Koestergroen

Het geheim van de volkstuin

Op de volkstuin, uit het boek 'Volkstuinverhalen'.Beeld Willem Bos

De wachtlijsten voor een lapje grond worden steeds langer. Waarom? Volkstuinders Suzanne de Boer en Marieke de Geus schreven een boek over het ‘volks­tuin­gevoel’ en het belang ervan voor de natuur.

 Volkstuinen zijn populairder dan ooit. Gevraagd naar een verklaring voor die stijgende populariteit, valt niet direct het woord ‘tuinieren’. “Even weg van alle prikkels”, zegt Suzanne de Boer. “De druk van alles. In het groen zijn is ontspannend. Hier is geen haast.”

“Als iemand mij hier belt met een vraag over mijn werk, weet ik vaak het antwoord niet eens”, zegt Marieke de Geus. “Omdat ik hier zo in een andere wereld ben. Zodra ik de tuin op fiets, voelt het als vakantie. Ik ga in de zomer sowieso niet meer op vakantie, dan is het veel te fijn om hier te zijn.”

Uiteindelijk wordt er natuurlijk wel getuinierd. Hun boek ‘Volkstuinverhalen’ staat vol tips hoe je het beste snoeit, sproeit en zaait, en bevat recepten voor bietensoep en plantengier en instructies hoe je zelf een wormenhotel kunt maken. Maar het opvallendst zijn de portretten van medetuinders.

Uit alle windstreken

Dat blijkt een divers gezelschap. Zo hebben twee mannen in Den Helder een tuin vol aquaria met zeelten en stekelbaarsjes, en telen ze groente op vissenmest. Een kweekster in Dordrecht was vroeger manager en noteert nu alles wat ze zaait of stekt in een Excel-­bestand. En in Amsterdam-Zuidoost vertrouwt een planter op een biologisch-dynamische maankalender om te bepalen wanneer welk gewas de grond in gaat.

Je kunt daarom niet van ‘een subcultuur’ van volkstuinders spreken. De Boer: “Daar zijn de tuinders te verschillend voor, ze komen ook uit alle windstreken. Bij tuinvereniging Ons Buiten in Leiden telden we mensen uit twintig verschillende landen.”

Klopt het beeld van de sociale controle op volkstuinen nog wel; de buurman die op je schouder tikt als je het gras in je tuintje te lang laat groeien? “Dat hangt een beetje af van waar je tuiniert”, zegt De Boer. “Op sommige parken is er elke maand controle door de groencommissie. Je kunt zelfs een boete krijgen als je de heg niet bijhoudt.”

“Dan moet je het wel bont maken hoor”, reageert De Geus. “Toen ik begon, was ik ook een echte prosecco-tuinder. Het ging mij vooral om blote voeten in het gras en gezellig mensen laten langskomen. Inmiddels sta ik ook gewoon elke dag gebukt met mijn handen in de aarde.”

Gewilde bouwlocatie

Een ander kenmerk van volkstuinen is dat ze vaak aan de rafelranden van steden liggen; ingeklemd tussen snelwegen en spoorlijnen. Op Amstelglorie in Amsterdam, waar de twee auteurs hun groene paradijsjes hebben, hoor je de vogels fluiten, maar ook de ringweg A10 razen. “Volgens de plannen had het hier nu helemaal volgebouwd moeten zijn”, zegt De Boer. “Steden breiden alsmaar uit en projectontwikkelaars azen op de grond van de volkstuinen. Maar een actie om dit complex te behouden, leverde in een mum van tijd tienduizend handtekeningen op.”

Inmiddels lijkt het gevaar in ieder geval in Amsterdam geweken, nu de wethouder in de vorige week gepresenteerde ‘Groenvisie’ uitspreekt dat de volkstuinen vanwege hun ecologische waarde en hun belang voor de stadsbewoners moeten blijven. Wel moeten op de volkstuinparken meer voorzieningen en activiteiten komen en moeten ze opengesteld worden voor niet-leden.

Daar zijn ze het roerend mee eens, vooral omdat die weg al is ingeslagen. “Er zijn zo’n tweehonderd volkstuincomplexen in Nederland en de meeste kun je gewoon op lopen”, zegt De Geus. “Veel mensen weten dat niet.”

Bang om overspoeld te worden door hordes toeristen zijn ze niet. “Je kunt hier eigenlijk vooral wandelen en picknicken”, zegt De Boer. “Misschien dat er wat meer bankjes neergezet gaan worden. Er wordt op de parken al langere tijd gesproken om openvallende plekken op een andere manier in te vullen, zodat ook bezoekers die geen lid zijn er wat aan hebben.”

In het boek worden al veel van zulke initiatieven beschreven: bomenroutes, kunstroutes, tentoonstellingen, kookworkshops en natuureducatie zoals wildpluklessen en insecten zoeken met schoolklassen. Het is de meest recente incarnatie van volkstuinen.

Na de oorlog waren de meeste volkstuinen echte productietuinen die groente voor in de pan moesten opleveren. Toen werd het recreëren uitgevonden en werden het ook siertuinen. Nu is ‘natuurlijk tuinieren’ het credo. “Gif is taboe en onkruid bestaat niet”, zegt De Geus. “Dat zijn signaalplanten die je iets vertellen over hoe het met de ­bodem gesteld is.”

Biodiversiteit

Volkstuincomplexen zouden volgens de auteurs ook een ‘kenniscentrum’ kunnen zijn voor de bescherming van biodiversiteit. “Veel tuinders planten alleen inheemse planten, of bloeiende planten voor bijen en vlinders”, zegt De Geus. “De biodiversiteit op de parken is vaak hoger dan in de omgeving, omdat er geen pesticiden gebruikt worden. De tuinders willen zo goed mogelijk voor de natuur zorgen. Zoals natuur ook goed voor ons zorgt. We weten nu toch allemaal hoe belangrijk groen is om verkoeling te brengen, om fijnstof af te vangen.”

‘Koestergroen’, zo wordt het in het boek genoemd. “Een plek van bezinning, van rust”, aldus De Boer. “Er is hier een tuinder die bij de ggz werkt en soms met cliënten die depressief of angstig zijn in de natuur gaat wandelen. Die knappen daar zo van op. We snakken naar contact met de ­natuur.”

‘Volkstuinverhalen. Over het groene stadsleven.’ Suzanne de Boer, Marieke de Geus,  KNNV Uitgeverij, ISBN 9789050117401, 192 blz. € 21,95

Lees ook:

De zon schijnt weer, dus op naar de moestuin

Mooi weer wakkert de tuinlust aan. Drie doorgewinterde tuinders delen hun tips

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden