Renske Jonkman Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

Gemakkelijker is de natuur op afstand te vereren, dan erin te wonen

Het bijhouden van een boerenerf komt uiteindelijk neer op twee dingen: het (ver)plaatsen van hekken en onkruid wieden. Vooral dat laatste is een dagtaak, als je even niet oplet staat het hele veld vol brandnetels en zuring, en ook de winde werpt zich als een python aan de voet van de elegante elfenbloem om hem al wurgend te laten verstikken.

Twee zomers geleden besloten we het gras op het ‘schapenlandje’ lekker hoog te laten groeien, zodat de vogels en ganzen híer ook eens hun nesten konden bouwen, maar al snel stond de zuring kniehoog en kostte het ons bijna een week om vloekend dat addergebroed met wortel en al uit de grond te steken.

In de Volkskrant stond onlangs een artikel over ‘Botanisch stoepkrijten’: stedelingen die bij elke onkruidsoort met stoepkrijt de naam erbij schrijven, om voorbijgangers ‘bewust te maken van wat er groeit en bloeit tussen de spleten en kieren van de stad’. Een mooi initiatief natuurlijk, een béétje plantenkennis heeft een mens nog nooit kwaad gedaan, hoewel op het platteland zoiets natuurlijk volstrekt onuitvoerbaar is.

Gek genoeg zegt de schrijver van het artikel, Mac van Dinther: ‘Op de vlucht voor de intensieve landbouw zoeken steeds meer planten vanuit het buitengebied hun toevlucht in de stad’. Is dat zo, dacht ik: zijn het slechts de stedelingen die onderdak verschaffen aan al die berooide, rondzwervende planten? Of staan de kilometerslange dijken en erfgrenzen in dat vermaledijde buitengebied niet vól berenklauwen, papavers, koolzaad en brandnetels?

Gemakkelijker is de natuur op afstand te vereren dan erin te wonen 

Ook bij ons op het achtererf – op nog geen tien meter afstand van de ‘intensieve landbouw’ – bloeien de brandnetels, distels en kaasjeskruid weelderig en overdadig langs de slootkanten, allemaal goede waardplanten voor vlinders. Toch is de natuur blijkbaar beter af tussen de hoofdstedelijke stoeptegels, dan in de vuile handen van de boeren. Hoewel dat onkruid natuurlijk volstrekt wispelturig is. Het woekert dwars door alles heen. Laat dit jaar één distel staan en u krijgt er volgend jaar honderd voor terug, óók al zoiets.

“Alle culturen kennen een zekere verering van de natuur, maar alleen in moderne, geprivilegieerde samenlevingen als de onze zie je zo’n sterke neiging om de natuur te romantiseren”, zei theoloog Alan Levinovitz tijdens een interview in deze krant. Wie meer afhankelijk is van de natuur heeft meer besef van de soms ruwe werkelijkheid, zo stelt hij.

Ik vermoed dat maar weinig van de botanische stoepkrijters ooit met een mestvork een veld vol zuring zijn ingetrokken om de plant met wortel en al uit de grond te trekken, of de lieflijke Delphinium uit de wurggreep van de winde hebben bevrijd, maar wie weet. Gemakkelijker is de natuur op afstand te vereren dan erin te wonen. 

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden