Verdwenen soorten

Goed nieuws: de olifantsspitsmuis, het dwerghertje én de reuzenbij zijn niet meer vermist

De Somali sengi oftewel de olifantsspitsmuis is na meer dan vijftig jaar vermist, teruggevonden in Djibouti. Beeld AFP

Decennia vermist, maar teruggevonden: de olifantsspitsmuis, het dwerghertje en de reuzenbij. Een natuurorganisatie vindt in drie jaar tijd vijf verdwenen soorten terug. 

Uitgestorven: de Dodo, de Quagga, de Berberleeuw en de Balinese tijger. De lijst is veel en veel langer. Maar wat zou het mooi zijn, dachten ze bij de Amerikaanse natuurorganisatie Global Wildlife Conservation (GWC) als dieren en planten die al jaren worden vermist, opgespoord worden.

In 2017 stelde GWC uit een lijst van 1200 soorten, de 25 meest gezochte vermiste soorten samen. Zelfs James Bond, acteur Daniel Craig, kwam hiervoor in actie om de zoektocht onder de aandacht te brengen van wetenschappers, onderzoekers en het grote publiek.

Afgelopen zomer maakte de organisatie bekend de Somali sengi, of te wel de olifantsspitsmuis die meer dan vijftig jaar lang van de radar was, te hebben teruggevonden in Djibouti. Het was in drie jaar tijd al de vijfde soort die niet uitgestorven bleek. ­Eerder vonden teams de Wallace reuzenbij terug in Indonesië, een nooit gefotografeerd dwerghertje in Vietnam, een vleesetende bekerplant op Borneo en de Bolitoglossa Jacksoni, een geelzwarte salamander in Guatemala, die geen Nederlandse naam heeft.

“Het is fantastisch dat we in zo’n korte tijd al vijf van de vijfentwintig verloren gewaande soorten hebben teruggevonden”, zegt de coördinator Robin Moore die het zoekprogramma leidt vanuit Washington D.C.. “Het zijn geen iconische dieren zoals de olifant, maar ze zijn net zo belangrijk voor de biodiversiteit in de wereld. Hun verhaal moet worden verteld. Hun vondst geeft hoop.”

Kleine slurf

Houssein Rayaleh is directeur van de Association Nature in Djibouti in de Hoorn van Afrika. Toen hij hoorde van de speurtocht naar de vermiste Somalische olifantsspitsmuis, de sengi, met een kleine slurf om mieren mee op te zuigen, vormde hij met twee sengi-specialisten een team. “De biodiversiteit in Djibouti is slecht onderzocht. Toen ik navraag ging doen bij plattelands­bewoners kenden ze het diertje wel. We hebben toen op twaalf locaties zo’n twaalfhonderd vallen uitgezet. We wisten twaalf sengi’s te vangen en wetenschappelijk te beschrijven”, laat Rayaleh vanuit Djibouti weten.

Andere sengi-soorten komen voor in Marokko en Zuid-Afrika. Het leefgebied van de olifantsspitsmuis is niet groter dan een achtertuin van een Nederlands rijtjeshuis. Dus de verspreiding en evolutie in de diverse sengi-soorten over zulke grote afstanden blijft vooralsnog een raadsel.

Als een soort wordt teruggevonden, dan is die in de meeste gevallen meteen ernstig bedreigd in zijn voortbestaan. De teruggevonden olifantsspitsmuis hoeft, volgens Rayaleh op geen van de twee lijsten. Het beestje leeft in onherbergzame gebieden en komt weinig in contact met mensen. Rayaleh verwacht dat deze sengi in een veel groter gebied voorkomt, zoals in Djibouti’s buurlanden Eritrea, Ethiopië en Somalië. Vervolgonderzoek moet dat uitwijzen.

Moore is uitermate content met dit mooie succesverhaal. Niet elke soort die wordt teruggevonden heeft zulke goede perspectieven. Zo werd de Wallace-reuzenbij, die wel vier keer groter is dan de honingbij en een vleugelspanwijdte heeft van zes centimeter, in februari 2019 teruggevonden. Deze bij was in 1858 door de Britse natuuronderzoeker Alfred Russel Wallace ontdekt. Hij ving toen exemplaren en nam ze mee terug naar Europa. De laatste waarneming dateert uit 1981.

Vlaggenschip

“We zagen op Ebay dat er opgezette exemplaren van deze unieke bij, de grootste ter wereld, per opbod werden verkocht voor wel negenduizend dollar. Het vermoeden bestond dat iemand wist waar ze nog zaten, ze ving en verkocht. Een expeditie wist twee levende exemplaren te traceren, die ze een paar weken later terugvonden.”

Met de vondst van de ‘vliegende buldog’ had GWC een probleem. De waarde van deze reuzenbij was exorbitant en de vrees was groot dat er op gejaagd zou gaan worden als dit bekend werd. De herontdekking is desalniettemin gepresenteerd, zonder de locatie te noemen. De enorme bij is het vlaggenschip geworden van de campagne om vermiste soorten terug te vinden.

De rode pad of gouden pad

“De publiciteit moet ervoor zorgen dat het vangen en verkopen van de reuzenbij als fout wordt beschouwd. In de bekendheid moet de bescherming liggen en verzamelaars afschrikken”, aldus Moore.

Een ander probleem is dat er maar twee exemplaren zijn gevonden. Bij GWC tasten ze in het duister hoe groot de populatie is. Misschien zijn het wel de laatste twee in hun soort. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe levensvatbaar de reuzenbij is.

Stropers

Zo zijn er meer verhalen te vertellen. De eerste soort die werd teruggevonden was de het dwerghertje of muishertje in Vietnam. In 1907 en in 1990 zijn er twee exemplaren gevangen, maar het diertje is daarna nooit meer waargenomen door biologen. Expeditieleden moesten veel weerstand bij de lokale bevolking overwinnen om te horen of zij het hertje, ter grootte van een huiskat, kenden. De mensen die het meest op de hoogte zijn, zijn waarschijnlijk ook stropers en die zwijgen liever.

Na enige tijd kregen ze uit diverse bronnen te horen dat het hertje bekend was. Op de genoemde locaties in bossen zette het team camera’s neer, die zijn uitgerust met bewegingssensoren. De onderzoekers hadden beet. Vele tientallen keren verschenen dwerghertjes in beeld. Het dwerghertje is niet uitgestorven en hoe bedreigd het is in zijn voortbestaan, is nog een groot vraagteken.

Vijf van de vijfentwintig vermiste diersoorten zijn teruggevonden. Moore is met die uitkomst al heel blij maar blijft zoeken naar de andere twintig soorten. Heel hoog op zijn verlanglijstje staat de rozekopeend uit India en Myanmar, voor het laatst in het wild gezien in 1949 in India.

Er zijn onbevestigde berichten uit 2006 en 2010 uit Myanmar dat de eend daar zit. “Al twintig jaar zijn onderzoekers bezig om deze vogel met een knalroze nek en kop terug te vinden.” Niet op de lijst van de 25 meest gezochte en vermiste soorten staat Miss Waldron Rode Colobusaap uit Ivoorkust. “Het is de eerste primatensoort die uitgestorven is verklaard”, zegt Moore. Toch is er hoop. Begin van de eeuw waren er signalen dat er ergens diep in het oerwoud nog een kleine groep zou leven.

“We hebben nu cameravallen in bomen geplaatst. Als ze toch nog bestaan en ze voor onze lens komen, zou dat het eerste plaatje ooit zijn van een levende Miss Waldron. We kennen het dier alleen in opgezette vorm in de vitrine van een museum. We geven niet op en blijven zoeken ook al is het een hele kostbare aangelegenheid.”

Schimmel

Dan is er altijd de vraag naar de heilige graal. Moore is resoluut. Voor hem is dat de Gouden Pad uit het Monteverde Mistwoud in Costa Rica. Een telling van de diep goudgele pad bij meertjes leverde in 1987 nog 1500 mannelijke exemplaren op.

Drie jaar later tot de dag van vandaag is er nooit meer een gezien. Vermoed wordt dat een mysterieuze schimmel deze amfibie de nekslag heeft gegeven. Moore hoopt, misschien wel tegen beter weten in, dat dit niet zo is. “De Gouden Pad is een legende. Het zou zo prachtig zijn als die nog bestaat en wordt gevonden.”

Lees  ook:

Na jaren duiken ze weer op: de zeer zeldzame Cross River gorilla’s

Ze komen zelden in beeld, maar in Nigeria is het gelukt om een serie van 29 foto’s te maken van de zwaar in hun voortbestaan bedreigde Cross River gorilla’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden