Leo Lennartz van ARK Natuurontwikkeling onderzoekt poep van grote grazers in De Maashorst. Runder- en paardenepoep is een bron van leven maar moet dan wel vrij zijn van bestrijdingsmiddelen en medicijnresten.

Reportage Poep

Grote grazers moeten gezonder gaan poepen, want ‘poep geeft leven’

Leo Lennartz van ARK Natuurontwikkeling onderzoekt poep van grote grazers in De Maashorst. Runder- en paardenepoep is een bron van leven maar moet dan wel vrij zijn van bestrijdingsmiddelen en medicijnresten. Beeld Maikel Samuels

Vlaaien en flatsen zijn een belangrijke schakel in de natuur. Maar zelfs in natuurgebieden valt de kwaliteit van bolussen en vijgen nu tegen. Het is tijd voor actie, vindt natuurorganisatie Ark.

“Kleine mestvlieg, gele strontvlieg, mestzwemtor en ja hoor, daar hebben we al de eerste kortschildkever. Nog even en de gewone vliegendoders arriveren, de schildwesp en de snuitvlieg.” Een waarzegster met een glazen bol op de kermis kan nog aardig wat leren van dit getuur in poep; het doet er nauwelijks voor onder.

Droge drollen worden opengebroken, verse vlaaien enthousiast beroerd, vijgen besnuffeld en betuurd. De wisenten, runderen en paarden, producenten van de uitwerpselen, kan het duidelijk niets schelen: ze herkauwen en grazen rustig door. “Mesttor, spiegelkever, veldmestkever.” 

Het uitgestrekte natuurgebied De Maashorst nabij Oss, een doordeweekse ochtend. Geen mens te zien, behalve deze zonderlinge mesttuurder. Zonderling, maar met een reden; de wens en noodzaak de poep van grote grazers weer gezond te maken. Stichting Ark Natuurontwikkeling voert campagne ‘Poep moet leven’ en een van de mensen achter de campagne is deze man, Leo Linnartz.

Aan bolussen en vijgen valt weinig lol te beleven

Lopend van vlaai naar flats schetst Linnartz het probleem. Veel poep is dood; er komen nauwelijks insecten in voor. “Dat het op het boerenland zo is, valt nog wel te verwachten. Boerenland is qua natuur sowieso een woestijn. Maar zelfs in veel natuurgebieden valt er aan bolussen en vijgen weinig lol te beleven.”

Bij gebrek aan eigen vee besteden veel natuurbeheerders de begrazing van natuurgebieden uit aan boeren. “En daarmee komen de problemen. Gehouden vee, dus zeg maar boerenvee, krijgt preventief antiwormmiddelen en, bijvoorbeeld de schapen, middelen tegen huidparasieten.”

Het meest gebruikte antiwormmiddel, ivermectine, is net zo erg als de beruchte neonicotinoïde, brengt de insectenkenner naar voren. “Net zo moeilijk afbreekbaar en net zo dodelijk voor vrijwel alle andere ongewervelden. Het vernietigt niet alleen alle leven in de poep, maar is door uitspoeling ook voor bodemdieren catastrofaal. En als het uitspoelt naar een sloot of ven, dan doet het ook daar zijn giftige werk. De middelen tegen huidparasieten waarmee de schapenvacht vaak in het veld wordt behandeld, dwarrelen deels direct op de bodem neer of spoelen anders wel bij de eerste regenbui van de schapenrug.”

Ook planten hebben profijt van goede poep in natuurgebied De Maashorst, waar wisenten rondlopen. Beeld Maikel Samuels

Ondertussen is de Ark-man op een plek geknield waar een schijtorgie lijkt te zijn gehouden. Verse smeuïge, oude uitgedroogde en volledig verteerde wisenten- en paardenmest ligt vlak bij elkaar; een ideale situatie voor aanschouwelijk onderwijs. Wijzend op een millimeter groot zwart vliegje: “Vrijwel meteen nadat er iets is gedropt verschijnen deze kleine mestvliegen. Niet al te sterke beestjes die alleen in verse mest kunnen doordringen. Die mest ruiken ze dan ook op honderden, honderden meters afstand. Al snel volgen vette gele strontvliegen en mestzwemtorren. Die torren kunnen alleen in verse mestgangen graven en zorgen daarmee voor beluchting én extra ingangen voor andere ongewervelden.

“Er gaan bacteriën groeien die weer andere insecten aantrekken en die voor vertering van de mest gaan zorgen. Ondertussen verschijnen er steeds meer insecten die – veelal voor hun voortplanting – van mest afhankelijk zijn en daarmee roofinsecten.” Wijzend op een forse witte spetter: “En kraaien plus allerlei andere vogels als geelgors en roodborsttapuit.”

Ook dassen laven zich eraan

Ook planten profiteren. Dankzij de darmpassage is de kiemkracht van de onbewust gegeten zaden toegenomen, duidelijk ‘bewezen’ door allerlei groene sprietsels, die vanuit de mest omhoog groeien. Steeds meer blijkt poep de basis van een wereld van organismen. Naast insecten, regenwormen, planten, kraai, geelgors en andere vogels, laven ook dassen zich aan de opbrengst van poep, zo blijkt. Naast een van de vlaaien ligt een 15 centimeter diep conisch putje: het snuitputje van een das, op zoek naar vette larven.

De grazers geen medicatie geven, brengt zo’n enorme rijkdom, voert Linnartz aan. En dat dat kan, daar is hij, en daarmee ook Ark, van overtuigd. “Geef de dieren weer zelf de regie.” Preventieve giffen zijn al helemaal onnodig en zelfs zieke runderen of paarden hoeven volgens hem vaak niet te worden geholpen. “Ze halen zelf geneeskrachtige kruiden uit het veld. Boerenwormkruid, bijvoet, kraailook, brunel, eikvaren, witte klaverzuring en grote tijm tegen wormen, kruipende boterbloem bij geïrriteerde slijmvliezen en wilg tegen ontstekingen en hoofdpijn”, zegt Linnartz. “Zo houden ze aantastingen op een aanvaardbaar en daarmee uiteindelijk onschadelijk niveau.”

Het vee dat zijn organisatie in natuurgebieden en in opdracht van de beheerders inschaart, krijgt dan ook vrijwel nooit medicatie. Om ook in door landbouwhuisvee begraasde natuurgebieden de poep weer te laten leven, vraagt Ark natuurbeheerders en waterschappen boeren te verbieden preventief middelen te gebruiken.

Is dat niet link? Landbouwhuisdieren zijn immers nogal doorgefokt op productie. Dikbilkoeien kunnen niet eens meer zelf een kalf ter wereld brengen, hoogproductief melkvee kampt om de haverklap met uierontsteking. Weten die dieren nog wel wat de natuur hen biedt? Linnartz is ervan overtuigd. “Het zit nog in ze. Al moet je ze wel de kans geven het te leren. Maar zelfs in de tussentijd hoef je niet meteen maar in te grijpen. Dat doen wij ook niet. Van een lichte infectiegraad worden de dieren alleen maar sterker. Mocht het onverhoopt toch uit de hand lopen en is er sprake van echt ernstig lijden, dan moet je natuurlijk wel handelen. Op individuele basis.”

De vlaai beweegt

Ondertussen komen de wisenten sloffend naderbij. Een gewone vliegendoder grijpt een strontvlieg, een roodschildmestkever landt. De vlaai beweegt.

Natuurmonumenten, de grootste particuliere natuurbeheerder, ondersteunt de actie voluit. “Wij zijn er zelf ook mee bezig. Ons eigen vee wordt sowieso niet preventief behandeld en aan ingeschaard boerenvee stellen we steeds meer eisen”, zegt Luc Berris, ecoloog bij Natuurmonumenten.

Natuurmonumenten heeft zelf weinig vee (Schotse Hooglanders, Galloways, Konikpaarden) in eigendom en laten de meeste natuurgebieden begrazen door vee van boeren. Soms gebeurt dat in opdracht van de natuurorganisatie. De boeren krijgen dan een vergoeding, maar moeten zich ook aan een strikt beweidingsregime houden. In andere gevallen verpacht de organisatie grond aan boeren.

Leo Lennartz van ARK Natuurontwikkeling onderzoekt poep van grote grazers in natuurgebied De Maashorst. Beeld Maikel Samuels

Berris: “Als wij de boeren inhuren, stellen we ook strenge eisen aan de medicatie. Ontwormingsmiddelen zijn dan verboden, net als andere preventief gebruikte middelen. Wordt een dier echt ziek, dan mag het worden behandeld, maar alleen individueel en buiten het natuurgebied.” Moeilijker ligt het bij verpachting. Het grootste deel van de huidige pachtcontracten valt nog onder de zogeheten reguliere pacht, “en die biedt geen ruimte voor dit soort eisen.”

Toch is Berris optimistisch. Onlangs is wettelijk het systeem van liberale pacht ingevoerd. Daarbinnen kunnen we wel strenge voorwaarden hanteren, bijvoorbeeld op het gebied van medicatie. In de IJsselvallei zijn we er al mee bezig.”  

Optimistisch, maar met kanttekeningen. “Ingehuurd boerenvee staat ’s winters op stal en dan hebben wij er geen zeggenschap over”, zegt Berris. “Bij de liberale pacht is de controle nog een heikel punt. Het allermooiste is natuurlijk als de boeren dat zelf willen. Door voorlichting proberen we dat, vaak samen met andere partijen, te bereiken. Gezonde poep geeft leven.”

Lees ook: 
Koeienflatsen zijn gezond, de weidegrond is dat dus ook

In het Gelderse provinciehuis in Arnhem praatten wetenschappers, beleidsmakers én boeren over een onderzoek dat het verdwijnen van weidevogels in verband brengt met bestrijdingsmiddelen in veevoer, stro en mest. Boerenorganisaties zijn niet blij met de studie.

Poep kan de sprinkhaan redden

Hoe bescherm je zeldzame sprinkhanen? Door om te beginnen hun poep uit te pluizen, denkt onderzoeker Hein van Kleef. Daarvoor moet je ze wel eerst vangen.

Dankzij DNA zit poepgoeroe Samuel Wasser olifantstropers op de hielen

Door DNA-onderzoek van slagtanden kan de Amerikaanse bioloog Samuel Wasser nauwkeurig bepalen waar het ivoor vandaan komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden