Grijze zeevinger of Alcyonidium condylocinereum. Beeld Ruud Versijde

Grijze zeevinger

Gevonden in de Oosterschelde: microscopisch kleine mosdiertjes

Zelden zo’n vreemde dierennaam gezien als ‘grijze zeevinger’, het klinkt als een bloedeloos onderdeel van een dode piraat. Een dodemansduim dus, waarover straks. Maar het is een dier, of beter, een kolonie van diertjes, mosdiertjes om precies te zijn, ofwel Bryozoa (wat ook letterlijk mosdieren betekent). Mosdieren zijn geen mos. Het lijkt ook niet op mos, want dat is groen en geen enkel mosdiertje is groen. Op korstmos na wellicht, maar dan zouden ze korstmosdiertjes moeten heten, Lichenozoa, maar die term bestaat niet. Genoeg taalkundig gezever, want er is mosdiertjesnieuws te melden.

De grijze zeevinger heeft zich in ons land gevestigd. In de Oosterschelde om precies te zijn, die hotspot van vaderlandse mariene biodiversiteit, dankzij de open verbinding met zee. Terwijl het afgesloten Grevelingenmeer biologisch gezien een nare, dode en zuurstofloze bak water is geworden, is de Oosterschelde een en al leven, met oesters, zwemkrabben, zakpijpen, kreeften, bruinvissen, pietermannen, slang- en zeesterren – en nu ook de grijze zeevinger.

Mosdiertjes zijn piepklein, microscopisch klein zelfs, en ze leven altijd in kolonies van honderden tot vele tienduizenden individuutjes bij elkaar, elk in een kamertje van kalk. Er bestaan geen solitaire Bryozoa. Waar ze precies thuishoren in de stamboom van het dierenrijk is niet helemaal duidelijk. Het zijn geen sponzen (waar ze wel vaak op lijken), geen zakpijpen of koralen (idem). Ze voeden zich door water te filteren met een waaiervormig orgaantje, de zogenoemde lophofoor die we ook bij de schelpachtige Brachiopoda aantreffen. Maar die zijn solitair, nooit kolonievormend en ook al niet microscopisch klein.

Zo eenvoudig kan een determinatie zijn

Mosdiertjes bestaan al ongeveer een half miljard jaar. Er leven momenteel ongeveer vierduizend soorten, maar fossiel is het viervoudige daarvan bekend. Een soort die iedereen wel kent, vormt het grijze raspachtige korstje dat vaak op mosselen wordt aangetroffen. Dat is een korstvormende soort, maar de grijze zeevinger maakt driedimensionale kolonies, die er inderdaad vingervormig uitzien. Er leven meerdere soorten zeevingers op de Nederlandse kust; twee daarvan, de bruine en de grijze zeevinger, lijken sterk op elkaar. Het makkelijkste onderscheid is het tellen van het aantal tentakeltjes op de lophofoor: dat zijn er maximaal zestien bij de bruine en minimaal zestien bij de grijze zeevinger. Op een van de in de Oosterschelde gemaakte foto’s waren zeventien tentakeltjes te tellen, waarmee de aanwezigheid van de grijze vinger was vastgesteld. Zo eenvoudig kan een determinatie zijn.

Grijze zeevingers waren al wel eens op onze stranden aangespoeld, maar die kunnen van elders zijn komen aandrijven. Levende, vastgehechte kolonies waren nog niet eerder aangetroffen. Nu wel, waarmee Nederland – ondanks de dalende biodiversiteit – weer een inheemse soort rijker is.

Onder biologen heet de grijze zeevinger Alcyonidium condylocinereum, de geslachtsnaam lijkt dus sterk op die van de dodemansduim, Alcyonium digitatum. Daar ligt een vormovereenkomst aan ten grondslag. Dodemansduimen zijn koralen, ook vingervormig en ook met waaiers vol tentakeltjes. Alleen is een koraaldiertje een mini-zeeanemoontje en geen mosdiertje. Je moet, om naturetoday.com te citeren, de dieren goed op de vingers kijken om het verschil te zien.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden