ReportageVreemde vogel

Help! Dat opgefokt baasje, de Nijlgans, is een blijvertje

NijlgansBeeld EPA

Wie er oog voor heeft, ziet ze overal: nijlganzen. Inmiddels zitten er meer dan tienduizend broedparen in Nederland, terwijl hij tot de jaren zestig niet in Nederland voorkwam. Wat maakt dit dier zo succesvol?

 Echt geliefd is de nijlgans niet. Nee, hij pikt niet de patat uit het bakje van onoplettende kleuters, hij vreet ook geen boomgaarden leeg, maar hij verjaagt wel de eenden als je die wat bij wil voeren. Van eiwitrijk gras dat de boer bestemd had voor zijn koeien, is hij niet vies. En dan dat weinig subtiele gesnater, eerder een soort verstopte toeter van een antieke auto dan gegak. Het helpt niet dat het ook nog eens een exoot is, die hier niet hoort volgens de Vogelrichtlijn van de EU.

Hoe anders was dat in de achttiende eeuw, toen de nijlgans een graag geziene bewoner was van de deftige menagerieën langs de Amstel en de Vecht. Hoewel hij uit het warme Afrika geïmporteerd werd – zijn Engelse naam is Egyptian goose – hield hij het prima uit in en om de kille vijvers bij de buitenhuizen van de Hollandse elite.

Maar veel verder dan de luxe tuinen kwam hij niet in de achttiende eeuw, zegt vogelonderzoeker Rob Lensink van Bureau Waardenburg. “In Nederland leidde dat niet tot vestiging in het vrije veld. Tot in de jaren zestig. Toen kwam het in zwang om in stadsparken exotisch waterwild te parkeren.” In Den Haag was het eerste broedgeval in Nederland, al snel gevolgd door een tweede ontsnapt paar in Groningen dat zich succesvol vestigde in het wild.

De nijlgans blijkt nu – een halve eeuw na de succesvolle uitbraak uit de parken – een blijvertje. Hij zit al lang niet meer alleen rond stadsvijvertjes, maar heeft zich vrij succesvol verspreid. Hij scharrelt langs slootjes op industrieterreinen, rond boerderijen en zelfs diep in de stenige stad. Als er maar een stukje gras is met een watertje.

Een vlak stukje is genoeg

Om jongen groot te brengen hebben nijlganzen weinig nodig. “Een vlak stukje zonder predator in de buurt is eigenlijk al genoeg.” Ze kraken, als het moet, de nesten van andere vogels. Op het moment van schrijven houden ze bijvoorbeeld het nest van een van ’s lands meest gefotografeerde ooievaars bezet (die in het Amsterdamse Vondelpark). Daarbij komt dat nijlganzen al vanaf het hele vroege voorjaar, eigenlijk nog winter, kuikens kunnen hebben.

Vanaf begin jaren negentig vervijfvoudigde de populatie nijlganzen zich in Nederland. Inmiddels telt vogelonderzoeksorganisatie Sovon meer dan tienduizend broedparen.

Toch is de echte babyboom al wel geweest, schrijft Lensink in een wetenschappelijke publicatie uit 2012 over de verspreiding van de nijlgans in Nederland. Van 1967 tot 1999 hadden de nijlganzen een gemiddeld groeipercentage van 28 procent per jaar – met een spectaculaire toename eind jaren negentig. In het nieuwe millennium lijkt de groei wat af te vlakken, vermoedelijk doordat territoria vol raken, maar ook doordat de nijlgans bejaagd wordt. Als exoot mag hij onder de huidige regelgeving te allen tijde afgeschoten worden door jagers. Vergast – zoals ganzensoorten als de grauwe gans en brandgans – wordt hij niet. Anders dan zijn inheemse neven die drie weken in het late voorjaar niet kunnen vliegen, behoudt de nijlgans een beperkt vliegvermogen, waardoor hij niet te vangen is.

Maar waarom is de nijlgans nu zo in opmars en niet bijvoorbeeld in de achttiende eeuw toen hij vertroeteld werd door de rijke elite?  Is het zijn slanke lijf, dat wendbaarder en sterker is dan eenden? Of zijn opportunistische manier van behuizen? Of omdat ze zo territoriaal zijn, bij alles een agressief en luidruchtig haantje de voorste? Of omdat het net geen eend en net geen gans is? 

Kruisingen

Dat laatste zou kunnen, denkt bioloog Jente Ottenburghs. Hij deed zijn promotieonderzoek naar kruisingen tussen allerlei verschillende ganzen. Gekruiste dieren hebben een klein streepje voor, doordat ze bijvoorbeeld vaker resistent zijn tegen ziektes. “Hybrides hebben meer variatie in hun genetisch materiaal, waardoor er genoeg diversiteit is om zich uit te breiden.” Maar… dat voordeeltje is niet van toepassing op de nijlgans. Dat is namelijk géén hybride, maar een eigen soort, ondanks zijn eend-gansuiterlijk. Volgens Ottenburghs zit het succes dus waarschijnlijk eerder in de aard van het beestje en zijn bouw dan in een allegaartje van genen. “Ze zijn heel agressief in hun eigen territorium. Omdat ze groter zijn dan een gewone eend, ze lijken iets meer op een gans, kunnen ze de eenden makkelijker aan.”

Het helpt misschien iets dat het van die opgefokte baasjes zijn, denkt Rob Lensink. “Maar het succes van de nijlgans kan je aan van alles toedichten: het is een optelsom van weinig predatie, zachte winters, veel water, ongekende voedselmogelijkheden, met dank aan het eiwitrijke grasland en gratis stikstof uit de lucht.”

Zo bezien is het succesverhaal van de nijlgans dan ook helemaal niet zo uniek, vindt Lensink. Alle vogels die baat hebben bij voedzaam gras en water doen het geweldig op al dat goed bemeste grasland. In die zin had dit stuk ook over de grauwe gans, knobbelzwaan of kolgans kunnen gaan.

Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de nijlgans voor wereldheerschappij gaat. Want ja, hij komt van Nederland tot in Zuid-Afrika voor. En ook in Noord-Amerika doen nazaten van geïmporteerde exemplaren het inmiddels goed in het wild. Maar zonder gras en water is de nijlgans weerloos.

Opportunist

Zo komt hij in Egypte, het land waar de gans zijn Engelse naam aan dankt, weinig meer voor. Lensink denkt dat de gebieden waar er genoeg water is, langs de Nijl dus, de bebouwing en daarmee gebrek aan gras zelfs voor een opportunist als de nijlgans te veel zijn.

Maar in Noord-Europa is de nijlgans nog niet aan zijn grens en breidt hij zich nog steeds uit naar het oosten en het noorden. Lensink: “Ze zitten inmiddels in het zuidpuntje van Zweden. We gaan het zien, hoe ver ze nog uitstrekken, hoe veel sneeuw en ijs er nodig is om ze tegen te houden. Waar ligt zijn grens? Dat weten we nog niet, maar het is een boeiend proces.”

Lees ook: 

500.000 ganzen moeten dood, meeste worden vergast

De komende jaren zullen in Nederland meer dan een half miljoen ganzen worden gedood om een einde te maken aan overlast die ze veroorzaken. De meeste dieren zullen in groepen worden vergast.

De gans: gelokt door mals gras, geef ze eens ongelijk

De gans is weer in het nieuws. Wat is dat toch, met die ganzen? Wat is er nou mooier dan een luidkeels gakkende vlucht ganzen in V-vorm, klapwiekend op weg naar vers gras?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden