Reportage Schaarse diersoorten

Helaas, de zeldzame kever blijkt echt heel zeldzaam

Julian Brouwer van Stichting Bargerveen zoekt in vennetjes rond Dwingeloo naar leefgebieden van de uiterst zeldzame brede geelgerande waterroofkever. Beeld Herman Engbers

Niet lang geleden werd al gedacht dat het beestje was uitgestorven, nu lijkt het écht bijna verdwenen: de brede geelgerande waterroofkever. Onderzoeksassistent Julian Brouwer gaat op zoek in een aantal kansrijke gebieden. Tevergeefs.

Al zeven vennen onderzocht Julian Brouwer van Stichting Bargerveen op de aanwezigheid van de zeldzame brede geelgerande waterroofkever. Tevergeefs. Toch loopt hij hoopvol met zijn lieslaarzen over de zompige veenbodem naar de rand van het ven waar hij een dag eerder dertig fuiken heeft geplaatst.

Het Zandveen in Nationaal Park Dwingelderveld is een van de wateren in Drenthe die als potentieel leefgebied uit de bus kwam bij een inventarisatie door Stichting Bargerveen en onderzoekscentrum B-Ware in opdracht van de provincie Drenthe. Of de beestjes er ook echt zitten, is onbekend. Dat weten de natuuronderzoekers slechts van drie vennen in het Holtingerveld.

“Lange tijd werd zelfs gedacht dat de soort in Nederland uitgestorven was”, zegt Brouwer. “Maar in 2005 werd hij toch weer gevonden. Wij kijken nu of er buiten de drie bekende plekken meer vennen zijn waar de soort voorkomt, zodat hij ook daar goed beschermd kan worden.”

De onderzoeksfuik is van de kant af te zien, isolatieschuim houdt haar drijvend. “Het is een amfibieënfuik, maar omdat kevers voor zuurstof naar de oppervlakte moeten, zorgen we dat die boven het water uitsteekt”, legt Brouwer uit. Een amfibie is ook het enige wat hij in de eerste fuik gevangen heeft, een kikkervisje van de bruine kikker. Verder wat plantenstengels en een plastic kokertje. “In dat kokertje zit kippelever. Daar komen de kevers op af.”

Kip voor een waterkever, dat klinkt wat vreemd, maar een dood dier doet het al snel goed bij de rover. “Sommige mensen denken dat een waterroofkever achter vissen aan zit, maar die kan hij nooit pakken. Hij is eigenlijk vooral een aaseter, en dat kan van alles zijn.”

Zo makkelijk als de volwassen kever is, zo kieskeurig is de larve. “In laboratoriumproeven bleek dat de larven bijna niets anders eten dan kokerjuffers”, aldus Brouwer. Het dieet van de larven is dan ook een van de criteria bij de selectie van de vennen waar nu gezocht wordt. Zijn er te weinig kokerjuffers, dan valt een ven af.

Bladeren in het water

Maar er zijn meer eisen. Brouwer trekt een plant uit de grond aan de rand van het ven. “Dit is een van de planten waarop ze hun eitjes afzetten, snavelzegge. Ook waterdrieblad en wateraardbei zijn geschikt. Die hebben een zachte stengel waarin ze een gaatje maken om een eitje in te deponeren. Na het uitkomen kruipen ze uit de stengel, het water in, op zoek naar voedsel.”

Dat voedsel, kokerjuffers dus, is vaak weer ergens anders te vinden: in ondiepe stukken water aan de rand van het ven, langs het bos. “Dat zijn plekken waar bladeren in het water vallen”, zegt Brouwer. “Die eten de kokerjuffers op of ze schrapen er algen af.”

Dat levert een dilemma voor natuurbeheerders op, want bomen rond vennen worden vaak gekapt. “Vaak willen ze een ven zichtbaar maken voor recreanten. En bladval in een ven is ook niet altijd wenselijk, want zo’n laag bladeren zorgt voor verzuring en vermesting van het ven.” Maar zonder blad geen kokerjuffers, en dus ook geen larven.

Droogte van de laatste tijd

De plek waar de larven uitkomen staat niet altijd in verbinding met de plassen waar de kokerjuffers zitten, of de plassen raken te vroeg opgedroogd. “De plek waar we nu staan is op zich geschikt voor kokerjuffers”, zegt Brouwer. “Hier staat vaak een ondiepe laag water, maar nu is het erg droog. Je merkt echt de gevolgen van de droogte van afgelopen zomers.”

Intussen haalt Brouwer de ene na de andere fuik omhoog, zonder ‘brede geelrand’. Wel andere, kleinere kevers, de meer algemene tuimelaar. “Maar ik vang ook weinig andere keversoorten of andere beesten. Ik denk dat het met de droogte te maken heeft.”

Nog slechts twee fuiken te gaan, maar de hoop is nog niet vervlogen. Als de fuik omhoog komt, valt meteen een joekel van een kever op. Maar een geel randje heeft hij niet. “Dat is de grote spinnende watertor”, zegt Brouwer enigszins teleurgesteld.

In de val zitten wel andere kevers, maar niet de kever die Brouwer zoekt. Beeld Herman Engbers

De laatste fuik bevat evenmin een brede geelrand. Ook in dit ven lijkt de soort niet te zitten. “Als je iets niet vangt, weet je nog niet 100 procent zeker dat het er niet zit. Maar de kans is wel erg klein nu.”

Veertig individuen

In de dagen na het bezoek aan het Zandveen bemonsterde Brouwer de laatste drie potentiële leefgebieden, opnieuw tevergeefs. Zorgelijk, vindt Gijs van Dijk van onderzoekscentrum ­B-Ware. Hij was degene die – nog als student – de soort in 2005 herontdekte. Die bleek niet uitgestorven, maar de populatie was klein. “En in de bekende vennen hebben we de populatie van 2010 tot 2016 met zo’n 85 procent zien dalen, met nog maar veertig individuen in het ven met de grootste populatie.”

Begin dit jaar hadden de onderzoekers nog hoop dat er meer leefgebieden zouden zijn. De resultaten van de zoektocht moesten de basis vormen voor een provinciaal beschermingsplan voor de soort. “We gaan wel adviezen geven om in sommige vennen maatregelen te nemen, voor het geval de kever er misschien toch zit. Maar dat worden dan maatregelen op landschapsschaal die voor veel meer soorten planten en dieren voordelig zijn.”

Geen goede bronpopulatie

Introductie van kevers in de gebieden die als geschikt zijn aangemerkt, is geen optie. “Het probleem is dat we in Nederland geen goede bronpopulatie hebben. Als we van de overgebleven populatie ook nog individuen gaan verhuizen, weten we bijna zeker dat die gaat instorten”, zegt Van Dijk. “Opkweken in het lab en daarna uitzetten zou misschien kunnen, al moet je daar niet te makkelijk over denken.”

Een andere noodgreep kan zijn om dieren uit het buitenland te halen, maar ook daar zitten haken en ogen aan. “We hebben nu meer kennis over de soort, maar als je vreemde dieren gaat uitzetten, moet je heel goed weten of het dier daar echt kan overleven en zich kan voortplanten. Er zijn genoeg voorbeelden van herintroductie, zoals van het korhoen, om te weten dat dit niet altijd succesvol is.”

Lees ook: 

Wat wil dit zeldzame kevertje om te overleven?

De brede geelgerande waterroofkever dook onverwacht op in een ven in Drenthe. Een soort met een beschermde status. Nu wordt onderzocht hoe het beestje in Nederland kan gedijen. Met rugnummers.

Gulzige Californische kreeften moeten het Brabantse ven uit

Ongenode gasten vreten sinds kort de Brabantse vennen leeg: Californische rivierkreeften. Ecologen komen daarom in actie om de invasieve exoten grotendeels weg te vangen. Uitgezette paling moet het werk afmaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden