Energietransitie

Groene kennis is voor Denemarken goud

De schone afvalverwerkingscentrale Copenhill in Kopenhagen heeft op het dak een skibaan.Beeld Olivier Morin, AFP

Denemarken doet goede zaken met landen die af willen van fossiele energiebronnen. Het land is onbetwist klimaatkampioen.  

Een paar jaar geleden was klimaatverandering nog nauwelijks een verkiezingsonderwerp in Denemarken. Tot de parlementsverkiezingen van zomer 2019, toen stond het plotseling met stip op één. “Het klimaat gijzelde de agenda”, aldus politicoloog Kasper Møller Hansen destijds. “Niemand heeft dit zien aankomen. We wisten dat dit voor jonge mensen een belangrijk thema was. Maar uit de peilingen vlak voor de verkiezingen werd ineens duidelijk: voor 60 procent van alle Denen, ongeacht leeftijd, achtergrond of regio, staat het milieu bovenaan.” Ter vergelijking: twee jaar eerder gold dat voor amper een kwart van de Denen. 

Die verandering schrijft Møller Hansen toe aan ‘de synergie van omstandigheden’. De zomer van 2018 was extreem heet, met droogtes, mislukte oogsten, maar ook vroegtijdig overlijden van enkele mensen. Toen was daar ook Greta Thunberg en haar klimaatstakingen. Kleine, persoonlijke ervaringen plaatsten zo de grotere klimaatcrisis in perspectief, in een land dat toch al jaren als de groene gids van Europa bekendstaat. Zo daalde de energieconsumptie in Denemarken in tien jaar tijd met een derde en zijn kolencentrales er uit de gratie. In 2018 zorgden die nog voor 10 procent van alle benodigde energie, een jaar later was dat nog maar 5 procent. Want groene energie, opgewekt met wind en zon, rukt er op. Circa de helft van de Deense elektriciteit werd vorig jaar opgewekt uit wind en Denemarken investeert in meer windenergie. Die moet binnen tien jaar tijd verdriedubbelen, met onder meer de aanleg van twee enorme ‘energie-eilanden’. Die gaan zoveel energie leveren dat ook het buitenland ervan kan profiteren.   

Bindende doelen

De energie-eilanden vormen een centraal onderdeel van de in 2019 ingevoerde Deense Klimaatwet, ‘de meest bindende klimaatwet ter wereld’, aldus de regering in Kopenhagen. Het oogmerk is een emissie-afname van 70 procent in 2030 en volledige energieneutraliteit in uiterlijk 2050. De wetgeving dwingt de regering elke vijf jaar bindende emissiedoelen te stellen voor alle economische sectoren. Hoe heeft Denemarken het zover kunnen schoppen?

“Politieke consensus is verreweg het belangrijkst geweest”, zegt Niels Frederik Malskær, energieadviseur bij Energistyrelsen – de instantie die de overheid bijstaat bij het formuleren van diens energiepolitiek en die tevens de klimaatambities moet omzetten in uitvoerbaar beleid. “Al vier decennia lang vaart de overheid min of meer dezelfde koers. Uiteenlopende regeringen hebben de bereidheid getoond compromissen te sluiten op energiegebied, en dat heeft er zonder meer toe geleid dat we ons nu in een voorloperspositie bevinden.”

De Deense premier Mette Frederiksen (l) arriveert bij een ontmoeting van het Green Business Forum in Kopenhagen.Beeld EPA

Rendabel

Deze politieke eensgezindheid resulteerde in de langdurige stimulering van onderzoek en een stabiel investeringsklimaat waarin het voor de industrie niet alleen realistisch maar ook rendabel werd in te zetten op energiezuinige technologieën en hernieuwbare energieopwekking.

Een ander, niet verwaarloosbaar gegeven is het feit dat het er ‘constant waait’, aldus Malskær. Ook offshore. Denemarken is het land met het grootste aandeel windenergie van het totaal aan gegenereerde elektriciteit. Ruim de helft van het Deense energieverbruik is afkomstig van wind, en twee derde is hernieuwbaar. In 2027, voorspelt Energistyrelsen, draait het land op 100 procent groene energie, waarvan het leeuwendeel wind. Daarnaast, vervolgt Malskær, hebben we een ‘redelijk unieke verwarmingssector’. “Denemarken heeft maar weinig gebouwen die individueel worden verwarmd. Het merendeel van de huizen is aangesloten op de districtsverwarming, die vaak gevoed wordt met het warmteoverschot van de industrie. Dat is efficiënter dan particuliere verwarming, zelfs als het systeem draait op kolen.”

Rest nog steeds de vraag: hoe is het mogelijk dat de politiek al veertig jaar zo eenstemmig is over energiebeleid, zeker in de wetenschap dat Denemarken in die periode niet zelden werd geregeerd door centrum-rechtse, conservatief-liberale coalities – niet direct de avant-garde van de klimaatbeweging?

Het antwoord hierop lijkt te liggen in de nasleep van de oliecrisis. Tot de jaren zeventig was Denemarken vrijwel volledig afhankelijk geweest van geïmporteerde olie, maar met de crisis landde het besef dat een eigen energietoevoer, aldus de directeur van de afdeling mondiale samenwerking bij Energistyrelsen Elsebeth Søndergaard, ‘noodzaak was, alsmede een investering in de toekomst’.

Ook Malskær, die voor deze vraag even antwoordt als burger en niet als vertegenwoordiger van de energie-instantie, zegt: “De energiediscussie in Denemarken begon niet vanuit de wil de planeet te redden. Tijdens de oliecrisis bleek hoe afhankelijk we waren van onbetrouwbare, buitenlandse partijen. Het water stond ons aan de lippen. Toen besloot de regering: we moeten inzetten op zelfredzaamheid.”

Een fijne bijkomstigheid van dat streven naar zelfredzaamheid bleek het economische gewin. Of, zoals Malskær het verwoordt: er valt goed geld te verdienen in deze sector. “Het zou een domme zet zijn van een bedrijfsvriendelijke regering om de groene industrie te dwarsbomen.”

Milieugoederen en -diensten leveren een significante bijdrage aan de economie. De sector bracht in 2016 214 miljard Deense kronen op (ongeveer 29 miljard euro) en was goed voor 15 procent van alle export (omgekeerd besteedde de Deense staat het afgelopen decennium jaarlijks zo’n 8 miljard kronen, of 1,1 miljard euro, aan groene subsidies).

Een medewerker test een windturbine in het Deense testcentrum in Osterild.Beeld Getty Images

Beleid exporteren

De grootste economische groeifactor is de productie en export van hernieuwbare technologieën, met name windturbines. In 2018 werkten bovendien 71.000 Denen in de milieu-industrie, ofwel zo’n 3 procent van de beroepsbevolking. Ondertussen exporteert de energie-autoriteit Energistyrelsen beleid – maar dan zonder winstoogmerk. Malskær: “We zijn een klein landje, en de crisis is mondiaal. Ook met de beste bedoelingen zijn onze binnenlandse inspanningen niet toereikend. We moeten onze ideeën delen.”

Maar zijn die exporteerbaar? “Zeker, al kan je beleid niet een op een kopiëren en implementeren in een ander land. Wat we wel kunnen doen, is vertellen wat in Denemarken effectief is geweest. Landen staan vrij om in onze gereedschapskist te kijken.”

Sinds 2012 is Denemarken de samenwerking aangegaan met zestien landen. Samengenomen veroorzaakt deze groep partners, waaronder China, India en Indonesië, meer dan 60 procent van de wereldwijde uitstoot. “Denemarken verschaft technische assistentie en hulp bij beleidvoering, planning en regelgeving”, vertelt Søndergaard. Het doel is de landen te steunen in de duurzame omvorming van hun energiesysteem, en gelijktijdig de economische groei te waarborgen. Dat, zegt Søndergaard, is de essentie van het Deense model.

Ter illustratie: in het Duitse Baden-Württemberg wordt nu een verwarmingssysteem volgens Deense principes ingevoerd. Verder over de grens, in Vietnam, buigt de minister van energie zich over de Deense blauwdruk van de energietransitie.

Ook Nederland heeft een groen bilateraaltje met Denemarken. “Nederland huisvest sommige van de beste ingenieurs ter wereld. Op het vlak van thermische energie zijn jullie ons bijvoorbeeld mijlenver voor.” Om maar aan te tonen: het kennisverkeer is lang niet altijd eenzijdig. “Ons verwarmingssysteem is amper een technisch hoogstandje te noemen. Niets dat wij hebben ontwikkeld kan niet in Nederland worden gerepliceerd.”

Het punt is: technologische uitvoerbaarheid is betekenisloos zonder ondersteunende beleidsvoering. Een bestendige en voorspelbare politiek en regelgeving zijn essentieel bij het oplossen van klimaatvraagstukken, zegt Malskær. “Kijk naar de VS: die hebben de beste onderzoekers en het meeste geld, maar zonder beleid zijn ze nergens.”

Koploper

Denemarken ligt aan kop op de EPI, de Environmental Performance Index, een milieuranglijst opgesteld door de universiteiten van Yale en Columbia. Het land is wereldleider in actie tegen klimaatverandering, met de halvering van diens CO2-emissies sinds de piek in 1996.

Kopenhagen is op weg de eerste carbon-neutrale stad te worden in 2025, onder meer door investeringen in windenergie en de invoering van districtsverwarming.

Lees ook: 

Samsø, het groene uithangbord van Denemarken, blinkt uit in schone energie

Samsø is het groene uithangbord van Denemarken. Het eiland blinkt uit in duurzame energie. Lokale pionier Søren Hermansen stuitte eerst op weerstand. Nu is hij de held van ‘s werelds groenste gemeente.

Dorpje op de Noordzee

Ver op zee vangen windturbines veel wind. Ernaartoe vliegen of varen voor onderhoud is alleen vervuilend en duur. Vattenfall huisvest technici daarom sinds kort tussen de molens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden