Duurzaam winkelen

Goede sier maken met de groene droom van B-Corp is ook lucratief

null Beeld studio Vonq
Beeld studio Vonq

Biologisch, fair trade of veganistisch: wie verantwoord wil kopen, ontkomt niet aan labels en certificaten. Sinds een paar jaar is daar B Corp bijgekomen, dat de hele bedrijfsvoering van de producent doorlicht. Is dit het gedroomde methode voor meer transparantie en een duurzame economie?

Grootgrutter Albert Heijn maakt er goede sier mee in de webshop: de hele maand wordt daar het aanbod van B Corps uitgelicht. ‘­­­B Corps. Beter voor mens, milieu en maatschappij’, is de leus. Het gaat om ruim vijfhonderd producten van 26 merken, variërend van sap tot koffie, chocola en cosmetica. Als Albert Heijn zoiets doet, dan weet je dat B Corps wat betekent. En niet alleen Albert Heijn werkt met B Corps (afkorting van Benefit Corporations), dat vijftien jaar geleden in de VS begon als onderdeel van B Lab, een non-profit organisatie die verantwoord ondernemen tot norm wilde maken. De overdreven nadruk op winst was niet meer van deze tijd, vonden oprichters Jay Coen Gilbert, Bart Houlahan en Andrew Kassoy. Bedrijven zouden minstens evenveel oog moeten hebben voor mens en milieu.

Om te toetsen hoe ondernemingen hun maatschappelijke impact vormgeven en uitvoeren, ontstond een raamwerk van criteria, verdeeld over de onderwerpen bestuur (governance), werknemers, consumenten, gemeenschap en milieu. Als bedrijven een aanvraag indienen bij B Lab (dat het B Corp-certificaat toekent) krijgen ze punten per criterium. Dat kan variëren van het percentage energiebesparing tot de hoeveelheid vakantiedagen van werknemers in loondienst of de mate waarin het management wordt afgerekend op maatschappelijk verantwoorde doelen.

De maximale score is 200 en vanaf 80 punten mag een bedrijf zich een B Corp noemen. ‘Gewone’ bedrijven scoren volgens de organisatie gemiddeld 50 punten. Bekende B Corps zijn de Britse krant The Guardian, ijsmerk Ben and Jerry’s, Triodos Bank, beddenfabrikant Auping, waterflessenmerk Dopper, cosmeticabedrijf Naïf, Tony’s Chocolonely en de Nederlandse tak van multinational Danone. Ook Fairphone, tampon- en maandverbandmerk Yoni, theemerk Pukka, wasmiddelbedrijf Seepje en spijkerbroekenmerk MUD Jeans hebben een B Corp-certificaat. B Corp Benelux bestaat inmiddels ruim vijf jaar en in die tijd verdubbelde het aantal B Corps in Nederland.

Tijdrovende procedure

Het voorbereiden en doorlopen van de aanvraag kost veel tijd. Een bedrijf als Tony’s Chocolonely is er vier tot zes maanden mee bezig. Bij Dopper zoekt een team van zeven mensen de benodigde gegevens bij elkaar. Toch zijn er inmiddels een krappe vierduizend B Corps in de wereld. In Nederland willen zo’n drieduizend bedrijven het certificaat. Van deze potentieel nieuwe aanwas komt volgens de organisatie slechts 15 procent door de selectie.

De groei in aanvragen is lucratief, omdat B Corp geld krijgt per certificering. De certificeringskosten zijn gebaseerd op de jaaromzet. Kleine bedrijven kunnen voor minder dan duizend euro klaar zijn, multinationals moeten soms wel 50.000 euro aftikken. Elke drie jaar vindt een herbeoordeling plaats, waarbij de eisen worden opgeschroefd. “De norm om de benodigde 80 punten te behouden wordt steeds strenger”, zegt Hubertine Roessingh, directeur van B Corp Benelux.

“Je ziet tijdens de procedure waar je punten laat liggen en hoe je dat kunt verbeteren”, zegt Anneke Hendriks van Dopper. “Dit verbeteren doe je vanuit de overtuiging dat het je hele bedrijfsvoering vooruit helpt. We halen ook inspiratie uit wat andere bedrijven doen die meer punten op een onderdeel krijgen.”

De B Corp-status is zeker niet vrijblijvend. Bedrijven moeten hun weldoeners- intentie ook verankeren in de statuten. Roessingh: “Ze moeten vastleggen dat ze maatschappelijke belangen meewegen in de bedrijfsvoering.” Toch kun je je afvragen of het certificaat echt een verschil maakt. Danone Nederland is een B Corp, maar drijft zwaar op de verkoop van milieubelastende zuivelproducten en fleswater. Dopper promoot herbruikbare waterflessen met de productie van plastic flessen. En Tony’s Chocolonely timmert al vijftien jaar aan de weg voor slaafvrije chocola, zonder die volledig te kunnen garanderen.

Omzetverhogend

Het certificaat legt bedrijven in ieder geval geen windeieren, weet Ceren Pekdemir, universitair docent aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit Maastricht. “Uit een recente studie blijkt dat B Corp-certificering de omzet van een bedrijf vergroot. Meerdere studies laten zien dat het label een manier is om investeerders, klanten en consumenten aan te trekken.”

Aikaterini Argyrou, universitair docent aan Nyenrode Business Universiteit, wijst op de marketingwaarde van het B Corp-certificaat. “Bedrijven kunnen de score op hun website zetten, of de mate waarin ze al aan bepaalde criteria voldoen. B Corps zijn weliswaar vrijwillig open over hun bedrijfsvoering, maar alleen de overheid kan strengere regels voor álle bedrijven afdwingen.”

Voor bedrijven is het certificaat vooral een erkenning voor de inspanningen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. “B Corp kijkt op een holistische manier naar de bedrijfsvoering en laat zien op welke punten we onszelf kunnen blijven verbeteren”, zegt Henk Jan Beltman, CEO van Tony’s Chocolonely.

Nynke van den Broek van pr-bureau Blyde vindt de heldere visie en gedeelde waarden doorslaggevend. “Iedereen die bij ons komt werken, weet waarom en deelt dezelfde waarden. De afgelopen twee jaar hebben we veel B Corps als klanten gekregen, die ook werken vanuit de motivatie om de wereld te verbeteren.”

Netwerk van gelijkgestemden

B Corp biedt ook toegang tot een netwerk van gelijkgestemden. Mariah Mansvelt Beck, oprichter van maandverband- en tamponmerk Yoni, werd door andere B Corp-ondernemers geholpen om voet aan de grond te krijgen in het Verenigd Koninkrijk. “Ze verwezen me door naar partners en ik kon makkelijk ervaringen uitwisselen.”

Ondanks de populariteit is B Corp niet de enige manier voor bedrijven om een positieve bijdrage te leveren. Social enterprises, ook wel maatschappelijke ondernemingen genoemd, doen dat ook. “Maatschappelijke ondernemingen zijn primair gericht op het maken van een positieve maatschappelijke impact, terwijl B Corps op winst gerichte bedrijven zijn die de negatieve impact van de bedrijfsvoering zoveel mogelijk minimaliseren”, zegt Tineke Lambooy, hoogleraar Ondernemingsrecht aan Nyenrode Business Universiteit.

Maatschappelijke ondernemingen kunnen ook het B Corp-certificaat aanvragen, zoals in het geval van Dopper, Tony’s Chocolonely en Fairphone. Ze zijn volgens Lambooy vaak wel iets innovatiever. “B Corp stelt bijvoorbeeld geen eis van 100 procent circulariteit, terwijl veel maatschappelijke ondernemingen daar wel mee bezig zijn.”

Pekdemir vindt dat B Corp nog wel een slag te maken heeft in de definitie van duurzaamheidsdoelen. Die kunnen scherper en nauwkeuriger worden gedefinieerd. Ook kunnen ze beter worden toegespitst op de verschillende sectoren, regio’s en de omvang van bedrijven. “B Corp benoemt dit zelf ook als uitdaging.”

Bovendien is de inzet van bedrijven voor voortdurende verbetering moeilijk af te dwingen. “Uit een kleine studie naar een aantal Braziliaanse B Corps bleek dat sommige hoge scores hadden gekregen. Vervolgens voerden ze geen verbeteringen door om nóg beter te worden, terwijl dat een centraal onderdeel van de B Corp-filosofie is.”

Lees ook:

Het woud van vinkjes en labels

In de jungle van voedselkeurmerken is een schifting naar kwaliteit aangebracht. Uit een lijst met elf ‘topkeurmerken’ moet de consument makkelijker een echt duurzaam product kunnen kiezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden