Jelle's weekdier

Heel langzaam kan straks de zalm terugkeren in Nederland

Beeld buitenbeeld

Het Haringvliet, zo meldt nature-today.com, is gereed om volgend jaar een piepklein beetje te worden teruggegeven aan de natuurlijke processen van eb en vloed, waardoor getijdennatuur kan terugkeren en de vissentrek weer wordt hersteld. 

Het zou tijd worden. Trekvissen kunnen dan weer rivieropwaarts migreren om zich aan de natuurlijke drang der voortplanting te wijden. Dat trekken van vissen is een bijzonder verschijnsel. Er zijn diverse vissoorten die in zee leven en zich naar zoetwater begeven om te paaien, de zogenoemde anadrome vissen. Het omgekeerde komt trouwens ook voor: de paling bijvoorbeeld is een soort die in zoetwater leeft en naar zee terugkeert om zich voort te planten; dat heet in ecologenjargon een catadrome vissoort.

In Nederland zijn de zalm, de steur, de zeeprik en de driedoornige stekelbaars voorbeelden van anadrome vissen, maar ook elders in de wereld komen ze voor, zoals de gestreepte zeebaars in Noord-Amerika. Om hun paaigebieden te bereiken, moeten de vissen de rivier op zwemmen, vaak tot ver in het binnenland om uiteindelijk in heldere bergbeken hom en kuit te schieten. Het valt dus te begrijpen dat allerlei menselijke ingrepen in de rivierloop hindernissen opleveren. Stuwen, sluizen, dammen en andere kunstwerken fnuiken de trek van de vissen. De afsluiting van het Haringvliet en de Grevelingen zijn onoverkomelijke barrières voor de anadrome vis, om over de Afsluitdijk nog maar te zwijgen. Die laatste krijgt gelukkig een voor vissen doortrekbare opening en het Haringvliet komt in 2018 op een kier. Ook watervervuiling en overbevissing hebben bijgedragen aan het vrijwel uitsterven van de Atlantische zalm in Nederland en daarbuiten.

Goedkoop

Heel langzaam kan dus straks de zalm terugkeren. Het zal niet meteen leiden tot een levendige zalmvisserij, maar zo'n honderdvijftig jaar geleden, toen volgens een van onze populistische leiders alles beter was, werd in ons land nog ijverig op zalmen gevist. Het gehucht Kralingse Veer, gelegen onder de rook van Rotterdam en ook tot die gemeente behorend maar tegenwoordig strak ingesloten tussen de bedrijventerreinen en vinexwijken van Capelle aan den IJssel, was ooit een levendige zalmhaven. Er bevond zich een zalmafslag, het Zalmhuis geheten, die de grootste van Nederland was. De aanvoer was soms dusdanig groot, dat de vissen voor weinig geld over de toonbank gingen. In Rotterdam gaat nog steeds het - wellicht apocriefe - verhaal rond dat huishoudsters omstreeks de vorige eeuwwisseling bij hun aanstelling bedongen dat ze niet te vaak die goedkope zalm hoefden te eten. Zalm was toentertijd een ordinaire vissoort; dat is nu wel anders.

Vooral wilde zalm is tegenwoordig stevig aan de prijs, maar de meeste zalm die we in de winkel aantreffen, zeker die in gerookte en tot plakjes gesneden vorm, is daarom kweekzalm, in Schotse en Noorse fjorden met antibiotica en vismeel opgefokt. Deze zalmen zijn beduidend vetter en voor de afficionado minder smakelijk dan hun wilde soortgenoten, maar helaas: prijs is dikwijls belangrijker dan kwaliteit. Bij de Kralingse Veer langs de Nieuwe Maas herinnert nog slechts een restaurant met de naam Het Zalmhuis aan de vroegere visserij op deze anadrome soort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden