Het gaat slecht met een van de grootst denkbare thrills in het vogelaarsbestaan

Een lepelbekstrandloper in het broedgebied op de toendra van Tsjoekotka, in het uiterste noordoosten van Rusland. Beeld Pavel Tomkovitsj

De lepelbekstrandloper is een superzeldzaam vogeltje dat migreert tussen Siberië en Thailand. Kunstgrepen moeten het beestje, formaat mus, voor de ondergang behoeden. 

Steltlopers zijn er te over op de uitgestrekte zoutpannen van Pak Thale, aan de Thaise kust. Hier een lepelbekstrandloper vinden, vereist een scherp oog en bovenal veel geduld, zelfs als je weet dat hij er ook daadwerkelijk zit. 

Een groep vogelaars onder aanvoering van de Nederlandse reisleider Laurens Steijn heeft uiteindelijk beet. “Niet alle zoutpannen kun je goed overzien, of je hebt slecht licht. Het duurde wel een paar uur voor we de eerste keer een vogel zagen”, aldus Steijns opgetogen relaas. “Je weet dat dit de enige plek op de reis is waar je kans maakt op een lepelbek, dus als het lang duurt begint het toch een beetje spannend te worden.”

De lepelbekstrandloper is een van de zeldzaamste vogels ter wereld. De totale populatie telt slechts enkele honderden vogels en holt achteruit, en het in levende lijve zien van een lepelbek behoort tot een van de grootst denkbare thrills in het vogelaarsbestaan. Het kleine steltlopertje is zo groot als een huismus en weegt 30 gram. De naam verwijst naar de voor strandlopers unieke snavelvorm. Volgens Steijn is die op afstand ‘verrassend lastig’ te zien, waardoor het moeilijk is de vogel te onderscheiden van de in Pak Thale algemene roodkeelstrandloper. “Ook omdat de vogel vaak actief aan het foerageren is en dan de snavel niet goed zichtbaar is.” De lepelbek broedt alleen in het uiterste noordoosten van Rusland en onderneemt jaarlijks een even indrukwekkende als gevaarlijke trektocht over 8.000 kilometer naar de overwinteringsgebieden in Zuidoost-Azië, eerst en vooral Burma, Bangladesh en Thailand.

Beeld Trouw

Ringprogramma

De afgelopen twintig jaar zijn die trekbewegingen nauwkeurig in kaart gebracht, al blijven er nog veel hiaten in de kennis. “Toen we begonnen was er vrijwel niets bekend, 99 procent van wat we nu weten wisten we toen nog niet”, zegt bioloog Jevgeni Syrojetsjkovski, de drijvende kracht achter de koortsachtige inspanningen om de lepelbek­strandloper voor uitsterven te behoeden. “Van de lepelbek waren er maar enkele terugmeldingen bekend van vogels die op Tsjoekotka waren geringd; uit China en uit de Gangesdelta in Bangladesh”, legt Pavel Tomkovitsj van het Zoölogisch Museum in Moskou uit. Hij is lepelbek­onderzoeker van het eerste uur en de man die in de jaren negentig voor het eerst de alarmbel luidde over de teruggang van het lepelbekbestand. “De rest wordt nu duidelijk dankzij ons ringprogramma, de kennis neemt snel toe.”

Op diverse plekken in Zuidoost-Azië wordt nu iedere winter door vrijwilligers naarstig gespeurd naar met kleurringen getooide lepelbekstrandlopers, en met succes. Pak Thale is veruit de bekendste plek, maar inmiddels is gebleken dat vooral Burma belangrijk is als overwinteringsgebied. Afgelopen winter streek een met een zender uitgeruste vogel tot ieders verrassing neer op Sumatra, in Indonesië. Een lokale vogelaar wist de vogel met codenaam 007 dankzij het signaal ook daadwerkelijk te vinden. Het was de eerste waarneming voor dat land en een indicatie dat het zin heeft ook op minder voor de hand liggende locaties te zoeken.

Trekroute

Bij de eerstvolgende expeditie naar de broedplaats op Tsjoekotka deze zomer moet duidelijk worden of 007 zijn uitstapje naar Sumatra en de lange weg terug heeft overleefd. “Sinds december zijn er geen signalen meer van hem ontvangen”, zegt Tomkovitsj. “Misschien heeft hij zijn zender verloren, of is hij dood. Want op die plek waar hij zat, staan overal netten opgesteld.”

Massale vogelvangst met steeds goedkopere en effectievere Chinese netten in de doortrek- en overwinteringsgebieden is waarschijnlijk de primaire oorzaak van de afname van het aantal lepelbekstrandlopers, naast vernietiging van belangrijke rustgebieden langs de trekroute in vooral China en Zuid-Korea. Rond de eeuwwisseling werd duidelijk dat er iets goed mis was met de soort, die vanwege zijn kleine aantallen en beperkte verspreidingsgebied altijd al te boek had gestaan als kwetsbaar.

Tomkovitsj ontdekte dat lokale populaties in enkele jaren tijd fors in aantal achteruit waren gegaan, terwijl er geen aanwijzingen waren voor significante veranderingen van de situatie in de broedgebieden. “In de twintigste eeuw broedde de lepelbek graag vlak bij alle nederzettingen op Tsjoekotka, zelfs al waren daar honden en mensen. Nu is de menselijke activiteit in die kuststroken verminderd in vergelijking met toen.” Goed nieuws voor de strandlopers, zou je denken, maar toch bleef de soort afnemen. De oorzaak daarvan lag duidelijk elders.

Broedsucces

De lepelbek heeft een laag broedsucces, wat betekent dat van de kuikens maar een klein aantal de volwassen leeftijd bereikt. Dat was geen probleem zolang er tijdens de trek en de overwintering voldoende vogels overleefden en veilig terugkeerden op de broedplaats. “Alles was min of meer in balans”, zegt Tomkovitsj. “Nu is de overlevingskans buiten de broedgebieden sterk afgenomen.” En bij een laag broedsucces is dat funest.

Britse collega’s kwamen met het drieste plan eieren van lepelbekstrandlopers weg te nemen uit de nesten op Tsjoekotka, om ze vervolgens aan het andere eind van de wereld in Groot-Brittannië in broedmachines uit te broeden en zo een reserve-populatie in gevangenschap te kweken, voor het geval de soort in het wild helemaal mocht verdwijnen. “We moesten er eerst om lachen”, zegt Syrojetsjkovski. “We hebben behoorlijk lang onze twijfels gehad, maar we geloven nu wel dat het perspectief heeft.” Er zijn inmiddels enkele kuikens uit de eieren gekomen, maar hun was in een Britse volière vooralsnog geen lang leven beschoren.

Beter verging het een nieuw initiatief onder de naam ‘headstarting’. De initiatiefnemers spreken van ‘een ticket voor het leven’ voor jonge lepelbekstrandlopers. Zo gauw de vogels beginnen te broeden, worden eieren uit een nest gehaald en ter plekke uitgebroed in broedmachines. Omdat het seizoen nog maar net is begonnen hebben de oudervogels voldoende tijd en energie om aan een tweede legsel te beginnen. De kunstmatig uitgebroede jongen worden in volières grootgebracht en aan het eind van het seizoen, geringd en wel, vrijgelaten. Ze hebben hun ouders niet nodig om de juiste trekroute te vinden, die is genetisch voorgeprogrammeerd. Verschillende op die manier uitgebroede lepelbekken zijn inmiddels teruggekeerd om op Tsjoekotka te broeden, aanleiding voor voorzichtig optimisme.

Gestabiliseerd

“Als we niets zouden doen luidde de prognose dat de soort tegen 2020 volledig zou verdwijnen”, zegt Syrojetsjkovski. “Op ons bekende plekken, waar aan het begin van de eeuw nog zestig of tachtig paren zaten, is de populatie gedaald tot tien paren en met onze hulp weer opgekrikt tot dertien of veertien. Als de trend zich had voortgezet zou de soort er al niet meer zijn. We hebben dat proces sterk kunnen vertragen. We troosten ons met de gedachte dat we de zaak hebben gestabiliseerd.”

Het blijft een schrale troost, want de algemene trend blijft negatief. In Myanmar blijven de aantallen dalen, net als op de meeste bekende broedplaatsen op Tsjoekotka. Voor Syrojetsjkovski en zijn collega’s, die bijna door hun middelen heen zijn, is het een race tegen de klok. “Je kunt natuurlijk zeggen dat de beschikbare gegevens te minimaal zijn om er harde conclusies aan te verbinden, maar ik vrees dat het inderdaad zo is. Er is nog veel werk te doen.”

Lees ook: 

Natuurtop in Parijs: Als de mens zijn leven niet radicaal omgooit, is de planeet straks onleefbaar

In Parijs wordt de balans opgemaakt van natuur en biodiversiteit. En die ziet er niet goed uit. 

Het klimaat staat op de agenda, nu de natuur nog

Een miljoen soorten dieren en planten worden met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?

Nederland verliest in hoog tempo zijn weidevogels

Dat het mis is met de boerenlandvogels was bekend. Maar dat de situatie zo nijpend is, is nieuw. Volgens Vogelbescherming Nederland dreigen patrijs, zomertortel, watersnip en wulp binnen tien jaar in een aantal provincies uit te sterven, als de trend niet wordt gekeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden