijk ik hier toch ben, met al die natuur om me heen en te midden van die natuur dat ene getemde stukje grond, dat getemd moet blijven, want het is immers een tuin. In het begin heb ik achter het huis, waar het het steilst is, terrassen gemaakt met stammen van bomen die ik zelf omzaagde; het bos dat in feite tot aan de dakgoot kwam, heb ik letterlijk omgelegd, werd van rechtopstaand liggend.

Onophoudelijk werk

Maar nu zijn die stammen vermolmd en heb ik mooie dikke planken gevonden bij de Globus waarmee ik stukje bij beetje die boomstammen vervang. Soms duurt het jaren voor een deel van de tuin zijn uiteindelijke vorm krijgt. En zelfs dan is dat deel van de tuin, mezelf kennende, zijn leven nog niet zeker.

Onophoudelijk werk. Gedachten bij dat werk. Eens in de week wagen we ons in de REWE in Bitburg of Prüm. Altijd wel een luidruchtige vrouw daar, die blaffend hoest, veel te hard praat met de dames van de vleesafdeling, zich tussen de mensen in de rij bij een kassa worstelt om bij de door haar gewenste pakjes sigaretten te komen. Een aandachttrekster, een gevaarlijke vrouw die om onduidelijke redenen geen boodschap heeft aan anderhalve meter.

Eenmaal buiten weer vrij ademen, hop, alles in de auto en snel huiswaarts, waar het gras al bijna gemaaid moet worden, zo ver is de lente al, waar stenen klaarliggen, waar brede, houten planken tegen het houthok staan, waar hondje Floris – onwetend van alles – zo hard met haar staartje zwaait dat het er bijna af valt. Straks gaat M. of ik of gaan wij samen de bossen in met haar. Bossen waar we nooit iemand zien, waar alleen vogels, vossen, reeën en dassen komen. Bossen vol takken om te gooien, snelstromend water om achterna te zitten, lucht om in en uit te ademen.

Lees ook:

Schrijverscolumn

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden