Gestaag verorbert de boer het groen

Het karige rijtje bomen aan de Apedijk in de gemeente Berkelland was tot voor kort een volwaardige houtwal. Beeld Herman Engbers

Op zoek naar zoveel mogelijk hectares voor mestafzet en EU-subsidie, kappen boeren vaker bomen en houtsingels. ‘Het mooie verdwijnt.’

In zijn elektrische bedrijfswagen rijdt René Oosterhuis al een tijdje door de herfststorm als hij zegt: “Door de regels krijgen boeren een hekel aan bomen.” Oosterhuis is natuurbeheerder bij Stichting Het Groninger Landschap. Rijdend door het westen van de provincie, langs plaatsen als Leek en Niebert, wil hij laten zien wat hij voor zijn ogen ziet gebeuren: de teloorgang van de houtsingels van het Westerkwartier. “Het mooie verdwijnt. Het wordt hier een grootschalig open landschap, doordat boeren houtsingels en bomen opruimen. Dat is geen afgesproken werk, maar de optelsom maakt dat het landschap compleet veranderd, in rap tempo.”

Oosterhuis weet ook wat de oorzaak is: boeren krijgen Europese subsidie voor elke hectare landbouwgrond die zij in gebruik hebben. Ook bepaalt het aantal hectares de hoeveelheid mest die een boer op zijn land mag brengen. Bomen en begroeiing gaan van die hectares af. Dan is het verleidelijk om ze maar weg te halen.

Vorige week berichtte Trouw waartoe de ‘landhonger’ van sommige boeren leidt. In de gemeente Berkelland in de Achterhoek hebben tientallen boeren gemeentelijke grond zoals bermen en groenstroken in gebruik genomen en aangemeld voor subsidie. Wie mest op andermans grond brengt in plaats van het af te voeren, pleegt fraude. Bovendien is het ‘aanboeren’ van ruige bermen funest voor de vogels, vlinders en insecten die er voorheen leefden.

Volgens de gemeente Berkelland vallen niet alleen bermen ten prooi aan de hectaredrang van sommige boeren. Ook bomen en houtsingels leggen het loodje. Groenadviseur Jan-Luc van Eijk van de gemeente kan de voorbeelden in de praktijk zo aanwijzen. Neem nu de Bruininkdijk in Eibergen. In een houtwal zijn hier eiken flink opgesnoeid. De betreffende boer heeft inmiddels op dringend verzoek van de gemeente jonge boompjes herplant, om zo een dwangsom te ontlopen. Of De Posse, een landweg buiten Eibergen. Het is er bosrijk. Aan de ene kant van het pad ligt een eindje het bos in een dierenbegraafplaats. Aan de andere kant van het pad kun je niet meer spreken van bos. “De shovel is er doorgegaan”, zegt Van Eijk.

Handleiding

Hoe kan dat? Boeren die voor de mestwetgeving en de EU-subsidies opgeven hoeveel hectares ‘gewasperceel’ zij in gebruik hebben, moeten werken met een definitie van ‘gewasperceel’. Dat een openbare weg nooit een gewasperceel kan zijn, staat buiten kijf. Maar wat te doen met een groepje bomen in een weiland? Telt de ruimte die zij innemen wel of niet mee voor de subsidie? De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de Europese subsidies verdeelt onder Nederlandse boeren, heeft voor dit soort vraagstukken een handleiding van 12 pagina’s. ‘Bosjes in een landbouwperceel mag u meetellen bij de oppervlakte landbouwgrond als de oppervlakte kleiner is dan 50 vierkante meter’, staat daar bijvoorbeeld in. En: ‘Een bomenrij binnen het landbouwperceel mag u meetellen bij de oppervlakte landbouwgrond als deze korter is dan 50 meter.’ En ook: ‘Als bomen ver genoeg uit elkaar staan om er een dier tussendoor te laten lopen, mag hun ruimte worden meegeteld’.

Van Eijk wijst naar het gekapte stuk bos. “Nu valt het in de categorie ‘verspreide bomen’ en niet meer in de categorie ‘bos’. Dus mag de boer het opgeven als gewasperceel. Maar het landschap is vernield.”

Door de inkomsten van een boer te laten afhangen van zijn hoeveelheid landbouwgrond, zegt Van Eijk, wordt hij aangemoedigd om natuur, die hij niet mag meetellen, op te ruimen. Zijn indruk is, zegt Van Eijk, dat het in alle agrarische regio’s van het land gebeurt.

René Oosterhuis van het Groninger Landschap herkent dat, zegt hij. Misschien niet zozeer het innemen van bermen en groenstroken, maar wel het verdwijnen van bomen en singels. “Het is een schrijnend maar algemeen beeld hier in de buurt. Bomen van 50 of 100 jaar oud verdwijnen.”

Het gaat in gradaties, zegt Oosterhuis. “Eerst verdwijnt de onderbegroeiing, dan het struweel, en uiteindelijk de hele boom.” Of: een boer dunt een singel een beetje uit, maar laat vervolgens zijn vee er zo dichtbij grazen dat nieuwe uitlopers geen kans meer hebben.

Groen in de knel

En dan is er nog de bepaling dat grond die in de schaduw van een boom of onder overhangend groen ligt, niet meetelt als gewasperceel. “Wat je dan ziet”, zegt Oosterhuis, “is dat een houtsingel die in een oost-westrichting ligt het eerst verdwijnt. Want die geeft de meeste schaduw. Zo’n singel houdt ook wind tegen, waardoor het natter blijft. Dat is onhandig. En het struweel kan wel een meter breed zijn, dat is dan grond die je niet kan bewerken en ook niet mag meetellen als gewasperceel. Je moet dat van je oppervlakte aftrekken. Voor boeren voelt dat alsof ze worden gestraft voor de aanwezigheid van een boom of houtsingel.”

Het doel van de subsidievoorwaarden was volgens Oosterhuis dat boeren de oppervlakte van natuurlijke elementen op hun grond niet mogen meetellen, om ervoor te zorgen dat ze in totaal minder mest op hun land brengen. “Maar nu komt dat groen juist zelf in de knel.”

Of Het Groninger Landschap daar iets tegen kan doen? Oosterhuis: “Op zijn eigen grond mag een boer meestal doen wat hij wil. Wij kunnen de lokale politiek beïnvloeden, voorlichting geven, en op ons eigen terrein het goede voorbeeld geven.”

Oosterhuis draait zijn auto de snelweg A7 bij Leek op. Kijk daar, wijst hij naast de oprit: “Daar is een hele singel in één keer opgeruimd. Terwijl die singels de snelwegen van de natuur zijn. Zo komen muizen en kleine dieren van de ene plek naar de andere. Vroeger was het van hier tot de grens met Friesland een dicht singellandschap. Nu zie je hier grote open vlaktes. Wat vroeger een houtsingel met een sloot was, is nu een greppeltje in een weiland geworden. En daarginds staan nog twee keer twee bomen - is dat samen nog iets, een landschapselement? Mijn opa was hier vroeger boer, ik ken dit landschap van kindsaf. Moet je zien hoe ver je hier nu kunt kijken. In vergelijking met vroeger is het schrijnend.”

Wandelende schuttingen en snippergroen

Een korte rondgang langs gemeenten met veel landbouwgrond binnen hun grenzen levert geen eenduidig beeld op van de schaal waarop boeren in Nederland grond innemen en landschapselement opruimen.

In de gemeente Dalfsen gebeurt het wel, zegt een woordvoerster, ‘maar niet op grote schaal’. Ook treedt de gemeente er niet tegen op. Voorlopig vindt Dalfsen het belangrijker om illegaal grondgebruik door burgers in de dorpen aan te pakken. “Daarna gaan we kijken of het noodzakelijk is om buiten de kernen aan de slag te gaan met illegaal grondgebruik.”

Datzelfde geldt voor de samenwerkende gemeenten Ommen en Hardenberg. Ook daar is er vooral aandacht voor het gebruik van ‘snippergroen’ en voor ‘wandelende schuttingen’, laat een zegsman weten. “Wij zien wel dat op sommige boeren gemeentegrond in gebruik hebben. Soms onwetend, soms bewust. Maar dat heeft op dit moment geen prioriteit.”

Raalte zegt het fenomeen niet te herkennen. “Dit is nooit ter sprake gekomen.”

In het Drentse De Wolden bestaat de indruk ‘dat dit in onze gemeente niet of nauwelijks gebeurt’ en het Zeeuwse Sluis zegt: “In onze gemeente speelt dit niet.”

Lees ook: Bomen en houtsingels sneuvelen voor EU-subsidies

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden