De vangst van Californische rivierkreeften door Pim Lemmers (l) en  Joris Verhees.

Reportage Kreefteninvasie

Gulzige Californische kreeften moeten het Brabantse ven uit

De vangst van Californische rivierkreeften door Pim Lemmers (l) en Joris Verhees. Beeld Merlin Daleman

Ongenode gasten vreten sinds kort de Brabantse vennen leeg: Californische rivierkreeften. Ecologen komen daarom in actie om de invasieve exoten grotendeels weg te vangen. Uitgezette paling moet het werk afmaken.

Die Amerikaanse kreeften vreten ook deze boomkikkers weg”, zegt Pim Lemmers van adviesbureau Natuurbalans-Limes Divergens terwijl hij naar de heldergroene kikkertjes staart die rustig op het blad van een bramenstruik zitten te zonnen in natuurgebied de Kaaistoep bij Tilburg. Het ­gebied is een van de weinige plekken

in Noord-Brabant waar de bijzondere soort voorkomt. Maar de poelen waarin de boomkikker zich voortplant, hebben sinds enkele jaren te maken met indringers die het op de kikkervisjes hebben voorzien. Hetzelfde lot treft de larven van de zeldzame knoflookpad en andere ‘prioritaire soorten’, in de woorden van de provincie Noord-Brabant, die een bestrijdingsproef tegen de kreeften financiert.

“Ze eten eigenlijk alles: waterplanten, ongewervelden, visjes, maar ook elkaar. Er blijft een kaal ven over. De kikkers die hier rondspringen komen waarschijnlijk uit de poel hier direct naast, daar zitten nog geen kreeften”, aldus Lemmers. Honderd meter verderop ligt echter het Prikven, het grote ven waar Lemmers en zijn collega Joris Verhees eigenlijk voor komen. Het is een van de tien vennen waarin het adviesbureau samen met Stichting Bargerveen experimenteert met manieren om de kreeftenpopulaties weg te krijgen uit geïsoleerde plassen. In dit ven worden om te beginnen zo veel mogelijk ­rivierkreeften weggevangen, daarna wordt paling uitgezet om de overgebleven kreeftjes op te eten.

‘Soms pompen we de poel helemaal leeg’

“We hebben al twee keer eerder hier kreeften weggevangen, maar waarschijnlijk zitten er nog steeds een hoop”, zegt Lemmers, aangekomen bij het betreffende ven. De waadpakken worden aangedaan en de heren stappen de plas in op zoek naar de tientallen fuiken die ze eerder hier hebben neergezet. Bij de eerste fuik is het meteen raak, vijf kreeftjes. De aantallen en formaten worden daarna groter. Sommige overtreffen het formaat van de hand van de onderzoeker, met scharen zo groot als vingers. Juist deze grote kreeften willen de onderzoekers wegvangen, de palingen kunnen zich daarna tegoed doen aan de kleintjes. Lemmers: “Hier kiezen we voor het uitzetten van roofvissen die de achtergebleven kreeften opeten. In andere gevallen pompen we de poel helemaal leeg en proberen dan echt alles in een keer weg te krijgen.”

Beeld Merlin Daleman

Dat laatste is een rigoureuze methode met gevolgen voor alles wat er leeft, maar volgens Lemmers soms de beste optie. “Het zijn vaak toch poelen waar weinig ander waterleven te vinden is als gevolg van de kreeften. Laatst was ik bij een poel die we twee jaar geleden hebben drooggepompt, daar kwamen nu weer waterplanten terug en ik heb nog nooit in mijn leven zo veel amfibielarven in een poel gezien.”

Uitheemse rivierkreeften zijn waarschijnlijk in onze natuur terechtgekomen door ballastwater van schepen, ontsnappingen uit kwekerijen en het loslaten van aquariumdieren. Negen uitheemse rivierkreeftensoorten kent Nederland inmiddels. “De rode Amerikaanse rivierkreeft is het meest in het nieuws”, zegt Lemmers. “Dan zie je in het najaar weer berichten dat er schorpioenen over straat lopen. Deze hier is wat minder bekend en zeldzamer, dit is de Californische rivierkreeft.”

De Amerikaanse soorten zijn niet kritisch

De Amerikaanse kreeften hebben, mede door een meegebrachte schimmel waar ze zelf immuun voor zijn, bijgedragen aan de toch al slechte toestand van de inheemse Europese rivierkreeft. Maar ook die komt van nature niet in dit soort vennen voor. “Die had zijn leefgebied vooral in het oosten van ­Nederland, eigenlijk alleen in beken. Hij heeft stromend water nodig, dus hij zou nooit in een ven kunnen leven, de Amerikaanse soorten zijn minder kritisch. Ironisch genoeg is de laatste plaats waar de Europese rivierkreeft voorkomt wel een geïsoleerd plas, maar daar zijn wel bijzondere kwelstromen en dat zorgt er waarschijnlijk voor dat hij daar kan overleven.”

De ecologen staan inmiddels tot hun middel in het water en struinen langs de rietkraag aan de overkant van het ven. Fuik na fuik wordt naar boven gehaald. Even later komen ze met een ton met bijna honderd krioelende kreeften terug. Lemmers pakt een van de reuzen beet. “Als je ze aan de zijkant vastpakt, merk je dat ze een beetje zacht voelen. Waarschijnlijk komt dat doordat ze in zo’n zurig ven een kalktekort hebben. Voor ons is dat mooi, daardoor kunnen palingen ze waarschijnlijk makkelijker opeten. Normaal kan dat alleen als de dieren verschalen, dan zijn ze een tijdje zacht, maar misschien lukt dat met een zwakker pantser nu ook al.”

Beeld Merlin Daleman

De keuze voor een geschikte roofvis viel op de paling, omdat deze waarschijnlijk weinig kwaad doet aan ander leven in het ven en zich in een poel niet kan voortplanten; daarvoor trekt hij via de rivieren helemaal naar de Sargassozee. “Daardoor kunnen we ze onder controle houden. Bij baars of snoek is dat een heel ander verhaal, dan heb je kans dat de oplossing een volgende plaag wordt.” De uitgezette palingen worden aan het eind van de vierjarige proef in het open water teruggezet, ­zodat de ­bedreigde vissen hun levenscyclus ­kunnen voltooien.

Opeten als oplossing?

In een ander experiment van de Wageningse universiteit en de Good Fish Foundation wordt samengewerkt met beroepsvissers om te kijken of het commercieel vangen en opeten wellicht de oplossing kan zijn. Of deze kleine poelen daar ook geschikt voor zijn, is de vraag. Lemmers zelf is in elk geval geen liefhebber. “Ik heb het natuurlijk wel eens geprobeerd, iedereen vraagt steeds of je ze ook opeet, dus ik moest het eens proberen. Ik heb ze klaargemaakt met een uitje, knoflook en wat peper, maar nee, echt lekker vond ik ze niet.”

De vandaag gevangen exemplaren verdwijnen dus niet in de pan. Maar wat dan wel? “We hebben in de literatuur gezocht wat nu de beste manier is om een grote partij kreeften te doden. En dat is niet in kokend water gooien. We leggen ze eerst in de koelkast. Het zijn koudbloedige dieren, dus dan komen ze al in een slaapstand. Daarna gaan ze de vriezer in.”

Na de vangactie wordt nog even in de braamstruiken getuurd. “Er zouden hier wel boomkikkers kunnen zitten”, zegt Lemmers. “De juvenielen kunnen flinke afstanden afleggen naar nieuw leefgebied. En na een jaar kunnen ze al paren, dus wie weet is dit ven over een jaar vrij van kreeften en kunnen de boomkikkers hier hun nieuwe kroost laten opgroeien.”

Lees ook: 

De Europese rivierkreeft: Laatste der Mohikanen vecht terug vanuit Arnhemse parkvijver

Het is de laatste jaren druk geworden in rivierkreeftjesland. Ooit wemelde het hier van de Europese rivierkreeftjes (Astacus astacus). Het wemelt tegenwoordig nog altijd, maar dan van andere kreeften dan destijds. 

Crisis voor de kreeft

Ecologen zijn op zoek naar geschikte wateren voor de Europese rivierkreeft. Het beest kruipt nog maar in één vijvertje, bij Arnhem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden