Greenpeace gooide grote zwerfkeien in natuurgebied de Klaverbank

BiodiversiteitNoordzeevisserij

Greenpeace die stenen in de Noordzee dumpt? Het is niet zo misplaatst als je misschien denkt

Greenpeace gooide grote zwerfkeien in natuurgebied de KlaverbankBeeld anp

De stenen die Greenpeace als protestactie regelmatig in zee dumpt, zijn er niet zo misplaatst als het lijkt. Zwerfkeien horen van nature in de Noordzee en hebben een belangrijke functie. Veel ervan zijn echter weggevist.

De Engelse tak van Greenpeace gooide eind september grote zwerfkeien langs de randen van de Doggersbank, een beschermd gebied in de Noordzee. Althans, alleen beschermd op papier, is de klacht van de milieuorganisatie.

Het is niet de eerste keer dat Greenpeace stenen inzet bij acties voor betere bescherming van waardevolle delen van de Noordzee. Zo werden in 2011 en 2015 door Greenpeace Nederland natuurstenen gedumpt rondom het gebied de Klaverbank, een zandbank ongeveer 160 km noordwestelijk van Den Helder. De Raad van State oordeelde destijds dat het om een rechtmatige actie ging, onder andere vanwege het feit dat het gebied van nature al rijk is aan stenen.

En juist stenen maken dit soort gebieden het beschermen waard, meent mariene bioloog Oscar Bos van Wageningen Marine Research. “De bodem van de Noordzee kent veel afwisseling, sommige delen bestaan vooral uit zand, andere delen zijn modderiger en een klein deel is hard substraat, zoals steenriffen. Vooral dat laatste habitat lijkt schaars geworden. Tot honderd jaar geleden was een groot deel van de Noordzee en de Zuiderzee bedekt met een ander hard substraat, oesterriffen. Die zijn allemaal verdwenen en de Noordzee is veel zandiger geworden.”

Wat nu over is aan hard substraat, bestaat uit grind en zwerfkeien, die in de ijstijden met gletsjers vanuit Scandinavië naar het gebied van de huidige Noordzee zijn vervoerd. “Dat kunnen kleine steentjes zijn, maar we zijn ook wel eens over stenen van vier meter lang gevaren, dat is formaat hunebedsteen”, aldus Bos. Hij toont een oude kaart van de Noordzee met verspreid vlakken met stippels. “Dat zijn allemaal gebieden met stenen. Maar een groot deel is er niet meer. Bij Texel had je bijvoorbeeld een gebied dat Texelse stenen heette, maar die stenen zijn in de loop der jaren grotendeels weggevist of onder het zand verdwenen. Vermoedelijk is er heel wat uit zee gehaald.”

null Beeld Udo van Dongen
Beeld Udo van Dongen

De stenen werden juist opgevist

Politici en vissers reageerden woedend op acties van Greenpeace vanwege het gevaar dat de stenen zouden opleveren voor vissers, als hun netten achter de stenen zouden blijven hangen. Dat gevaar is echter niet compleet nieuw. In het verleden ruimden vissers om deze reden actief stenen op, weet emeritus-hoogleraar Mariene Ecologie Han Lindeboom, die zich dertig jaar lang inzette voor beschermde gebieden op zee.

Borkumse stenen expeditie Beeld Udo van Dongen
Borkumse stenen expeditieBeeld Udo van Dongen

“Op Texel waar ik woon ken ik diverse plekken waar die stenen liggen, je ziet de oesterschelpen en zeepokken er nog op zitten”, aldus Lindeboom. “Vanaf de Tweede Wereldoorlog, toen men met dieselmotoren ging varen en grote boomkorren ging gebruiken, werden stenen regelmatig opgevist en op andere plekken gedumpt of meegenomen naar de wal. Zo zijn er heel veel stenen uit zee verdwenen. Van een Belgische collega weet ik dat er daar, ook door Nederlandse vissers, zelfs actief naar stenen wordt gevist om te verkopen aan tuincentra.”

Een van de plekken waar nog wel stenen in zee liggen, is het gebied boven Schiermonnikoog met de passende naam Borkumse Stenen. Bos en collega’s brachten in opdracht van de Rijksoverheid het gebied in kaart, om te zien of de plek het beschermen waard is. “De aanwezigheid van stenen maakt dat je een verdubbeling van het aantal soorten hebt. Je hebt soorten die gespecialiseerd zijn in modder en zand, maar er zijn daarnaast soorten die alleen maar op harde ondergrond kunnen groeien, zoals anemonen, zacht koraal, naaktslakjes en hydroïdpoliepen. Het gebied is nu in het Noordzee Akkoord ook voorgesteld als beschermd gebied. Wat dat verder voor de visserij betekent, daarover wordt nu onderhandeld.”

Als die stenen dan zo cruciaal zijn, zouden er dan niet veel meer stenen terug in zee moeten worden gegooid? “In het Kattegat bij Denemarken is dat wel gedaan”, reageert Bos. “Op een locatie waar vroeger veel stenen zijn opgevist om havenmuren mee te metselen, is nu een hectare steenrif geplaatst met 86 duizend ton stenen uit een Noors fjord. Daar is van alles op gaan leven, zoals krabben, zeewier en ander klein leven, en dat trok weer kabeljauw aan. Dus er ontstond wel echt een nieuw rif vol leven.”

null Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

Windmolenparken kunnen helpen

Toch ziet hij dat in Nederland niet snel gebeuren. “Wel wordt er nu gewerkt aan het natuurinclusief ontwerpen van windmolenparken op zee. Bijvoorbeeld door de stortsteen rondom de windmolenpalen aantrekkelijk te maken voor oesters, kabeljauw en inktvissen. Dit moet ook leiden tot nieuwe riffen.” Lindeboom ziet echter een betere invulling voor zich. “De overheid zegt nu tegen de windmolenboeren: leg per windmolen twee tot zes betonnen pijpen of andere constructies neer, maar dat is een beetje een tuinkabouterbenadering. En wat gebeurt er als je over 20 tot 30 jaar de windmolen weer weg moet halen? Ik zou liever een paar gebieden aanwijzen van minimaal honderd vierkante kilometer waar dit gebeurt en waar je ook echt een blijvend rif overhoudt.”

Overigens zijn niet alle wetenschappers zo gefocust op stenen. Promovendus Karin van der Reijden van Universiteit Groningen, die verschillende levensgemeenschappen op de bodem van de gehele Noordzee in kaart brengt, ziet meer mogelijkheden.

“In het verleden hebben vooral oesterbanken in een groot deel van de Noordzee een hard substraat gevormd. En in ons huidige onderzoek hebben we ook gezien dat riffen van schelpkokerwormen een dergelijke rol kunnen spelen. Je hebt dus niet per se steen nodig om van hard-substraat afhankelijke levensgemeenschappen te krijgen”, meent zij. Wel is door de visserij de zeebodem waarschijnlijk een stuk kaler en beweeglijker geworden, een reden om delen van de Noordzee nu echt met rust te laten.

“Rond het jaar 1300 zijn de eerste boomkorvissers begonnen. Uit diverse bronnen weten we dat zij enorm veel bodemdieren opvisten, de Noordzeebodem was bedekt met een laag bodemleven dat het zand waarschijnlijk ook vasthield. Nu zie je op de Noordzee dat de bodem enorm dynamisch is en er weinig leven voorkomt. Wanneer er grote gebieden ingesteld worden waar niet gevist mag worden, zal dat voordelig uitpakken. Er is vrijwel geen enkele plek onbevist, dus we weten eigenlijk niet zo goed hoe het leven zich daar precies zal ontwikkelen. Het is een interessant experiment.”

null Beeld

Lees ook:

Hoe de oester (met een beetje hulp van de 3D-printer) terug de Noordzee in komt

Oester- en mosselbanken waren ooit de koraalriffenvan de Noordzee. Ze zuiveren het water en zijn goed voor de biodiversiteit. Onderzoekers van het Wereld Natuur Fonds en ARK Natuurontwikkeling proberen ze terug te krijgen. Gek genoeg genieten ze geen bescherming.

Vissers verliezen rechtszaak om zwerfkeien tegen Greenpeace

Greenpeace hoeft de grote zwerfkeien die de milieuorganisatie in mei op de visgronden van de Klaverbank in de Noordzee gooide, niet op te ruimen. De actie was niet onrechtmatig jegens de vissers in het gebied.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden