Het Verdronken Land van Saeftinghe is een natuurgebied gelegen op de grens van Nederland en België.

Kustbescherming

Het geheim van de wisselpolder: een alternatief voor het ophogen van dijken

Het Verdronken Land van Saeftinghe is een natuurgebied gelegen op de grens van Nederland en België.Beeld Dolph Cantrijn

Op de internationale top over aanpassingen aan de wereldwijde klimaatverandering vanuit Den Haag zal de Nederlandse wisselpolder niet direct ter sprake komen. Maar die is wél een goed alternatief voor het almaar ophogen van dijken.

Als je de hoogtekaart van Zeeuws-Vlaanderen bekijkt, valt in het oostelijke puntje iets vreemds op. Tegen de grens met België ligt het natuurgebied Het Verdronken Land van Saeftinghe. Het ligt op maar liefst drie meter boven NAP, terwijl alle omliggende polders enkele meters lager liggen. Als je de dijken rond Zeeuws-Vlaanderen zou wegdenken, dan verdrinkt er bij een vloedgolf van gemiddeld twee meter boven NAP dus heel veel land. Behalve dat Verdronken Land.

“Het geheim zit in het getij van de Westerschelde”, zegt Jim van Belzen, ecoloog en modelleur bij het koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, het NIOZ in Yerseke. “Ieder getij brengt de Westerschelde een beetje slib op dit buitendijkse gebied. Het groeit dus automatisch mee met het waterniveau van de Westerschelde. Tegenwoordig komt er alleen bij springvloed nog water op een groot deel van dit natuurgebied.”

Dit principe van ophogend land onder invloed van de natuur zelf, heeft ecologen en ingenieurs aan het denken gezet. Kunnen we dit niet gebruiken om de kusten te verstevigen? Een rapport, dat niet toevallig vandaag, op de eerste dag van de internationale top over klimaatadaptatie wordt gepresenteerd, laat zien dat dit inderdaad kan. Die oplossing heet ‘wisselpolder tussen dubbele dijken’.

Slaperdijk

Om zo’n wisselpolder te maken, moet een dijk aan de zeezijde worden opengemaakt. Het water kan dan met ieder getij naar binnen stromen, waar het alsnog wordt tegengehouden door een tweede dijk. Dat kan een oude, in onbruik geraakte zogeheten slaperdijk zijn, of er kan een nieuwe, wat lagere dijk worden aangelegd. Doordat de ergste golfslag achter de eerste, geopende dijk al is gedempt, mag de tweede dijk landinwaarts een stuk lager blijven dan de oude zeedijk. Vervolgens zal het gebied tussen die twee dijken, net als Het Verdronken Land van Saeftinghe, zich langzaam opvullen met slib uit de Westerschelde. In plaats van verdrogend, en dus dalend land, wordt er weer een nieuw, stevig pakket van klei achter de oude dijk gevormd.

Fase 1: het water van de Westerschelde treedt binnen. Beeld
Fase 1: het water van de Westerschelde treedt binnen.

Van Belzen liet verschillende computerberekeningen op dit plan los. “Vijftig jaar lang zal er gemiddeld vijf centimeter slib per jaar op het land komen; in het begin een beetje meer, later wat minder. De polders liggen na die vijftig jaar dus tweeënhalve meter hoger dan nu! Vervolgens kun je de opening in de dijk weer dichten, en heb je de kustverdediging aanzienlijk verstevigd, door hoger land áchter de dijk, maar zónder de oude dijk te verhogen.”

Met de paplepel ingegoten

Van Belzen realiseert zich terdege dat hij met een gebruiksaanwijzing die opent met ‘Maak een groot gat in de dijk!’ niet meteen vrienden maakt, zeker niet in Zeeland. “Zeeuwen hebben met de paplepel ingegoten gekregen dat je de kust het beste kunt verdedigen door hem zo kort mogelijk te maken. Door een opening in de dijk te maken creëer je juist een langere kustlijn. Bovendien moeten boeren hun land voor enige tijd beschikbaar stellen voor dit plan”, erkent Van Belzen. “Maar dat is dus maar tijdelijk. Bovendien komt er uiteindelijk betere landbouwgrond voor terug. De ontpoldering van de Hedwige-Prosperpolder bijvoorbeeld, die riep vooral zoveel weerstand op omdat agrarisch land werd teruggegeven aan de natuur. Bij een wisselpolder ‘lenen’ we het land alleen maar van de boeren. In de tussentijd kan je er vervolgens wel heel mooie dingen op doen.”

“In de eerste fase, wanneer er nog vooral water op het gebied staat, kan er aquacultuur worden bedreven. Je kunt er bijvoorbeeld oesters of mosselen kweken. Wanneer het land wat hoger komt te liggen, kun je er ook zeekraal kweken. Is het land helemaal opgehoogd, dan is het weer bijzonder vruchtbare landbouwgrond, met verse zeeklei. En al die tijd kan een groter of kleiner deel van de wisselpolder ook een grote waarde hebben voor de natuur.”

Fase 2: het slib uit de Westerschelde blijft achter, er ontstaan schorren.  Beeld
Fase 2: het slib uit de Westerschelde blijft achter, er ontstaan schorren.

Behalve aan de snelheid waarmee het gebied tussen twee dijken ophoogt met slib, rekende Van Belzen ook aan de financiële kosten en baten. “De duurste oplossing is het continu ophogen van de bestaande dijken en vervolgens moeten vechten tegen het zout dat steeds dieper doordringt in het land achter de dijk. Dat verdrogende land komt immers steeds lager te liggen. Vergeleken daarbij is het ophogen van een slaperdijk, of het aanleggen van een nieuwe, lagere dijk landinwaarts in eerste instantie misschien iets duurder, maar op de lange termijn een stuk goedkoper. Er staan ook inkomsten tegenover, vanuit de aquacultuur, de recreatie in de nieuwe natuurgebieden en uiteindelijk in de verbeteringen voor de landbouw op het nieuwe land.”

Hoge kosten

Gerekend over honderd jaar, schat Van Belzen dat de traditionele ophoging van de dijken langs de Westerschelde, bij een meter zeespiegelstijging in 2100, ruim een half miljard euro zal kosten. Wanneer in een wisselpolder 75 procent voedsel en 25 procent natuur wordt gecreëerd, kost dit onder de streep ‘slechts’ een kwart miljard.

Bang voor hoge kosten voor het reinigen van het slib, dat per slot van rekening via de haven van Antwerpen uit België komt, is Van Belzen niet. “De waterzuivering in Vlaanderen is de laatste jaren al aanzienlijk verbeterd. We gaan er in onze berekeningen dus vanuit dat de vervuiling geen probleem oplevert.”

“Behalve die gunstige kosten-batenanalyse, kunnen wisselpolders ook een enorme boost geven aan de economie van de hele regio.” Dat zegt Gerlof Rienstra, die als economisch adviseur meeschreef aan het rapport over de dubbele dijken met wisselpolders. “In eerste instantie levert het geld dat je in een wisselpolder of een gewone dijkverzwaring investeert een toegevoegde waarde aan de regionale economie. Maar een dijkverhoging is in feite alleen maar een investering in de betrokken bouwbedrijven en ingenieurs en levert geen nieuwe gebruiksfuncties op. Van een wisselpolder tussen dubbele dijken kun je nog tientallen jaren extra vruchten plukken, via aquacultuur, zilte teelt, recreatie en landbouw.”

Fase 3: de polder is dusdanig opgehoogd met vruchtbaar slib dat er uitstekende landbouwgrond is ontstaan.  Beeld
Fase 3: de polder is dusdanig opgehoogd met vruchtbaar slib dat er uitstekende landbouwgrond is ontstaan.

Wat de schrijvers van het rapport betreft zouden de regeringsleiders die vandaag en morgen via de webcam met elkaar spreken over klimaatadaptatie, beter vandaag dan morgen met de wisselpolders aan de gang moeten gaan. Van Belzen: “In de Westerschelde zit vrij veel slib, dus daar levert een wisselpolder ook al snel resultaat op in termen van een betere kustverdediging. In de Oosterschelde zit al een stuk minder slib, dus daar duurt het ook langer voordat het land achter de dijk voldoende is opgehoogd om extra verdediging te geven. En de zeespiegelstijging komt er onherroepelijk aan. Hoe langer je dus met dit soort aanpassingen aan het veranderende klimaat wacht, hoe lastiger het wordt.”

Bekijk ook dit filmpje over het verloop van een wisselpolder.

Lees ook: 

Kwelders en schorren blijken de uitkomst bij een dijkdoorbraak

Na tweeënhalf jaar speuren in de archieven kwam waterbouwkundig ingenieur Paul Visser tot een conclusie: dijken met natuur aan de voet waren op 1 februari 1953 beter bestand tegen de stormvloed dan dijken zonder die bescherming.

VN-rapport: landen doen te weinig om zich te beschermen tegen een klimaatramp

Klimaatverandering is deels onstuitbaar, waarschuwt de VN. Landen moeten hun landschap én financiën snel aanpassen vanwege de gevaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden